Laurina mist haar ouders en zoekt grond en een bodem voor haar bestaan

Laurina verliest al jong haar vader en haar moeder. Na een uitputtende periode van ‘hard rennen’ mindert Laurina vaart om de diepte in te gaan, om te gaan rouwen. Verschillende stemmen in haar hart maken het niet gemakkelijk: “Sommige dagen zijn ze geen minuut stil en proberen ze mij ervan te overtuigen dat ik het niet nog eens moet wagen om mezelf te verbinden aan anderen.”

Gedicht

Als de liefde niet bestond, zullen ze stilstaan de rivieren
en de vogels en de dieren, als de liefde niet bestond.

Als de liefde niet bestond, zou het strand de zee verlaten,
Ze hebben niets meer te bepraten, als de liefde niet bestond.

Als de liefde niet bestond, zou de zon niet langer stralen,
de wind zou niet meer ademhalen, als de liefde niet bestond.
Geen appel zou meer rijpen, zoals eens in het paradijs,
als wij elkaar niet meer begrijpen, dan is de wereld koud als ijs.
Toon Hermans

Rennen om niet platgewalst te worden

Toen de kanker ons huis binnenrolde, begon mijn tocht over een onbegaanbaar pad. Doordat mijn vader ziek werd; mijn moeder getroffen werd door kanker; mijn oma onverwacht stierf; papa de strijd verloor aan de dood en ook mama ophield met leven, werd ik midden op een gevaarlijke en onbekende weg gesmeten. Een weg die mijn rouwpad moest zijn. Of ik nu wilde of niet.

“Zo snel en goed als ik kon ben ik gaan rennen.”

Zo snel en goed als ik kon ben ik gaan rennen. Rennen om door al het geweld niet platgewalst te worden. Eerst van de weg af, telkens zoekend naar een andere afslag. De hoofdweg zou dodelijk zijn. Later rende ik in volle vaart vooruit, mee in de gehaastheid van de levensspits.

Ik had geen idee waar ik op af ging, maar ik kon niet anders dan mezelf vooruit te (laten) duwen door de stroom en onderdeel te zijn van de chaos. Het leven, met daarbij de vraag hoe ik verbinding en aansluiting kon vinden binnen de massa, eiste al mijn aandacht en energie op.

Stilstaan om te rouwen

Voorzichtig ontdekkend durfde ik mijn leefversnelling af en toe te laten zakken.  Totdat ik me durfde om te draaien, om met knikkende knieën en het hart in mijn keel, terug te reizen naar het begin. Om vanaf  dat startpunt de dood niet langer te ontkennen, maar om te gaan rouwen om wat mij was overkomen.

“De muren van een thuis zijn weggevaagd.”

Woordeloos heb ik stilgestaan bij de ravage die ziekte en dood hadden veroorzaakt. Ik heb de ruïnes recht in de ogen aangekeken, gezocht naar dat wat overblijft nu de muren van een thuis weggevaagd zijn. Ook heb ik geoefend om met een ander aanwezig te zijn bij de pijn en eenzaamheid die in mijn ziel huisden. Met alles in me, heb ik gezocht naar een bodem voor mijn bestaan. Een stuk grond om het fragiele leven aan te durven.

Stemmen in mijn hart

De stemmen van de poortwachters die mijn hart in al het geweld beschermen zijn luid. Sommige dagen zijn ze geen minuut stil en proberen ze mij ervan te overtuigen dat ik het niet nog eens moet wagen om mezelf te verbinden aan anderen. Ze fluisteren door de stemmen van anderen heen, ze schreeuwen door de stem van mijn eigen ziel heen.

Ze weten dat ze aan het verliezen zijn, terwijl ik soms vrees dat juist ik met mijn gezonde hart degene ben die verliest. De stemmen zijn kritisch; ze spreken destructieve taal; ze sabelen me neer; ze twijfelen over de kracht van volwassen Laurina.

“Als zij er niet waren geweest, zou ik er nu niet zijn.”

En dan ga ik met ze in gesprek, ik weerleg hun vragen, vecht tegen de neersabelende kracht, spreek geruststellende woorden. Ik geef al mijn energie aan hen. In de strijd die ik voer, vergeet ik hen zo vaak met een diepe buiging en tranen over mijn wangen te bedanken. Want als zij er niet waren geweest, zou ik er nu niet zijn.

Lieve, moedige overlevingsdelen, jullie mogen aan de kant. Jullie mogen in rust.
Stoere, krachtige poortwachters, jullie mogen gaan spelen.
Laat mij maar, vertrouw me maar. Ik red het wel, ik ga het redden.
De mensen zijn niet tegen mij, maar ze zijn me goedgezind.
Laat mij uitreiken. Laat me hun liefde ervaren.
Ik ben op dit moment niet in gevaar. Echt niet!

Ik heb toe moeten geven en de diepte in moeten gaan.
Om daar in de afgrond van dood en gemis mezelf te redden.

Bekijk ook