Blog Joni | Afscheid van opa

Joni gaat op bezoek bij haar lieve opa in het hospice. Als ze hem in bed ziet liggen, beseft ze dat dit misschien de laatste keer is dat ze kunnen uitspreken hoeveel ze van elkaar houden.

Met mijn moeder naast mij in de auto rijd ik de wijk in. Als we linksaf slaan, rijden we de straat in waar we jarenlang samen met mijn vader en mijn zusjes woonden, voordat mijn jonge vader overleed.
Als we rechtsaf slaan, rijden we het terrein op van het hospice. Daar heeft de al erg oude vader van mijn vader, mijn opa, sinds het begin van deze week een kamertje.

Herinneringen

We slaan rechtsaf en parkeren de auto. Mijn moeder en ik kijken elkaar even aan. Er zijn geen woorden voor nodig om te zien dat we het moeilijk hebben. Er komen veel herinneringen naar boven, herinneringen aan mijn vader. Maar ook verdriet om het gemis van mijn vader. De gedachte dat we over een poosje ook mijn opa moeten missen, maakt dat er even een traantje weggepinkt moet worden.

Na een knipoog naar elkaar stappen we de auto uit. Opa is immers ook zo’n doorzetter. Een vrolijke man die niet schroomt om op de moeilijke momenten een grapje te maken. De lach op het gezicht van een ander is iets wat hem zo veel vreugde geeft.

‘We weten meteen dat dit bezoekje niet zal zijn zoals we hadden verwacht.’

Met een glimlach op ons gezicht lopen we naar binnen, maar zodra we opa’s kamer binnen stappen verdwijnt die lach al snel. We weten meteen dat dit bezoekje niet zal zijn zoals we hadden verwacht. De vrolijke man die je uitbundig omhelst zodra je op bezoek komt, reageert nu niet eens wanneer de zuster hem vertelt dat hij bezoek heeft. We wisten niet dat iemand in enkele dagen zo snel achteruit zou kunnen gaan.

Mijn moeder en ik gaan maar stilletjes aan het tafeltje op opa’s kamer zitten. Dan gaat haar telefoon en mijn moeder loopt naar de gang om te bellen. Op het moment dat de deur sluit, wordt mijn opa wakker. Hij ziet mij aan het tafeltje zitten en zoals altijd, verschijnt er op zijn gezicht een grote glimlach. Ik loop naar hem toe om hem te omhelzen, maar zo’n stevige knuffel als voorheen is het niet. Veel kracht zit er niet meer in het lichaam van die grote man.

Tranen

Ik zie aan hem dat hij nog zo graag van alles tegen mij wil zeggen. Maar hij krijgt de woorden niet meer over zijn lippen.
Ik pak zijn hand stevig vast en zeg hem dat ik wel weet wat hij graag wil zeggen. Dat hij eigenlijk, zoals altijd, wil vertellen hoe fijn het is me weer te zien. Mijn opa glimlacht en knikt zachtjes. Ondertussen staan de tranen in onze ogen.

Laatste woorden

Ik omhels hem nog nét iets steviger dan alle andere keren en zeg: ‘Ik hou zo veel van u, oop.’
Hij knijpt zachtjes in mijn hand. En dan fluistert hij toch nog iets terug: ‘Ik ook van jou. Heel. Erg. Veel.’

Gelijk daarna valt hij weer in slaap en laat hij mijn hand los. De tranen biggelen over mijn wangen.
Ik besef maar al te goed dat dit onze laatste woorden tegen elkaar kunnen zijn. En dat ik dit moment voor altijd zal blijven koesteren.

Bekijk ook