Rouw om de dood van een vriendin

Als je beste vriend of vriendin overlijdt, is dat een groot gemis en heeft dat veel impact. Maar dat de rouw om een vriendin ook ingewikkeld is, maakte Maartje mee toen zij haar vriendin Minke verloor.

Ik mis mijn vriendin

Ruim zeven jaar geleden overleed mijn vriendin Minke. Sindsdien mis ik haar. Logisch, want ze was belangrijk in mijn leven en ineens was ze er niet meer. Maar toch worstel ik ook regelmatig met de vraag in hoeverre ik haar nog steeds ‘mag’ missen.

Je kind blijft altijd je kind, en je vader of moeder is onvervangbaar. Maar veel vrienden blijven sowieso niet altijd in je leven. Sommige vrienden waar ik zeven jaar geleden close mee was zie ik nu helemaal niet meer. Hen mis ik eigenlijk niet. Maar Minke mis ik nog steeds.

“Er is iets ergs gebeurd”

Het moment dat ik ‘het’ hoorde staat me nog glashelder voor de geest. Ik stond in mijn woonkamer, bij de bank voor het raam en keek naar buiten. Ik droeg een halflange katoenen zomerjurk met lila bloemetjes die ik de vorige zomer in Kopenhagen had gekocht. Mijn haar hing los en was nog nat van het douchen.

Waarom weet ik niet, maar het beeld van mezelf daar bij het raam staat als een onuitwisbare foto in mijn geheugen gegrift. Alsof dat moment voor altijd een ‘voor’ werd, zoals alle herinneringen erna de ‘na’ werden.

Ik hoorde de stem van mijn man door de telefoon. “Er is iets heel ergs gebeurd. Het is Minke.” Gek genoeg wist ik meteen wat er was gebeurd. Ze was dood. Ze had zelf een einde aan haar leven gemaakt.  Het ‘hele erge’ was geen ongeluk, geen ziekte, maar ze had het zelf gedaan. Ik had daar nog nooit eerder over nagedacht, dat dat een optie was. Maar ineens leek het heel logisch. En verschrikkelijk. Het was gebeurd, ze had het gedaan, en ik kon er niks meer aan doen.

Vriendinnen

Minke en ik waren al sinds de middelbare school vriendinnen. Ze zat een klas hoger dan ik, maar we werden tot elkaar aangetrokken omdat we allebei een beetje anders waren. We waren niet zo lichtzinnig, dachten veel na én hadden gekleurd haar. Zij blauw, ik roze. En hoewel we allebei ook onze eigen groepen vriendinnen hadden; wij twee, wij hoorden bij elkaar. Tijdens veel logeerpartijen (waarbij we ’s nachts uit het raam klommen om naar de duinen te fietsen), middagen winkelen en concerten van onze favoriete bandjes werden we hecht. We praatten tegelijk veel en weinig. We wisten van elkaar wat we dachten van geloof en grote levensvragen, maar hoefden daar niet al teveel over uit te wisselen.

Natuurlijk wist ik van haar moeilijke tijden en haar worstelingen. Maar die worstelingen hoorden bij Minke. En ik accepteerde haar, en dus ook wat er bij haar hoorde. Had ik dat maar niet gedaan, denk ik nu.

Nooit had ik kunnen bedenken dat ze hierdoor écht niet meer wilde leven.

Onze vriendschap was vanzelfsprekend, net als haar aanwezigheid. Dat was ze tijdens de middelbare school, maar ook de jaren erna. We gingen studeren in dezelfde stad, kregen hetzelfde bijbaantje en vonden de liefde – met alle vreugde en ellende die daarbij hoorde. Soms spraken we elkaar tijden niet, soms was ons contact heel intensief. Ik was teleurgesteld toen ze meer met haar vriendje bezig was dan met mij – en zij toen ik in beslag werd genomen door mijn eerste baan.

Nooit dacht ik dieper over onze vriendschap na, want Minke – die was er gewoon. Natuurlijk vierden we elk jaar koninginnedag samen en uiteraard was zij er bij toen ik trouwde.
Het was mijn langste vriendschap en hoewel ik vriendinnen had die ik vaker zag, was Minke mijn beste vriendin. We hadden zoveel gedeeld dat ze gemiddeld genomen een van de belangrijkste personen in mijn leven was.

Ingewikkelde rouw

En toen was ze dood.

Mijn leven ging door, en dat van haar niet. Al snel werd ik even oud als zij was geworden, en het volgende jaar werd ik ouder. Ik kreeg een kind, en nog een. Twee kinderen die zij nooit gekend heeft. De tweede naam van mijn oudste dochter verwijst naar haar naam, als een soort groet naar boven. Zo voelt dat.

Inmiddels denk ik niet meer elke dag aan Minke. Maar ze zal altijd onderdeel van mijn leven blijven. Ik zal nog regelmatig denken ‘dat zijn echte Minke-sneakers’ of bij liedjes van Doe Maar terugdenken aan onze gekke dansjes. Ik zie haar zeker eens per maand nog ergens in de stad fietsen, om me meteen met een schok te beseffen dat dat natuurlijk niet kan.

“Soms vraag ik me af of we nog wel vriendinnen waren geweest”

Ik kan me haar niet ouder of volwassener voorstellen dan ze is geworden. En soms vraag ik me af of we nu nog wel vriendinnen waren geweest. Veel jeugdvriendschappen verwateren, dus misschien die van Minke en mij ook wel. Onze levens begonnen best wel uit elkaar te lopen. Ik weet niet eens zeker of ik haar nog wel mijn ‘beste vriendin’ kon noemen. Ik had haar teleurgesteld door zo op te gaan in mijn werk. Onze laatste afspraak had ik last-minute afgezegd en daar was ze best boos over.

Onuitwisbare vriendschap

Mag ik wel rouwen om iemand waarvan ik niet weet of ze nog mijn beste vriendin was? Ik heb het er vaak moeilijk mee gehad. Als ik zo verdrietig om haar was, dan had ik toch meer voor haar kunnen doen toen ze er nog wel was? En ik kreeg nieuwe vriendinnen om mee naar concerten te gaan, dus ‘mocht’ ik haar nog wel missen?

Sommige vriendschappen zijn voorbij doordat de tijd ons scheidde, doordat onze levens uit elkaar gingen, of gewoon omdat het verwaterde. Dat is bij Minke anders. Onze vriendschap is voor altijd op het punt blijven steken waar we afscheid namen.

En of we nu nog vriendinnen waren geweest of niet, juist door haar dood en de impact die haar dood op mij had is ze onuitwisbaar. En daardoor vervagen alle mooie herinneringen die ik aan haar heb nooit. En daar ben ik eigenlijk best blij om.

 

Tekst: Maartje Nitrauw

Bekijk ook