Blog Petra | Ik móet het verdriet de ruimte geven

In de twee jaar dat Laura er niet meer is, leerde Petra met vallen en opstaan weer deelnemen aan het ‘gewone leven’. Maar als de sterfdag van Laura dichterbij komt merkt Petra: ik kan niet meer om mijn verdriet heen.

Ontdekking

Het is de week van Laura’s sterfdag. Alweer twee jaar geleden is het dat ik hoorde dat ze een einde aan haar leven gemaakt had. Daaraan terug denken is pijnlijk, té pijnlijk. Ik voel weer de beklemmende angst en de paniek die zich van me meester maakte. Ik beleef de week weer, waarin ze thuis lag opgebaard. Ik denk eraan dat ik naast haar zat, terwijl ik nog amper kon bevatten wat er was gebeurd.

De vorige maand ging het wat beter met me. Ik kon soms een klein beetje genieten van dingen die er waren. Het lukte me meer om te werken en deel te nemen aan sociale activiteiten. Het was een nieuw gevoel na een lange tijd van alleen maar verdriet en rouw. Van sombere gedachten. Het was een ontdekking dat ik het nog kón: een beetje genieten en meedoen aan het ‘gewone’ leven.

Ruimte geven aan verdriet

Maar nu de datum van Laura’s sterven nadert, merk ik dat dat niet meer lukt. Ik moét terug naar twee jaar geleden, om mijn verdriet en de rouw die onder het dunne laagje van ‘het gewone’ zitten, de ruimte te geven. Ik merk dat ik niet meer naar mijn werk wil en het liefste thuis ben, net als de eerste tijd nadat Laura overleed. Ik huil vaker en slaap slechter. Ik merk dat de rouw zijn plek inneemt. Ik kan er niet omheen.

‘Ik merk dat de rouw zijn plek inneemt. Ik kan er niet omheen.’

Ik heb in de afgelopen twee jaren geleerd dat ik ruimte moet geven aan mijn verdriet. In plaats van maar stoer door te gaan met werk en afspraken, soms meegenomen te worden door de waan van de dag, is het steeds weer nodig om terug te keren naar de rouw. Die rouw en het verdriet zíjn er, dus moet ik er iets mee. Als ik dat niet doe of kan, word ik onrustig en humeurig. Dan loop ik vast in mijn emoties die niet naar buiten kunnen.

Laten komen wat komt

Daarom plan ik een aantal dagen vrij en probeer ik goed voor mezelf te zorgen. Ik ben blij met mensen die me kunnen helpen bij het dragen van mijn verlies. Omdat ik kan praten over mijn lieve meisje die ik zo ontzettend mis en ik mijn verdriet kan uiten. Voor de rest laat ik komen wat komt: tranen en heel veel herinneringen. Het is niet zo dat ik het verdriet wil aanwakkeren, ik hoef het niet te voeden. Maar het is nodig om de rouw die er ís en mijn verdriet dat ik voel, te verzorgen en de aandacht te geven die het nodig heeft.

‘Ik hoef het verdriet niet te voeden, maar moet het wel verzorgen.’

Daarom kruip ik deze weken in mijn coconnetje en ben ik verdrietig. Ik denk terug aan mijn liefste dochter en bezoek haar graf zoveel als ik wil. Ik sta stil bij haar en verzorg mijn verdriet. Het mag en het is goed. Hierna komt weer een tijd waarin ik ook ruimte heb om aan andere dingen te denken en met vallen en opstaan verder te gaan met het leven.

Bekijk ook