
Waalko verliest zijn vrouw: ‘De longarts gaf haar nog vijf jaar. Het werden zes maanden’
Leestijd: 5 minDoor Jip Meijers
Als Aline (58) haar man opbelt met het nieuws dat ze longkanker heeft, is Waalko niet direct ongerust. “Ik dacht: ik heb zelf kanker overleefd, dit gaan we ook wel weer overleven.”
Waalko en Aline ontmoeten elkaar bij een weekend van de Vergadering van Gelovigen. Voor hem is het geen liefde op het eerste gezicht: “Zo’n ziekenfondsbrilletje vond ik maar drie keer niks”, lacht Waalko.
Een half jaar later ontmoeten ze elkaar opnieuw, al heeft Waalko dat in eerste instantie niet door. Hij is op bezoek bij een broer van Aline en denkt: “Wat heeft die broer een leuke dame aan de haak geslagen.”
Pas als ze al vertrokken is, ontdekt Waalko dat die leuke dame Aline blijkt te zijn. “Toen ik dat hoorde, ben ik direct achter haar aangereden, maar ik kon haar niet meer inhalen. Ik heb haar daarom maar een kaartje gestuurd.” Vanaf dat moment volgt al snel een verloving, in 1992 trouwt het gelukkige stel en krijgen samen twee kinderen.
Achteruit
Het is inmiddels halverwege 2024, en Waalko merkt dat zijn vrouw achteruit gaat. “We gingen een keertje wandelen met haar broers en aanhang en Aline liep minstens honderd meter achter ons. Ze hield het nauwelijks vol. Ook ging ze steeds minder vaak mee naar de kerk.”
Maanden later krijgt Aline last van een dik been en belt ze haar man om te vragen of hij haar naar de huisarts kan brengen. “Ik haalde haar op bij de apotheek waar ze werkte en we werden weer naar huis gestuurd met bloedverdunners.” Al snel raakt ze ook benauwd en krijgt ze pijn op de borst. Aline wordt met spoed naar het ziekenhuis gebracht om gedotterd te worden, maar met haar hart blijkt niets aan de hand. Daarom krijgt ze de volgende ochtend een CT-scan.
"Houd er rekening mee dat je alleen achterblijft", zei ze.
“Je mag me komen ophalen, ik heb longkanker”, hoort Waalko zijn vrouw door de telefoon zeggen. “In eerste instantie was ik niet boos. Ik heb zelf lymfeklierkanker gehad en dat heb ik overleefd. Dit zouden we ook gaan overleven.”
Aline ziet dat minder positief in. “Houd er rekening mee dat je alleen achterblijft”, waarschuwt ze haar man.
Tot nooit meer
Alsof Waalko en Aline niet genoeg aan hun hoofd hebben, zitten ze in deze periode ook nog midden in een verhuizing. Ze hebben anderhalf jaar geleden een huis gekocht, dat nu opgeleverd wordt. “Aline heeft nog kort in het nieuwe huis kunnen wonen. Maar ze had erg veel zorg nodig en na een paar weken zei de huisarts: dit gaat niet meer.”
“Tot nooit meer, huis”, zegt Aline voordat ze naar de hospice vertrekt.
De geliefde Aline krijgt daar veel bezoekers. “We moesten het bezoek echt doseren, zoveel mensen kwamen langs. Het personeel had ook nog nooit zoveel bloemen op één kamer gezien”, glimlacht Waalko.
"Help me", smeekte ze. Het was tijd om de slaapmedicatie definitief toe te dienen.
“Help me”, smeekt Aline haar man negen dagen later. Waalko weet wat ze van hem vraagt: het is tijd om de slaapmedicatie definitief toe te dienen. “Ze was niet bang om te sterven, en had bij al het bezoek naar de hemel gewezen en gezegd: ‘Daar ga ik naartoe.’”
Hemel
Waalko heeft het erg zwaar met het overlijden van zijn vrouw. “Ik was haar een paar jaar geleden al deels kwijtgeraakt, na het verlies van haar moeder. Zij en Aline waren vier handen op één buik. Na het overlijden mocht ik Aline ook niet meer aanraken, alles deed haar zeer. Ze wilde ook naar de hemel.”
“Het troost me om te weten dat ze er klaar voor was, maar het blijft zo oneerlijk. Ik kan daar echt boos over zijn. Zelf zag ik het leven ook niet meer zitten, maar ik heb inmiddels goede hulp van dezelfde psychiater die ik sprak toen ik zelf kanker had.”
Geloof
Aline wordt naar eigen wens begraven op de natuurbegraafplaats. “We konden geen kleine zaal huren, omdat er zoveel mensen naar haar uitvaart wilden komen”, vertelt Waalko. “Ik heb later nog veel vragen over de dienst gekregen, van mensen die meer wilden weten over het baptisme, de kerkstroming waar wij deel van uitmaken. Ik vind het mooi dat haar overlijden ervoor zorgt dat anderen geïnteresseerd raken in het geloof.”
Waalko gaat iedere week wandelen op de natuurbegraafplaats. “Het is een fijne plek, ik kom daar om mijn hoofd leeg te maken. En er zijn altijd mensen van de begraafplaats aanwezig bij wie je je verhaal kwijt kan.”
Waarom?
“Aline en ik hebben samen een hele fijne tijd gehad, maar ik blijf me wel afvragen: waarom zij? Waarom niet iemand die al ouder was?” verzucht Waalko. “Maar je doet er natuurlijk niets aan. Het is zoals het is, en gelukkig heeft zij nu geen pijn meer.”
Hij vervolgt: “Misschien had God wel een ander plan voor mij, ik weet het niet. Wie weet ga ik nog wel reizen, of ontmoet ik nog een andere vrouw, zoals Aline voor mij wilde. We gaan het zien. Maar als ik zelf ooit in de hemel kom, dan heb ik wel een vragenlijstje bij me.”

Steun ons
Wil je dat we artikelen en programma’s over rouw, de dood en verder leven kunnen blijven maken? Samen leren we leven met verlies; ga naar meer.eo.nl/rouw en steun ons met een donatie.
Auteurs






