Een ‘onmogelijke’ zoektocht: Jorie (39) zocht haar doodgeboren tweelingzusje

Op 32-jarige leeftijd begint Jorie Horsthuis aan een zoektocht waarvan ze de uitkomst schuwt. Het wordt een reis die zeven jaar duurt, en die een deel van haar eigen geschiedenis blootlegt. Jorie gaat op zoek naar haar tweelingzusje, die overleed tijdens de geboorte. Ze schrijft er een boek over – ‘Noem haar naam’, dat uiteindelijk veel persoonlijker is dan dat ze aanvankelijk had bedoeld.

Cake bakken

Het moment dat voor Jorie alles anders wordt, begint voor haar op zesjarige leeftijd. Ze staat op een krukje bij het aanrecht, samen met haar moeder. Samen bakken ze een cake. Prompt zegt Jories moeder: ‘Ik moet je iets vertellen,’ en nog voordat ze een woord over haar lippen krijgt, begint ze te huilen.

‘Je bent eigenlijk een tweeling.’ Jorie staat deze gebeurtenis waarin haar moeder dit nieuws aan haar vertelt nog helder voor de geest. Het zijn de woorden die ze als kind moeilijk kon bevatten.

Het nieuws voelt spannend en bijzonder: ‘Ik heb een zusje en ze lijkt op mij!’ Maar het is ook verdrietig: haar ouders spreken er nauwelijks over en áls het ter sprake komt, gaat het altijd gepaard met heftige emoties. Eén ding moet Jorie beloven: de naam van haar tweelingzusje mag ze nooit tegen iemand vertellen.

‘Ik mocht de naam van mijn tweelingzusje nooit vertellen’

Zwijgen

Waar ze in haar kindertijd haar vriendinnetjes nog trots vertelde dat ze een tweelingzusje had, begint in haar pubertijd het grote zwijgen. Jorie: ‘Ik deed alsof mijn zusje er nooit was geweest. Ik wilde mijn ouders niet onnodig pijn doen.’

Jarenlang spreekt Jorie niet over haar zusje. Het moment dat een jeugdvriendin bevalt van een baby die vlak daarvoor in de buik is overleden, zet Jorie aan het denken. Ze besluit op zoek te gaan naar antwoorden op vragen die al die jaren in haar hoofd spoken.

Zoektocht

In de rol van journalist stelt ze vragen die ze als kind nooit durfde te stellen. Jorie vertelt: ‘Als kind had ik veel vragen. “Waarom is mijn zusje doodgegaan? Leek ze op mij? Wat is er met haar gebeurd?”.’ Met de spreekwoordelijke journalistieke pet op durft Jorie deze vragen wel te stellen.

Jorie besluit in gesprek te gaan met haar ouders en broers. Jorie: ‘Mijn oudste broer was aanvankelijk niet zo enthousiast over mijn idee. Ik moest het verleden niet zo oprakelen, was zijn mening.’ Jorie begrijpt dit wel. ‘Hij wilde dat de harmonie in ons gezin niet verstoord werd. Maar ik wilde dat mijn zusje bestaansrecht kreeg. We hadden immers al 32 jaar gedaan alsof ze niet bestond.’

‘Al die jaren deden we alsof mijn zusje niet bestond’

Het boek brengt Jorie bij pathologen, verloskundigen, gynaecologen en wetenschappers. Het geeft inzicht wat er tot ver in de jaren ’80 gebeurde met doodgeboren kinderen. Maar beter nog: Jorie vindt een deel van haar levensverhaal terug.

Ontdekkingen

Zo spoort Jorie een pathologisch rapport op waarin waardevolle informatie staat over de doodsoorzaak van haar zusje en spreekt ze met de gynaecoloog die bij de bevalling aanwezig was. Ook ontdekt Jorie dat haar zusje is gecremeerd, en waar dat is gebeurd. Jorie: ‘Het was fijn om concrete aanknopingspunten te hebben. Ik had iets om over te rouwen.’

‘Concrete aanknopingspunten hielpen in mijn rouwproces’

‘Niet elk nieuw antwoord bracht vreugde’, vertelt Jorie. ‘Soms zag ik als een berg op tegen de gesprekken met professionals. Ik was bang dat de waarheid een nieuwe emotionele klap zou veroorzaken en dat ik mijn familie zou meezuigen in het verdriet.’

Eenzaam

Elke nieuwe ontdekking deelt Jorie met haar ouders, die tijd nodig hebben voor de verwerking daarvan. Daardoor vangt Jorie bij het horen van nieuwe antwoorden zelf de eerste klappen op. Jorie blikt terug: ‘Ik had genoeg mensen bij wie ik mijn verhaal kwijt kon, maar niemand snapt hoe het voelt als je je tweelingzusje hebt verloren. Laat staan als je haar nooit hebt gekend. Die ervaring kon ik met niemand delen.’ Jorie is even stil voor ze verder gaat. ‘Ja, dat is wel eenzaam ja.’

Wat niet meehelpt, is dat er in de wetenschap weinig literatuur te vinden is over het verlies van een broertje of zusje. Jorie beschrijft: ‘Als je partner overlijdt, ben je weduwe of weduwnaar. Als je ouders overlijden, ben je wees. Maar als je een broertje of zusje hebt dat is overleden, dan is daar geen woord voor.’

‘Er bestaat geen woord dat het verlies van een broer of zus beschrijft’

Jorie denkt even na, dan: ‘Als je het gemis van een broer of zus niet makkelijk onder woorden kan brengen, kun je het ook niet makkelijk erkennen. Grappig dat we het hier over hebben; ik heb via Onze Taal een oproep gedaan om een woord te vinden voor degene die een broer of zus verloor. Daar zijn enorm veel reacties op binnengekomen. Ook in andere talen is hier geen woord voor. Dat kan anders, vind ik.’

Noem haar naam

Veelvuldig krijgt Jorie de vraag of je wel kunt rouwen om iemand die je nooit hebt gekend. Jorie: ‘Op die vraag weet ik nog steeds geen antwoord. Ik ben blij dat ik deze zoektocht ben aangegaan. Mijn zusje is erkend in ons gezin. We kunnen er over praten. En het boek – ‘Noem haar naam’ – is zowel letterlijk als figuurlijk uitgekomen.’

Fotografie: © Ruud Pos

Jorie Horsthuis (1981) is journalist en politicoloog. Ze schrijft onder meer voor de Volkskrant, De Correspondent en De Groene Amsterdammer. Ook doceert ze aan de Universiteit van Amsterdam. Noem haar naam: Op zoek naar een zusje dat er nooit is geweest is haar tweede boek.

Bekijk ook