Blog Patricia | Waarom praten over groot verdriet soms moeilijk kan zijn

Patricia noemt graag de naam van haar overleden dochter Mikki, omdat ze dan weer voor even zichtbaar haar moeder kan zijn. Maar ze ontdekt dat haar zoon op een heel andere manier met het verlies omgaat. Hoe weten ze elkaar te vinden?

Op een doordeweekse dag zit ik samen met mijn vijftienjarige zoon in de auto. Het halfjaarlijkse tandartsbezoek zit erop en we zijn allebei opgelucht. Geen gaatjes deze keer. Met een tevreden en saamhorig gevoel rijden we terug naar huis.

Bij de halfjaarlijkse controle hoort ook het bezoekje aan de mondhygiëniste. Ze is nieuw in de praktijk en weet dus niets van wat ons afgelopen jaar voor verdrietigs overkomen is. Na een tijdje gezellig kletsen vraag ik mijn zoon of hij haar nog over Mikki heeft verteld. Hij schudt zijn hoofd en zegt nee.

De stemming slaat om

Het valt even stil en dan vertel ik hem dat ze heeft gevraagd hoeveel kinderen ik heb. Mijn zoon gaat rechtop in zijn stoel zitten en wil weten wat ik daarop heb geantwoord. De vrolijke stemming in de auto slaat langzaam om, maar ik heb het nog niet door. Ik vertel hem wat ik haar heb gezegd. Dat ik naast twee grote zoons, nog een dochtertje heb. Dat ze Mikki heet, maar niet meer leeft, dat ze zes jaar is geworden en hoe we haar missen. De mondhygiëniste was zichtbaar geëmotioneerd.

‘Ik wil er niet altijd over praten zoals jij dat doet, mam’

Naast mij hoor ik een diepe zucht. ‘Mam, waarom vertel je dat dan ook tegen haar?’ Hij klinkt geïrriteerd. Verbaasd over zijn reactie vraag ik hem wat hij dan zou hebben gezegd.

‘Nou gewoon, dat ik een broer heb.’ Hij zegt het op een toon alsof dit het enige logische antwoord is.

Ik schrik en ben gekwetst dat hij niet aan anderen over Mikki vertelt, alsof ze niet bestaan zou hebben. De sfeer in de auto is nu volledig omgeslagen. Er gaan enkele verwijten over en weer. ‘Ik wil er niet altijd over praten zoals jij dat doet, mam.’ Ik weet hier niets meer op te zeggen en de rest van de autorit zitten we zwijgend naast elkaar.

‘Ik krijg een brok in mijn keel en voel spijt’

Thuisgekomen loopt hij meteen naar zijn kamer en ga ik naar de keuken om een kopje thee te zetten. Ik zie dat de aansteker niet op de vaste plek naast het gasfornuis ligt. De slaapkamerdeur van mijn zoon staat op een kier en mijn oog valt op de foto van Mikki op zijn bureau. Er staat een waxinelichtje voor, met daarnaast de aansteker die ik zocht. Ik krijg een brok in mijn keel en voel spijt.

Kaarsje branden

In gedachten ga ik terug naar de autorit en speel ons gesprek opnieuw af, maar nu met wat ik eigenlijk had willen zeggen. Dat ik het fijn vind om over Mikki te praten, omdat ik dan weer even zichtbaar haar moeder kan zijn. Vervolgens zou ik hem zonder verwijten vragen hoe dat voor hem is. En ongeacht wat hij had geantwoord, had ik begrepen dat praten over groot verdriet soms moeilijk kan zijn. Dat een kaarsje branden soms meer zegt dan woorden.

Voorzichtig kom ik zijn kamer binnen en vraag of ik het kaarsje mag aandoen dat hij naast haar foto heeft gezet. Hij knikt en het voelt alsof we elkaar weer verstaan.

Bekijk ook