
Hoogzwangere Linda (32) verliest haar man: âIk ben dankbaar dat ik van hem nog een kind mag krijgenâ
Leestijd: 11 min

Leestijd: 11 min
Lindaâs man Thomas is ongeneeslijk ziek. Na tweeĂŤnhalf jaar overlijdt hij. Linda (32) blijft achter met hun jonge zoon en dochter, en een derde kindje op komst. âOp de dag dat we het hartje hoorden kloppen, vertelde de arts dat Thomas (41) nog maar een paar weken te leven had. Toen wisten we zeker dat hij de geboorte niet zou meemaken.â
Linda wrijft over haar bolle buik. Ze is acht maanden zwanger en dat is goed te zien. Halverwege haar zwangerschap, op 17 juli 2021, moest ze afscheid nemen van haar man; de vader van Noah (6) en Faya (5). Sindsdien wisselen tegenstrijdige emoties elkaar af: Intens verdriet om het verlies van Thomas en blijdschap vanwege haar toekomstige kindje.
Linda: âWe hebben er samen heel bewust voor gekozen om nog een derde te krijgen. Mynth is wat dat betreft zo gewenst. Ook al gaat hij het moeilijk krijgen zonder vader en sta ik er straks alleen voor.â
'Kom nu naar het ziekenhuis en neem je vrouw maar mee'
Linda en Thomas leren elkaar dertien jaar geleden kennen in het cafĂŠ waar ze werken. Hoewel ze hem in het begin maar irritant vindt, valt ze uiteindelijk voor zijn humor, positiviteit en zorgzame karakter. Na enkele jaren kopen ze hun huidige gezinshuis. Zoon Noah wordt geboren, en anderhalf jaar later volgt dochter Faya. âEen koningskoppel. Meer geluk kan je wat dat betreft niet hebben.â
Twee jaar later krijgt Thomas klachten aan zijn oog. Hoewel de huisarts eerst aan migraine denkt, dringen Thomas en Linda aan op een hersenscan. Een paar uur nadat die is gemaakt, hangt de neuroloog aan de lijn: âKom nu naar het ziekenhuis en neem je vrouw maar mee.â
âWe zaten als twee zenuwachtige kindjes in de wachtkamer, zeiden geen woord tegen elkaarâ, herinnert Linda zich. Eenmaal binnen, vertelt de arts dat Thomas een âlaaggradigeâ hersentumor heeft die langzaam groeit. âHij kreeg nog 25 jaar mee.â
âThomas wilde als eerste weten of de afwijking genetisch is bepaald, maar dat was het niet. Verder maakte het hem eigenlijk niet uit. Hij zei: âIk ga de diploma-uitreiking van mijn kinderen nog meemaken, kan hen helpen met hun eerste huisje en misschien word ik zelfs nog opa.â Daarna vroeg hij pas naar de behandeling.â
'We hebben keihard geleefd'
Die bestaat uit een zware chemokuur en bestralingen. Maar helaas slaan die allebei niet aan, zo blijkt na een half jaar. âIneens moesten we rekening houden met nog maar zes tot twaalf maanden.â Ze delen de treurige boodschap met hun familie en Thomasâ beste vrienden, acht jongens die elkaar al sinds de kleutertijd kennen. âDat was heel emotioneelâ, zegt Linda.
Maar ondanks hun verdriet, besluiten ze om âalles uit elke dag te halenâ. âWe hebben keihard geleefd. We wilden zoveel mogelijk afvinken van onze bucketlist. We gingen bij wijze van spreken âs ochtend naar het Dolfinarium, âs middags naar de Efteling en âs avonds naar Disneyland Parijs.â
Een trouwfeest geven, staat ook op hun lijst. âToen ik zwanger was van Faya, zijn we op maandagochtend gratis getrouwd. Maar we droomden altijd nog van een groot feest. Lekker eten met al onze vrienden en familie aan een lange tafel.â
Linda wil deze wens op Thomasâ veertigste verjaardag in vervulling laten gaan. Omdat hun geld bijna op is, denkt Linda aan een eenvoudig feestje: Iets met patat in de schuur van een vriend. Maar het loopt anders. âZodra mensen van ons plan hoorden, schoten ze te hulp. Voordat ik het wist, werd het een hele serieuze trouwerij met catering en een fotograaf, in een mooie tent, midden in een weiland, met mooie speeches.â
'We lazen de kinderen voor uit Chemo Casper'
Voor de kinderen schakelen ze een rouwtherapeut in. âJe wilt ze het liefste beschermen tegen de grote, boze mensenwereld. Maar de therapeut zei juist: âDoe dat niet, want dat voelen ze.â We legden dus altijd alles uit en namen ze overal mee naartoe, ook naar de bestralingsruimte. En we lazen ze nooit voor uit Nijntje, maar uit boekjes over Chemo Casper, Radio Robbie en afscheid nemen.â
In die periode spreken Thomas en Linda ook hun wens uit om nog een keer zwanger te worden. Thomas is enorm positief ingesteld en hoopt de geboorte van Mynth nog mee te maken. âMaar op de dag dat we het hartje van ons kindje voor het eerst hoorden kloppen, vertelde de arts dat Thomas nog maar een paar weken te leven had. Toen wisten we dat hij Mynth nooit zou leren kennen.â
Thomas wordt steeds zieker. Hij ziet en loopt slechter. Linda moet hem daarom bij van alles helpen: traplopen, brood smeren, drinken inschenken. Veel dingen worden ook te gevaarlijk, zoals de kinderen naar school brengen, tot Thomasâ grote verdriet en frustratie.
