Blog Esther | ‘Tot in mijn volgende droom, Dennis!’

Esther droomt over haar man Dennis, die acht jaar geleden is overleden. In haar droom staat hij levensecht voor haar. Ze ratelt aan een stuk door over wat ze allemaal heeft meegemaakt sinds hij er niet meer is. Wat zou ze graag elke week de telefoon pakken en met hem bijkletsen. Kon dat maar…

De tijd vliegt. Acht jaar gaan we alweer zonder Dennis door het leven. Toch lijkt het ook alsof het gisteren was. Tot in detail herinner ik mij de dag dat hij stierf. Ik stond midden in het leven met mijn 33 jaar. De kinderen waren 3 en 6 jaar. We zouden nog zoveel leuke dingen doen samen. Helaas, daar stopte het. Wij gingen door, wij moesten door. Met z’n drietjes.

‘Hij stond ineens voor me’

Vannacht droomde ik over Dennis. Hij stond ineens voor me en in plaats van dat ik schrok, ratelde ik aan een stuk door. Ik wilde hem zo graag van alles vertellen voordat hij weer weg zou gaan. Ik moest hem alles vertellen wat ik in de afgelopen acht jaar had meegemaakt.

Isa en Stijn nu

Stijn en Isa

‘Isa is uitgegroeid tot een prachtige jonge vrouw.                                     
Stijn zit op voetbal en is fan van jouw cluppie.
Ik heb de halve marathon van Amsterdam gerend!
We hebben een tent gekocht en ik ben samen met de kinderen naar Frankrijk en Italië gereden. Stoer he?
Isa draagt jouw vest altijd in huis.
Mijn zusje heeft een zoontje, hij heet Tygo.
Stijn heeft het mountainbike-parcours van Schoorl met mij gefietst.
Isa heeft voor het eerst gezoend!
Ik heb een heel lieve man ontmoet en hij is ook nog eens heel leuk met de kinderen. Precies zoals jij het wilde.
Ik mis je nog steeds!’

Ratel

Ik ratel aan één stuk door. Dan schrik ik wakker. Helemaal buiten adem. Ik ben nog niet klaar! Ik wil nog zoveel vertellen.

Kon het maar

Dit gebeurt me zo’n beetje iedere week wel een keer en elke keer heb ik tijd tekort. Bij alles wat ik meemaak, denk ik: ‘Dit zou Dennis zo leuk vinden.’ Zelfs als ik met Rob, mijn nieuwe vriend, ben, denk ik vaak: ‘Kon Dennis hem maar ontmoeten en even met hem kletsen. Ze zouden het zo goed met elkaar kunnen vinden!’ Kon het maar. Kon ik maar elke week even de telefoon pakken en bijkletsen.

‘Wat zou hij trots zijn’

Ik hoop maar dat hij alles weet. Alles wat we meemaken, overwinnen en wensen. Ik hoop dat hij er altijd een beetje bij is. Wat zou hij trots zijn. Op ons alle drie.

Tot in mijn volgende droom, Dennis!

Bekijk ook