Ga naar submenu Ga naar zoekveld

Hanneke verliest haar client: ‘Wie mist hem nu eigenlijk?’

12 augustus 2022 · Leestijd 8 min

Als het leven van Hannekes* cliënt Peter* plotseling eindigt, wordt zijn casus afgesloten. Het lijkt bijna alsof hij nooit bestaan heeft. Maar Hanneke zag een mooi mens achter zijn onverzorgde uiterlijk. Wie mist hem? “Nou, ik.”

Hanneke (40) stapt binnen in het warme huis van haar nieuwe client. De ramen zitten dicht en ze ruikt dat er binnen stevig gerookt wordt. Er staat een bank, een tafel, een TV en een stoel, niet bepaald gezellig. En daar, midden in de rommel, zit Peter. Een hartelijke man van in de 50. “Maar hij was ook sceptisch, want voor hem was ik de zoveelste die hem in beweging probeerde te krijgen.”

Hanneke is sinds augustus 2021 ambulant begeleider bij Stichting Ontmoeting. In haar werk komt ze thuis bij mensen die aan de rafelrandjes van de samenleving leven. “Het was voor mij een wereld die openging. Iemand zoals Peter kom je wel eens tegen op straat. Je hebt dan de neiging om met een grote boog om hem heen te lopen. Hij ziet er niet verzorgt en fris uit. Maar ineens kwam ik wekelijks bij hem over de vloer.”

Scherpe humor

Hanneke kijkt door Peters onverzorgde uiterlijk heen. “Peter was een intelligente man. Hij was gevoelig, vriendelijk en hij had veel humor.” In dat gevoel voor humor vinden Hanneke en Peter elkaar.

“Als ik nu over hem vertel, krijg ik een glimlach op mijn gezicht. Bij een lastig gesprek haalde de humor de spanning uit de lucht,” vertelt Hanneke. Peter kan heel scherp zijn, en Hanneke reageert op haar beurt scherp terug. “Soms dacht ik: oei, ben ik niet over de schreef gegaan? Maar Peter zei: ‘Ik mag die grote bek van jou wel.’”

'Soms vroeg ik me af wie hier nu de hulpverlener was'

Hanneke voelt aan dat ze Peter niet te veel moest pushen. “Ik koos ervoor om naast hem te zitten. Letterlijk, met mijn voeten in de puinhoop van zijn bestaan. We hadden mooie, wederzijdse gesprekjes over het leven. Soms vroeg ik me af wie hier nu de hulpverlener was,” grinnikt Hanneke. “Toen ik een keer ongemakkelijk ging verzitten, vroeg hij: ‘Voel je je soms niet op je gemak?’ Dan kon ik eerlijk zeggen dat dat eigenlijk wel klopte. Hij zei regelmatig: ‘Jij wil mij tenminste niet veranderen.’ Zulk contact werd het fundament van onze band.”

Peter is verslaafd. “De moeilijke dingen in zijn leven waren voor hem te overweldigend, en met zijn verslaving hield hij dat behapbaar. Hoe meer hij onder invloed was, hoe vriendelijker hij werd. Soms had hij zoveel gebruikt dat een normaal gesprek voeren niet mogelijk was.” Toch was er sprake van wederzijds respect. “Hij rookte bijvoorbeeld niet in huis waar ik bij was. Als hij toch wou roken, gingen we even naar buiten.”

Hondenvoer

“Ik probeerde Peter zover te krijgen om beter voor zichzelf en zijn huis te zorgen. Peter had geen dagbesteding. Hij wilde eigenlijk wel een betaalde baan, maar door de omstandigheden in zijn leven lukte dat niet. Structuur, zorgen voor jezelf, afspraken nakomen… Peter vond zichzelf ook niet zo tussen de mensen passen. Hij had weinig eigenwaarde, en ik denk dat hij zich misschien niet welkom voelde.” Als Hanneke vraagt of hij het niet leuk zou vinden om eens een praatje te maken met mensen, zegt hij: ‘Laat me maar, ik vind het prima zo’.

Maar volgens Hanneke heeft Peter altijd iets te vertellen. Zo maakt hij regelmatig een praatje met zijn buren. “Peter deed geen vlieg kwaad, en de buren hielden hem een beetje in de gaten. Een buurtbewoner zei weleens: ‘Peter, geen gedonder hier. Want dan zet ik je op Marktplaats.’ Peter kwam dan wel drie keer terug om te vragen: ‘Dat ga je toch niet echt doen?’”

De twee spreken ook wel eens over de dood. “Ik vroeg hem wie ik kon bellen als hij overleed, of wat hij zou willen als hij overleed. Peter zei dan: ‘Ze draaien me maar door het hondenvoer heen’. Hanneke maakt er eerst een grapje van: “Joh, ik denk niet dat de honden jou lekker vinden.” Maar ze verzekert hem ook: “Dat gaan we niet doen. Jij bent waardevol voor mij.” Maar Peter blijft onverschillig: “Graaf een graf, gooi me in zee, het maakt me niet uit. Dan ben ik er niet meer.”

Peters lichaam ziet er op uit, door zijn verslaving. Sinds Hanneke bij Peter over de vloer komt, heeft ze een onderbuikgevoel: “Wanneer komt de dag dat ik je vind?”

