
Alwin Sterk verdwijnt plotseling: ‘Ik vond het een rotstreek en een rotbriefje'
Podcast Verdwenen, seizoen 2, aflevering 17, Alwin Sterk
Leestijd: 5 minDoor Iris Versluis

Podcast Verdwenen, seizoen 2, aflevering 17, Alwin Sterk
Leestijd: 5 minDoor Iris Versluis
Het is eind april 1972 wanneer de eigenzinnige Alwin Sterk (20) verdwijnt. Hij is de middelste van vijf kinderen en trekt graag zijn eigen plan. Hij is kritisch op de wereld om zich heen en is opstandig. En dan, uit het niets, vertrekt hij. Zijn zussen Corrie en Josefien blijven samen met de rest van het gezin verward achter: “Het zotte is dat hij vaak nog veel meer aanwezig is dan degenen die er nog zijn.”
“Hij had altijd een brilletje op,” vertelt zijn jongere zus Josefien. “Hij kon intrigerend kijken, had een strakke mond en lange haren. We waren een vrij normaal gezin. We moesten wel altijd naar de kerk, maar alles kon bij ons. Iedereen kon blijven eten en we deden leuke dingen. Het was wel zo dat wat mijn vader zei, ook gebeurde.”
Corrie: “Alwin deed dingen die ik wel zou willen doen, maar eigenlijk niet durfde. Dan gingen we naar de kerk en dan ging hij zogenaamd naar binnen. Daarna floepte hij er weer uit. Later kwam hij dan weer terug.” Ook Josefien ziet dat soort praktijken bij haar broer: “Als hij geld kreeg om naar de kapper te gaan, zag ik hem op de fiets stappen en dan dacht ik al: die gaat niet naar de kapper.”
Alwin krijgt een oproep voor de dienstplicht. Josefien: “Hij was het niet eens met het systeem en wilde niet eens naar de keuring. Terwijl hij wist dat hij afgekeurd zou worden vanwege zijn slechte ogen. Hij was heel principieel. Dat botste met mijn vader. Er was geen compromis mogelijk. Op een gegeven moment kon hij haast niet anders dan uit huis gaan.”
Het handschrift van Alwin herkende ik meteen
En dat doet Alwin. Hij gaat werken bij de stichting voor Geweldloze Weerbaarheid. Een groep mensen die werkt aan een cultuur van vrede en geweldloosheid, daar vond Alwin gelijkgestemden. Corrie: “Hij heeft daar stencilwerk gedaan om pamfletten te verspreiden. In ruil daarvoor mocht hij daar slapen.”
Ook Corrie is het huis uit, ze woonde destijds in Utrecht. Toevallig is ze op een dag bij haar ouders in Ede als er een ansichtkaart op de deurmat valt. Ze vertelt: “Mijn vader en moeder hadden die dag bezoek. Zij zaten in de kamer. De post kwam en ik zie dat kaartje liggen. Het handschrift van Alwin herkende ik meteen. Ik dacht: wat krijgen we nou.” Op het kaartje staat geschreven: Hierbij laat ik weten dat ik uit het ‘gewone leven’ verdwenen ben. Ik verzoek geen pogingen te doen mij te vinden, Alwin. Vertrokken zonder nader adres.
Corrie: “Ik vond het iets wonderlijks. Ik was eigenlijk ook een beetje pissig. Ik vond het een rotstreek en een rotbriefje. Nadat het bezoek weg was heb ik het aan mijn ouders verteld. Ze raakten meteen in paniek. Alwin woonde samen met een vriendinnetje in Amsterdam. Mijn vader ging gelijk naar haar bellen. Bij haar lag hetzelfde briefje.”
Corrie: “In eerste instantie belden we iedereen die Alwin kende. Er was niemand die iets wist. De politie zei direct: ‘Hij is bijna 21 jaar, dus we gaan hem niet zoeken.’ Zij dachten ook dat hij zelf was weggegaan.” Ook de marechaussee wil niet helpen zoeken, omdat Alwin de dienstplicht ontliep.
Op een gegeven moment werd het moeilijker om te bedenken dat hij nog wel terug zou kunnen komen
Josefien: “Op een gegeven moment werd het moeilijker om te bedenken dat hij nog wel terug zou kunnen komen. Ik had altijd wel zoiets van: hij kan toch niet zomaar zijn weggegaan. Later kan ik me wel voorstellen dat hij een heel nieuw leven wilde opbouwen. Dan neem je misschien wel een nieuwe identiteit aan en moet je de banden met je verleden verbreken.”
De ouders van Alwin kampen met schaamte en schuldgevoelens, vertelt Corrie: “Ze vonden dat ze beter naar hem hadden moeten luisteren en voelden zich schuldig dat ze niet hebben doorgehad dat hij zich zo in de knel voelde. Mijn vader wilde alsmaar blijven zoeken naar hem, maar mijn moeder zei na jaren: ‘We hebben nog vier dochters en daar gaan we voor. We kunnen niet altijd blijven zoeken’”
Maar dan vinden de zussen tussen de papieren in het huis van hun ouders een brief met informatie die nieuw licht werpt op de vermissing van hun broertje.
In de podcast Verdwenen vertellen Corrie en Josefien aan presentatrice Marleen Stelling wat er in de brief stond, hoe hun ouders veranderden door de vermissing en waarom ze hun broer in het eerste jaar van zijn vermissing bewonderden. “Hij blijft altijd mijn lieve broer.”

Steun ons
Wil je dat we artikelen en programma’s over rouw, de dood en verder leven kunnen blijven maken? Samen leren we leven met verlies; ga naar meer.eo.nl/rouw en steun ons met een donatie.