âs Nachts heeft Thomas veel pijn. âIk hoorde hem kermen en door het huis strompelen. Zijn lijf was gewoon opâ, vertelt Linda, die zelf geen oog meer dicht doet, uit angst dat Thomas iets overkomt.
'Tof hè, in een ambulance, wie maakt dat nou mee?'
Als Thomas op een dag bijna van de trap valt en plotseling in elkaar stort, neemt Linda een besluit: Thomas moet naar een hospice, want Linda is op en voor Thomas is het thuis te gevaarlijk. Na een paar dagen rondbellen, kan hij terecht in dezelfde hospice als waar zijn moeder jaren geleden overleed.
âHet ging ineens allemaal heel snel. Binnen een kwartier zou de ambulance hem al ophalen. Met de kinderen maakte ik er maar een feestje van. Ik vroeg welke knuffel ze aan papa mee wilden geven en zei: âTof hè, in een ambulance, wie maakt dat nou mee?ââ
Een dag later komt Thomas nog een keer thuis, om Noahâs verjaardag te vieren. âDat wilde hij per se nog meemaken. Na tweeĂŤnhalf uur moest hij weer terug naar de hospice. Thomas wilde zelf over de drempel van het huis stappen, de ambulance in. Iedereen besefte: Dit is de laatste keer dat hij thuis is geweest. Dat is heel gek. Met zân allen sta je dan even te janken.â
Eenmaal in de hospice gaat Thomas snel achteruit. Binnen drie dagen kan hij niet meer lopen en is hij niet meer zelfredzaam. Linda gaat elke dag naar hem toe en zorgt er met Thomasâ broer en vrienden voor, dat Thomas nooit alleen is.
'Ik houd zoveel van jou'
Ook de dag dat Thomas en Linda een jaar zijn getrouwd, is Thomas erg moe. Linda zegt tegen hem: âGa maar lekker slapen, ik maak je wel wakker als we gaan eten.â Maar als het zover is, krijgt Linda hem niet wakker. Thomas trilt en krijgt een epileptische aanval, en later die nacht nog twee. Omdat hij extra medicijnen krijgt, is het maar de vraag of Thomas nog wakker zal worden.
Linda: âDe volgende ochtend hield ik Thomasâ hand vast en zei tegen hem: âIk houd zoveel van jou.â En toen kneep hij in mijn hand en zei hij: âNee, ik meer van jou.â Dat waren zijn allerlaatste woorden aan mij.â
Drie dagen vecht Thomas om in leven te blijven. Dan is het op. âGelukkig was zijn laatste uurtje heel vredig. Vlak voordat hij zijn laatste adem uitblies, ben ik in zijn armen gaan liggen. En zo is hij gestorven, al knuffelend. Het gekke is dat ik tot die tijd telkens dacht: âGa maar. Het is goed.â Maar toen het zover was, schreeuwde alles in mij: âHet is helemaal niet goed!â
Als Linda iets later de kinderen meeneemt naar hun vader, gebeurt er iets bijzonders. âZe stormden op hem af, klommen boven op hem en knuffelden hem. Toen Thomas nog leefde, kon dat niet, want alles deed hem zeer. Nu konden ze hem geen pijn meer doen. Ze waren totaal niet bang voor een overleden lijf. Het was gewoon papa. Dat vond ik zo aandoenlijk.â
'Waarom zou ik opstaan? De dag wordt toch niet mooi'
De overgang daarna is groot: van jarenlang intensief zorgen en deadlines halen naar een grote leegte. Linda heeft soms geen zin om op te staan. âWaarom zou ik? De dag gaat toch niet mooi worden. Maar dan komen Noah en Faya bij me op bed liggen en zeggen: âKom mam, we gaan naar de dierentuin.â Dan zie ik die vrolijke gezichtjes en besef ik dat er nog heel veel is om wel voor op te staan.â
Linda moet erg wennen aan de stilte thuis, nu de spraakzame Thomas er niet meer is. Maar ze weigert om die stiltes op te vullen met muziek of de radio. âDan verbloem ik eigenlijk hoe lelijk het leven is. Als ik me nu al verstop voor alles wat ik door moet maken, heb ik daar later alleen maar meer last van. Dus laat maar komen, want straks moet ik er voor drie kinderen zijn.â