Niet thuis

Op een dag in mei probeert Hanneke Peter te bellen om hun afspraak te verzetten. Hij neemt niet op. “Dat gebeurde regelmatig. Ik heb nog een paar keer gebeld maar kreeg hem niet te pakken.” Een paar dagen later belt ze Peter nog eens, maar weer krijgt ze geen gehoor. “Ik had er een slecht gevoel bij, en ben meteen naar zijn huis gereden. Ik reed een andere route dan normaal, de route die hij dagelijks loopt van de supermarkt naar zijn huis. Misschien tref ik hem daar nog, dacht ik.”

Maar Hanneke komt hem niet tegen. Op Peters voordeur zit een briefje, vastgeplakt met pleisters: ‘De sleutel ligt bij de buren, voor meer informatie kunt u de politie bellen.’ Dus loopt Hanneke naar de buren.

'De post lag nog zoals ik het op een stapel op tafel had neergelegd'

“Peter is er niet meer,” vertelt de buurtbewoner haar. “We hebben hem gisteren dood gevonden.” Hannekes eerdere onderbuikgevoel klopt. “Peter liep iedere dag naar de supermarkt, maar de buren hadden dat dagelijkse loopje gemist. Twee dagen later besluit een van de buurtbewoners poolshoogte te nemen, maar Peter leek niet thuis. Hij keek door de brievenbus, zag post liggen en ging naar binnen. Daar lag Peter, naast de bank. Hij was heel plotseling overleden en van de bank gegleden, terwijl hij ergens mee bezig was. Hij had nog een pen in zijn hand.”

Hanneke gaat nog één keer het huis van Peter in. “Dat deed me goed, het was mijn afscheid van Peter. Ik kon zien: je bent er niet meer. Hier hebben we heel wat uurtjes gezeten, gelachen, en geprobeerd er wat van te maken. Ik hoop dat je in vrede bent gegaan. Alles zag er rustig uit. De post lag nog zoals ik het op een stapel op tafel had neergelegd.”

Hanneke vraagt zich af: Wie mist hem nu eigenlijk, behalve ik? Dan denkt ze aan de supermarkt waar Peter dagelijks kwam. Ze besluit erheen te gaan en omschrijft Peter. “Ik had nog geen drie dingen benoemd en ze wisten meteen wie hij was.” Hanneke vertelt dat hij overleden is. “Ze hadden hem al gemist en vonden het fijn dat ik even langskwam. Ik denk dat zij echt van betekenis waren. De kassamedewerkers zijn soms de enigen die een stukje vriendelijkheid geven, door oogcontact en een praatje.”

Waardig afscheid

De gemeente regelt de uitvaart van Peter. Hanneke wordt ook uitgenodigd. “Het was echt heel bizar om met zo’n klein groepje bij elkaar geplukte mensen afscheid te nemen. Niemand had een écht persoonlijke relatie met hem. Er waren een aantal dragers, de begrafenisondernemer, de buren van Peter en mijn collega en ik. We mochten hem begeleiden naar zijn graf.”

“De begrafenisondernemer sprak waardig en met respect over Peter, dat raakte me. Hij vroeg of iemand nog iets wou zeggen bij het graf, en dat heb ik gedaan. Want ik vond Peter een machtig mooie kerel. Jou wil ik niet zomaar laten gaan, dacht ik. Ik wil dat je naam genoemd wordt. Ik sprak over de mooie dingen die ik in hem zag, de mooie momenten, en ik bedankte hem voor wie hij was.”

Ze laten de kist een stukje zakken, en het is tijd voor een laatste groet. “De begrafenisondernemer maakte een buiging. Wauw. Dat ontroerde me diep. Ach, Peter, jongen, als je dit eens wist… Dat we hier nog met een stuk of acht mensen staan voor jou. Iemand zei: nu is er geen verschil meer. Of je nou die eenzame, vervuilde verslaafde was, of je bent rijk en altijd gezond geweest. Iedereen wordt op de begraafplaats met dezelfde waardigheid en respect behandeld. En dat heb ik gezien.”

'Eigenlijk worden mensen zoals hij van de kaart geveegd als ze overlijden'

Omdat niemand aanspraak maakt op de erfenis, wordt Peters huis ontruimd en zijn spullen vernietigd. “Eigenlijk worden mensen zoals hij van de kaart geveegd als ze overlijden. Op zijn graf staat ook geen naam. Ik heb daarom een mooie grote kei uit mijn tuin gehaald, waarop mijn man en ik Peters naam laten graveren. Die leg ik binnenkort op zijn graf.”

“Telkens als ik bij Peters huis in de buurt ben, denk ik even aan hem. Hij liet me zien dat de mensen waar je liever bij uit de buurt blijft, juist een stukje vriendelijkheid nodig hebben.

Peter leerde mij dat je eigenheid niet kapot te krijgen is, ondanks alles. Het mooie wat je in je hebt, raak je nooit echt kwijt.”

Laatste foto | ‘Ik stond bij Jordy’s bed en zei: Laat me alsjeblieft los’

Lees ook over:

Laatste foto | ‘Ik stond bij Jordy’s bed en zei: Laat me alsjeblieft los’
Laatste foto | ‘Ben was de broer die ik nooit heb gehad’

Lees ook over:

Laatste foto | ‘Ben was de broer die ik nooit heb gehad’

*I.v.m. de privacy van Peter zijn Hanneke en Peter gefingeerde namen. De echte namen zijn bij de redactie bekend.

Geschreven door

Hedi

Misschien ook wat voor jou

Ontvang bemoedigende artikelen en verhalen in je mailbox

We sturen je elke week een selectie van indrukwekkende verhalen en inspirerende artikelen.

E-mailadres

Lees ook onze privacyverklaring.

--:--