Blog Roel – Zo maar, plots

Roel verloor plotseling zijn zoon door een ongeluk. Het liefst zou hij alles op de bewuste avond van het ongeluk willen terugdraaien. Toch vindt hij, ergens tussen de regels van het politierapport door, troost.

Troost

Vier maanden geleden verongelukte mijn zoon Harm. En deze zaterdag zit ik met hoofdpijn achter mijn laptop. Mijn vrouw Coos en ik lezen het proces-verbaal over de gebeurtenissen van 14 september. Ik maak aantekeningen en we stellen elkaar vragen bij een onduidelijkheid. De klap, de kwetsuren, de getuigen, foto’s van deuken en kapotte voorruiten, het verhoor van de chauffeur, alles komt voorbij. Waarschijnlijk heb ik zo intensief zitten lezen dat mijn hoofd nu een beetje overkookt.

Wat heb ik er aan om te weten dat Harm meters door de lucht is gevlogen en op een BMW klapte?

Schiet ik er iets mee op? Het hele verhaal heeft zich al zo vaak in mijn hoofd afgespeeld. Wat doen de technische details er nog toe? Wat heb ik er aan om te weten dat Harm meters door de lucht is gevlogen en op een BMW klapte? Wat heb ik er aan dat ik weet dat een passerende fietsen moest uitwijken voor Harm zijn fiets, die tussen de geparkeerde auto’s door op het fietspad terechtkwam.

Regelmatig speelt het woord troost door mijn hoofd. Wat troost Coos en mij nog? Vinden we dat nog ergens of moeten we het tussen de regels door zoeken. Het troost in ieder geval dat goede vrienden op bezoek komen en spreken over hun eigen verdriet en ook de troost van een mooi stuk Bach meenamen.

En voor de zoveelste maal heb ik de prachtige uitvoering van de Hohe Messe opgezet. Ik heb John Eliot Gardiner dan wel nooit ontmoet, maar het is ontroerend en troostend! En het blijft troostend om goede vrienden en familie te knuffelen, ook al wil je in eerste instantie een hand geven. Maar al dat getroost staat toch haaks op een proces-verbaal? Dat moet toch keihard binnenkomen? Zeker als het vier maanden op zich heeft laten wachten?

In één klap voorbij

Tranen lopen over mijn wang en de brok in mijn keel groeit. 
Gek, maar bij het lezen van de uitgebreide verslagen ontdek ik dat Harm niet geleden heeft. Het was één klap en voorbij. Hij heeft niet meer kunnen nadenken en ook geen pijn geleden. Een troostende gedachte. Ook al wil ik alles nog steeds terugdraaien. Ik wil dat er die avond geen oproep was geweest voor een agent met zijn hond achterin de auto. Dat er niet ergens insluipers waren gesignaleerd en de agent met zijn hond gewoon ergens in West hadden kunnen blijven rondrijden.

Als, als…, als Harm iets later was geweest, wanneer de agent een andere route had genomen of ergens even had moeten afremmen…

Het had gewoon niet moeten gebeuren. Als, als…, als Harm iets later was geweest, wanneer de agent een andere route had genomen of ergens even had moeten afremmen… We kunnen het niet meer terugdraaien en dan voelt het troostend dat je zoon niet geleden heeft. 
Troost is een raar begrip, maar het is er wel. Ooit leerde ik in de kerk uitgebreid antwoord te geven op de vraag: ‘Wat is uw enige troost in leven en in sterven?’ En het antwoord op deze vraag zit zeker in verkorte vorm nog in mijn achterhoofd en is troostend.

En vandaag kan troost in een mooi gesprek zitten, in een kaartje, en dus ook in een gedachte over hoe plotseling de dood is. Afgelopen week zat ik terug te lezen in oude blogs en las ook de eerste reacties naar aanleiding van het verongelukken van Harm. Opeens kwamen ze weer binnen: de mooie, liefdevolle en ook nu nog troostende woorden. Wel tien keer heb ik het gedichtje van Jarr, dat tussen alle reacties stond, gelezen. Jarr kende Harm goed en wist van zijn bijzondere hobby om slapende reizigers op Instagram te zetten. Het lijkt wel een haiku. Harm reist voort, in onze gedachten, een troostende gedachte.

Zo maar plots

Voor altijd

Ogen dicht

Als je treinslapers

Reist voort Harm

– Jarr Geerlings

Bekijk ook