
Blog Jurgen I Rust zacht, meneer Tompouce
'Doe de groeten aan mijn kleine meid,' floep ik eruit
Leestijd: 4 minDoor Jurgen van Riel

'Doe de groeten aan mijn kleine meid,' floep ik eruit
Leestijd: 4 minDoor Jurgen van Riel
Jurgen ontmoet hem toevallig, naast een half fout geparkeerde auto aan een wandelpad. De man in de rolstoel zegt dat dit zijn laatste dag op aarde is. Wat volgt is een kort, open gesprek waarin niet alleen zijn naderende afscheid meespeelt, maar ook de herinneringen aan Luna, Jurgens dochter.
Een doordeweekse dag in april. Ik ga voor mijn werk naar bijpassende gevelstenen kijken op een nieuwbouwproject in de buurt. Ik ben vertegenwoordiger in bouwmaterialen en een van mijn werkzaamheden is om op verzoek van de klant te achterhalen wat voor steen er aan een gebouw zit. Het voordeel van dit werk is dat ik redelijk vrij ben in het inplannen van mijn dag en zo nog eens ergens kom en bijzondere mensen ontmoet.
Ik kom aan bij het project dat me is doorgegeven, maar kom al heel snel tot de conclusie dat mijn nieuwe leaseauto toch echt wel iets groter is dan de vorige. Het is een wirwar van bestelbussen, containers en materialen die dicht op elkaar staan en ik doe niet eens moeite om een eerste deuk in mijn auto te rijden. Dan maar half op het stoepje, met de waarschuwingslichten aan, want ik ben toch binnen een minuut of vijf terug. Ik sta op een stoepje dat half uitloopt in een wandelpad rondom een oude zandwinning. Ik spring uit mijn auto, hobbel op een drafje naar het project en zie meteen wat het type en merk steen is. Met dit in mijn gedachten loop ik terug naar mijn auto.
Als ik bij mijn auto aankom, zie ik een oudere man in een rolstoel over het wandelpad richting mijn auto geduwd komen. Er lopen twee jongere personen naast hem die ieder met één hand de rolstoel vooruitduwen. Het is een bijzonder gezicht, want waarom loop je niet achter de rolstoel?
Het gaat ze goed af, dit kunstje, maar het ziet er bijzonder uit. Zeker omdat ik zelf een kleine zes maanden de bestuurder van Luna haar rolstoel ben geweest. Wat heb ik bijzondere capriolen uit moeten halen om op de plaats van bestemming te komen tijdens onze avonturen.
We komen bijna tegelijk bij mijn auto aan en ik verontschuldig me voor mijn enigszins “creatieve” manier van parkeren. De oudere man haalt z’n schouders op en de jongere personen knikken begripvol naar me. Voordat ik de auto in duik, roep ik: “Ik wens jullie toch een hele mooie dag en maak er iets moois van.” Wat de oude man dan zegt, overvalt me. “Dit is mijn laatste hele dag op deze aardkloot, want morgen neem ik afscheid.”
Ik zwengel mijn lichaam terug in de sta-stand en vraag de man wat hij bedoelt. Hoorde ik nu tussen de regels door dat hij morgen er niet meer is? Oftewel: gepland ertussenuit piepen? De regie in eigen hand houden? Het floept eruit voor ik er erg in heb: “Doe de groeten aan mijn kleine meid.” De oude man schrikt op zijn beurt weer van mijn wederwoord. “Is je kleine meid al lang overleden en waaraan?”
Ik vertel dat ze 9 jaar jong was, maar vraag aan de man of hij vandaag toch nog een mooie dag heeft. Hij viste vroeger aan de zandafgraving/vijver en wilde hier nog één keer naartoe. Jarenlang vecht hij al tegen het onvermijdelijke en na acht jaar is het goed zo. Hij is lichamelijk en geestelijk op, maar wil niet langer lijden.
Ik wens hem veel kracht en rust. “Heb je echt alles gedaan wat je wilde doen vandaag?” vraag ik hem. “Ik zou nog wel een tompouce willen eten”, schiet hem ineens te binnen, “maar daar is het te laat voor, denk ik”, zegt de oude man. “Als jullie hier nog een rondje om de vijver lopen, dan ben ik binnen twintig minuten bij de Hema geweest en ga ik een tompouce halen.” Zo gezegd, zo gedaan. Binnen twintig minuten sta ik weer met knipperende waarschuwingslichten op dezelfde plek en heb ik vier tompoezen in een doosje, die ik achterlaat bij het drietal. Mijn kleine meid Luna hield gruwelijk van tompoezen, maar dit moment mag meneer samen met zijn twee dierbaren delen.
Rust zacht, meneer Tompouce