Alle eerste keren vallen Linda zwaar, zoals de kinderen weer naar school brengen na de zomervakantie. âIedereen zei: âFijn hè, het normale leven begint weer.â Maar voor ons is niets normaal. Op het schoolplein zie je allemaal gezellige gezinnetjes, inclusief papa. Dat hebben wij niet en dat is heftig.â
Nu de kleine er bijna aankomt, merkt Linda dat ze emotioneel ruimte moet maken in haar hoofd. Ze heeft vorige week daarom zijn kleding en andere spullen opgeborgen. En ze heeft alle rouwkaarten van de deur afgehaald. âDie zijn heel mooi, maar je leest wel de hele dag door âDe hemel is een ster rijkerâ en âVeel te jong gegaanâ. Ik wil me daar nu iets minder mee confronteren als het niet hoeft.â
'Ik ben zo dankbaar dat ik van hem nog een kind mag krijgen'
Linda kijkt erg uit naar de komst van Mynth. Maar de bevalling zal dit keer wel extra pijnlijk zijn, vooral emotioneel, zonder Thomas. âMijn moeder is er wel, maar dat is toch anders dan je partner. Ik kan niet tegen hem zeggen: âKijk, dit is je zoon.â Thomas kan zijn eigen kind niet aangeven en niet meebeslissen over het geboortekaartje. Dat doet wel wat met me. Aan de andere kant ben ik zo dankbaar dat ik van hem nog een kind mag krijgen. Dat er zoveel van hem in mijn leven is en zal blijven.â
Tegen de periode na de bevalling ziet Linda wel een beetje op. Hoewel er een heel bataljon aan vrienden en familie klaar staat om Linda straks te helpen, moet ze de verzorging wel grotendeels in haar eentje doen: âElk flesje, elk huiltje. Daar kijk ik niet naar uit. Dan voel ik me wel heel eenzaam.â Maar ze troost zich met wat Thomas tegen haar zei: âAls iemand in haar eentje drie kinderen kan opvoeden, dan ben jij dat wel.â
Voorlopig durft ze niet ver vooruit te kijken. ââVoordat Thomas ziek was, deed ik dat wel. Ik zag ons samen oud worden en rollator-gevechten houden. Nu kijk ik naar de geboorte uit en het overleven daarna. Ik probeer vooral overeind te blijven, zodat ik goed voor mezelf en de kinderen kan blijven zorgen. De rest komt wel.â
Linda schiet vol. âDe mooiste persoon in mijn leven is weg. Soms kan ik dat nog niet eens beseffen. Ik hoop dat ik ooit weer wakker wordt uit deze vreselijke droom die voor mij realiteit is.â
'Het is allemaal niet zo mooi zonder hem'
Ondanks het verdriet zijn er ook momenten dat Linda weer kan genieten. Al voelt ze zich daar vaak schuldig over. âIk mag niet lachen van mezelf, want er is zoiets treurigs gebeurd. Het besef dat ik blijkbaar ook blij kan zijn zonder Thomas, voelt niet okĂŠ.â
Langzaam slijt dat schuldgevoel wel een beetje, ook omdat Linda weet dat Thomas het vreselijk zou vinden als ze zichzelf zo zou kwellen. âIk zei altijd dat ik het gelukkigste meisje op de wereld ben. Dat kwam door Thomas. Het is allemaal niet zo mooi zonder hem.â
Linda wijst op een kussentje op de bank. âThomas zei vaak tegen me: âOok al ben ik er straks niet meer, koester wat je nog wel hebt.â Twee weken na zijn dood ging ik naar een woonwinkel om een vaas te kopen. Het eerste wat ik zag, was dit kussen met de tekst: âKoester wat je hebtâ. Die moest ik gewoon kopen. Ze grinnikt. âThomas heeft hier vast iets mee te maken, dat kan niet anders.â
De redactie van Ik mis je sprak Linda toen ze nog zwanger was. Zondag 21 november 2021 is Linda bevallen van zoon Mynth. Beiden maken het goed.


Headerfoto: Cindy Doorman