Column Nico | ‘Dat gezang mot ik niet!’

In een verpleeghuis heeft Nico gesprekken met Mevrouw de Bruine. Ze is dement, wordt steeds zieker en zegt al weken niets meer. Als Nico besluit een oud gezang voor haar te zingen over het naderende overlijden, gebeurd er wel iets heel bijzonders..

Mevrouw de Bruine is dement

Ik heb een poosje in een verpleeghuis een geestelijk verzorger vervangen. Ik moest mensen opzoeken en spreken die ik niet kende. Bij lichamelijk zieke mensen was dat geen probleem. Die vertelden zelf wel van alles en nog wat. Bij demente mensen was dat wél lastig. Ik had bij die mensen geen idee hoe zij zich in hun gezonde dagen al dan niet verbonden voelden met God. Reeds enige malen was ik bij een demente mevrouw op bezoek geweest. Ik weet niet meer hoe ze heette, dus ik kan met een gerust hart over mevrouw De Bruine praten.

‘Elke week leek ze nog stiller en magerder te zijn geworden.’

Ik weet nog wel dat ze zelf in haar jonge jaren verpleegkundige geweest was. Het ging, toen ik bij haar kwam, niet goed met haar. Ze lag de laatste weken alle dagen op bed. Ze reageerde nergens meer op. Ze bewoog steeds minder. Ze werd steeds magerder. Ik was er zo van overtuigd dat ze niet lang meer te leven had, dat ik niet de moeite nam om daarover te overleggen met het personeel van het verpleeghuis. Elke week leek ze nog stiller en nog magerder te zijn geworden.

Door gezang gewekt

Na mijn, mogelijk laatste bezoek aan haar, las ik, zoals altijd uit de bijbel. Mijn gewoonte was ook om te zingen bij zieken. Expres voor deze mevrouw had ik het oude gezang uitgezocht: ‘De dag door Uwe gunst ontvangen is weer voorbij, de nacht genaakt.’ Ik was van plan om er iets bij te zeggen over het einde van de levensdag en de naderende nacht van de dood. En dan wilde ik uiteraard nog met weinig woorden iets vertellen over de nieuwe dag bij God.  Je weet immers nooit wat demente mensen nog oppikken van wat je zegt.

Zover kwam het niet. Nadat ik drie woorden gezongen had, opende mevrouw De Bruine, die al weken niets tegen mij gezegd had, haar ogen en zei bits: ‘Dat gezang dat mot ik niet!’  Haar ogen en mond gingen weer dicht. Ik heb niet nagevraagd  uit welke kerkelijke traditie deze mevrouw kwam. Misschien was ze alleen maar psalmen in de oude berijming gewend. Dit gezang wekte haar, ondanks dat, weer tot leven. U zult het geloven of niet: een paar dagen erna zat ze weer in de huiskamer. Haar levensdag was hier op aarde nog niet voorbij.

Bekijk ook