Column Nico | De meest onderschatte rouw

In zijn werk als geestelijk verzorger heeft Nico al veel rouwenden ontmoet. Onder al die mensen is er in zijn ogen één groep wiens verdriet het meest onderschat wordt: kinderen.

Verdriet besparen

‘Ik heb mijn kinderen niet verteld dat hun vader nu dood is. Ik heb gezegd dat hij voor altijd slaapt.’

De meest onderschatte rouw is de rouw van kinderen. De ouderen zijn daarvan vaak de oorzaak. De eerste fout die ouderen maken is dat ze kinderen verdriet willen besparen en ze daarom niet volledig informeren over wat eraan de hand is. Kinderen krijgen niet het echte verhaal te horen over papa die ziek is en kanker heeft en mogelijk snel gaat sterven. Over wat sterven is wordt misschien wel helemaal gezwegen.

‘Een klein kind dat alleen maar weet dat vader slaapt, zou zomaar kunnen bidden tot God of Hij papa wakker wil maken.’

Vervolgens overvallen de gebeurtenissen de kinderen die ze dan ook niet goed kunnen plaatsen. Kinderen kunnen echter volledig geïnformeerd worden, uiteraard op hun eigen denkniveau. Dat moet met liefde en warmte gebeuren. Dan mogen ze gewoon verdriet hebben. Bovendien bespaar je ze een vals denkbeeld over ziekte of dood. Een klein kind dat alleen maar weet dat vader slaapt, zou zomaar kunnen bidden tot God of Hij papa wakker wil maken. Of het kind kan zelf slecht slapen bij het idee dat papa het koud krijgt in zijn graf.

Verdriet negeren

De tweede fout die ouderen maken ten opzichte van kinderen is dat ze het verdriet van kinderen negeren. Dus eerst willen ze de kinderen verdriet besparen en daarna doen ze, als het toch komt, net of het er niet is. Dat werken die kinderen zelf in de hand, want ze spelen gewoon door. En ze gaan gewoon naar school. En ook op school praten ze niet over hun vader die gestorven is. Dat doen kinderen omdat ze de neiging hebben rouw voor zich uit te schuiven. Ze willen hun omgeving (met de ene overgebleven ouder) niet van streek maken.

‘André heeft gelukkig geen last van het overlijden van zijn vader. Hij gaat nog elke dag voetballen met zijn vrienden…’

Die omgeving trapt daar dan lelijk in. De mensen denken dat het wel meevalt met het verdriet. ‘André heeft gelukkig geen last van het overlijden van zijn vader. Hij gaat nog elke dag voetballen met zijn vrienden. Daar ben ik blij om. Ik vraag me zelfs af of hij nog wel aan z’n vader denkt!’ Dat zegt z’n moeder. Communiceerde ze daar maar over, maar dat doet ze niet want ze wil André niet van streek maken…

Wachten op die vraag

Zo moeten kinderen hun verdriet vaak eenzaam verwerken. De andere volwassenen weten wel dat André’s vader gestorven is. De meester op school is attent. Die vraagt af en toe aan hem: ‘Zeg André, hoe is het met je moeder?’ André geeft het gewenste antwoord en de meester is gerustgesteld. Alle volwassenen vragen aan kinderen die een ouder verloren hebben hoe het met de andere ouder is. Dat blijven ze trouwens doen. Zelfs als een dochter van vijftig haar moeder van 80 verloren heeft, vragen ze alleen maar: ‘Hoe is het nu met je vader?’ Een kind van tien en een kind van vijftig wachten echter ook op de vraag: ‘Hoe is het met jou?’ Zij hebben immers een ouder verloren. En dat doet toch zo’n pijn!

Bekijk ook