De sterfdag van mijn vader

29 januari is de sterfdag van Laurina’s vader. Liet ze eerdere jaren de dag gewoon voorbij gaan, dit jaar wil ze hem herinneren.

29 januari

Sterfdagen zijn voor mij echte markeerdagen. Momenten waarop ik – of ik nu wil of niet – stil sta bij de persoon die ik mis.
Door het overlijden van mijn ouders zijn er twee van die dagen in een jaar.  In de nacht van 28 op 29 januari overleed onze vader. In de nacht van 5 op 6 oktober stierf mama.

Inderdaad. Papa’s gedenkdag is vandaag.

Dertien jaar geleden was 29 januari een normale zaterdag. Maar twaalf jaar terug veranderde deze doodgewone datum in een sterfdag. Een dag waarover ik nu ieder jaar nadenk wat ik er mee aan moet. Soms is het simpelweg doorademen en overeind blijven. Een andere keer zit ik in de weerstand en vraag ik me af wat ik überhaupt met zo’n herinnerdag kan. En op andere momenten wil ik graag iets voor hem doen. Beseffend dat ik het vooral voor mezelf doe: mijn vader herinneren, zodat ik niet vaderloos opgroei.

Herinneringsdag

Dit jaar wil ik hem herinneren.

Allereerst denk ik aan de periode van ziek zijn. Ik herinner me de dag waarop mama mij vertelde dat papa ziek was. Dat de kanker ons huis niet voorbij was gegaan, maar een noodlanding maakte in ons gezin. Vond hij het zelf te moeilijk om het te vertellen? Was het voor hem te confronterend om aan zijn jongste kind uit te leggen dat hij misschien wel dood zou gaan? Of kon hij er gewoon niets mee en ging hij daarom maar het schuurtje verven?

Goed gedaan papa, zo doen mannen dat. Iets om handen hebben; bezig blijven. Zodat je niet hoeft te praten over datgene wat zomaar ineens je lijf verwoest en je leven overhoop gooit.

Vervolgens speelt de film van het overlijden zich af in mijn hoofd. In die bewuste nacht werd ik wakker gemaakt door een oudere zus, met de woorden: ‘Laurina, ’t gaat nu echt niet goed met voader (Zeeuws voor vader), maar je mag wel blijven liggen hoor.’ In eerste instantie heb ik me omgedraaid en wilde ik verder slapen. Ik hoefde er niets van te weten, onbewust wetend dat het juist nu foute boel was. Tot ik binnen vijf minuten later ook beneden zat. Te laat. Hij was al overleden.

Het spijt me Vôadertje. Ik durfde niet eerder afscheid van je te nemen. Ik wist niet hoe dat moest. Ik wist niet eens hoe ik in die laatste jaren moest laten zien dat ik van je hield. Maar je wist het wel, toch? Ik houd van je!

Trots

En ik denk aan de afgelopen tijd. Waarin hij zoveel gemist heeft. Jaren waarin ik hem zo vaak gemist heb. De trotse woorden die ik probeerde te zoeken bij anderen, omdat hij ze niet meer uit kon spreken. Dagen waarop ik mezelf afvroeg hoe het moet zijn om te leven met een levende vader. Of een levende ouder. Zou ik dan zijn wie ik nu was?

Lieve papa, ik red me wel. En raad eens: ik heb nog steeds jouw haar. Die krullen, waar je zo trots over sprak. Ze blijven een levend bewijs dat ik jouw dochter ben.
Jouw jongste blijf.

Bekijk ook