Ga naar submenu Ga naar zoekveld

Zo praat je wél met kinderen over de dood – 5 tips

8 oktober 2021 · Leestijd 4 min

Oma slaapt, opa is er niet meer, mama is een sterretje geworden. Ook al zijn de bedoelingen goed, zo kun je beter niet tegen kinderen praten over de dood. Hoe dan wel? Gea Arentsen die als psychosociaal medewerker in Hospice Rozenheuvel al zeventien jaar lang stervenden en hun naasten begeleidt, geeft tips.

  1. Betrek kinderen erbij

Veel ouders willen hun kinderen beschermen voor de dood. Ze durven hun kinderen niet mee te nemen naar het hospice, vertelt Gea. “Ze vinden het zelf naar en een beetje eng. Mensen moeten hun eigen besluit nemen, maar ik stimuleer ouders altijd om hun kinderen bij het hele proces te betrekken. Kinderen kunnen vaak veel natuurlijker met de dood omgaan dan volwassenen.”

  1. Draai er niet omheen

Voor volwassenen klinkt het woord ‘doodgaan’ hard, maar voor kinderen is duidelijk taalgebruik belangrijk. Gea: “Draai er niet omheen met verhullend taalgebruik, zoals ‘Opa is er niet meer’, ‘Opa is een sterretje geworden’, ‘Opa slaapt’ of ‘Opa is ingeslapen’. Kinderen gaan dan fantaseren en maken het in hun hoofd vaak alleen maar groter en enger. Bovendien bestaat de kans dat ze zelf bijvoorbeeld niet meer durven te gaan slapen. Praat tegen kinderen in normale, heldere, concrete taal: ‘Opa is dood’. Ga in gesprek met kinderen wat dood-zijn is. Laat hen vertellen of tekenen over de dood.”

  1. Maak er een onderzoekje van

Gea: “Toen ik merkte dat twee jongens van 8 en 10 jaar het spannend vonden om bij hun overleden oma te kijken, besloot ik er een onderzoekje van te maken. ‘Hoe ziet dat eruit, doodgaan?’, vroeg ik hen. En: ‘Waaraan kan je eigenlijk zien dat oma dood is?’ Ze stonden op de drempel en werden steeds nieuwsgieriger. ‘Nou, ze beweegt helemaal niet meer’, zei de ene jongen. ‘Oh, geen ademhaling’, zei de ander. En oma voelt heel koud, zoals cola die net uit de koelkast komt, zei ik. ‘Wij dronken altijd cola bij oma thuis’, was de reactie. Even later zaten we met een glas cola om oma’s bed, toen één van de jongens zei: ‘Oma is heel erg dood.’ Ze vertelden vervolgens herinneringen aan logeerpartijtjes bij oma. Hun ouders wisten niet wat ze meemaakten en ontdooiden zelf ook helemaal.

  1. Laat je emoties zien

“Vaak proberen ouders hun tranen in te houden of te verhullen. Maar verdriet is niet erg. “Het gaat er vooral om hoe ouders met verdriet omgaan”, zegt Gea. “Het hoort bij het leven. Laat je tranen dus gaan en benoem dat je verdrietig bent omdat opa of oma er niet meer is. Je laat daarmee zien dat huilen mag en dat huilen ook weer overgaat; en dan kun je weer verder.

  1. Gebruik hulpmiddelen

Als Gea ziet dat een familie het lastig vindt om met emoties om te gaan, pakt ze soms het tranenpotje erbij. Een potje gevuld met traanvormige kralen. “Als ik aan kinderen vraag of zij een traan uit mijn tranenpotje willen, stellen ze vaak geen waaromvragen. Ze geven bijvoorbeeld een grote traan aan mama, want zij is heel verdrietig. Een kleine voor papa, want die is maar een beetje verdrietig. Je geeft de boodschap mee dat huilen mag. Verder zijn er heel wat kinder- en kleurboekjes over de dood, zoals ‘Bo de Beer neemt afscheid’, of de boekjes via www.in-de-wolken.nl. Dit kan ouders helpen om met hun kinderen over verlies en rouw te praten en in eenvoudige taal uitleg te geven over de dood, de uitvaart en alles eromheen.”

Lees ook dit interview met Gea Arentsen: ‘Ik leerde om niet te oordelen, want je kent andermans hart niet’

Tekst: Charlotte van Egmond

Ontvang bemoedigende artikelen en verhalen in je mailbox

We sturen je elke week een selectie van indrukwekkende verhalen en inspirerende artikelen.

E-mailadres

Lees ook onze privacyverklaring.