Blog Charlotte | Koos wilde karten, voor de eerste en laatste keer

Charlotte gaat met de jongens op vakantie. Onderweg komen de herinneringen van vorig jaar, toen Koos er nog bij was. Koos was doorlopend beroerd en voelde zich moe, maar was vastberaden om nog eens met hun zoons te gaan karten.

We gaan er een weekend op uit. Naar de Veluwe. Midden in het bos staat een idyllisch familiehuisje waar wij de komende zonnige dagen gaan doorbrengen.

Als we alle tassen, fietsen en boodschappen hebben ingeladen in het geleende busje, kunnen we vertrekken. De jongste naast mij voorin. De andere twee met de hond op de tweede rij.

We hebben er zin in. En tegelijkertijd voel ik diepe pijn en schurend verdriet van binnen. Met z’n vieren ons voorbereiden op een fijn weekend. Iedereen die goed meehelpt. Het lijkt zo kort geleden dat we dit met z’n vijven deden.

Trots

Koos zou hier zo van hebben genoten. Hij was dol op weekendjes er samen op uit gaan. Hij zou trots zijn dat we de voorbereidingen zo gemoedelijk met elkaar hebben getroffen en we nu op pad zijn.

De rouw die dit naar boven brengt laat ik over mij heen komen. Het is de pijn en het verdriet waard. Koos is het waard.

‘Het lijkt zo kort geleden dat we dit met z’n vijven deden’

Tijdens de autorit halen we herinneringen op aan onze vakanties in het boshuisje. Vorig jaar om deze tijd waren we met Koos in het boshuisje. Het was onze laatste vakantie met z’n vijven. Twee maanden voor hij overleed.

Koos voelt zich op dat moment doorlopend beroerd en ontzettend moe. Hij ligt het liefst op bed te slapen. Een uitstapje uit bed kost veel energie, de deur uit is eigenlijk veel te veel. Maar toch besluiten we het weekend weg te gaan. Koos heeft nog één laatste doel in zijn leven: met zijn drie jongens samen nog één blijvende herinnering maken.

Karten

De autorit naar de Veluwe breekt hem volledig op. Hij eindigt met een ronddraaiende maag en grote vermoeidheid in het bed bij het raam waar hij een prachtig uitzicht heeft op de vele bomen. Koos geniet hiervan op de momenten dat hij wakker is. Maar het bed is zijn basis tijdens het weekend, hij komt er een enkele keer uit om even in de kamer bij ons te zitten.

Behalve zaterdagmiddag.

Koos verzamelt zijn krachten, neemt een emmer mee op schoot voor zijn maaginhoud en met de jongens achterin de auto vertrekken we naar de kartbaan. Koos zijn wens is om met de jongens te karten. Het zal de eerste en de laatste keer worden. En Koos is van plan zijn jongens eens goed te laten zien hoe je dat doet, karten.

Koos zijn wens is om met de jongens te karten, voor de eerste en laatste keer

Ik zie hoe Koos worstelt om zich staande te houden wanneer hij de kartkleding aantrekt en naar de start loopt. Zodra Koos, de oudste en de middelste in hun kart plaatsnemen en de lichten op groen gaan kan ik mijn ogen niet geloven. Koos vertrekt in hoog tempo en is veruit de snelste van de baan.

Hij scheurt door de bochten, zwaait naar de jongste en mij, die vanaf de brug dit schouwspel enthousiast meebeleven. We genieten van dit ongelofelijke moment.

Laatste keer

Het blijkt de laatste keer te zijn dat ik Koos zo in zijn kracht zie. Zodra hij de kart uitstapt zie ik aan zijn gezicht en houding dat hij het zwaar heeft. Van tevoren bedachten we dat we na het karten nog even een snelle lunch konden nemen met elkaar. Maar Koos is door al zijn reserves heen.

We lopen naar de auto en rijden regelrecht naar het boshuisje. En Koos verdwijnt weer onder de dekens op het bed bij het raam.

Nu, een jaar later, rijden we opnieuw naar het boshuisje. Met z’n vieren. De oudste herinnert ons aan het kartavontuur van toen. In de herinneringsdoos thuis in de kast ligt het papier met de karttijden bewaard.

‘Mam’, begint hij, ‘weet je nog dat papa zo snel over de kartbaan racete vorig jaar? Hij had de beste tijden van die dag van alle karters. Maar weet je mam, als ik wat ouder ben wil ik weer naar die kartbaan. En dan ga ik papa eruit racen.’

Maak je borst maar nat, Koos. Je zoon gaat je ooit verslaan!

Bekijk ook