
Ente Korf (88) wist ruim zeventig jaar lang niet waar haar drie broertjes waren: “Ik heb nu eindelijk rust”
Op zee gebleven, 11 april, NPO2, 20:25 uur
Leestijd: 5 minDoor Janet Freriks
6 oktober 1954. Terwijl vijf jonge mannen met kotter ‘Hendrika’ op de Noordzee aan het vissen zijn, slaat het weer ’s nachts plotseling om. Van het ene op het andere moment krijgt het thuisfront geen contact meer met de bemanning van de Urker familie Kapitein. De bemanning, onder wie de drie broertjes Rijke, Cees en Henk, keert niet meer terug. Zus Ente is op dat moment 16 jaar oud. “Ik sta nog elke dag op met het gemis.”
Onze familie was een echte vissersfamilie. We hadden een eigen kotter: de UK-174. Daarmee viste mijn vader elke week met mijn drie oudste broers op de Noordzee. Dan vertrokken ze zondagavond en kwamen ze vrijdagmiddag de haven weer in. Dat er op zee iets met hen kon gebeuren, was altijd in onze gedachten. Het kon tenslotte flink stormen en de scheepjes waren niet zo groot. Voor vertrek lazen we traditiegetrouw een stukje uit de Bijbel en baden we voor een veilige thuiskomst.”
Die ene week in oktober 1954 gaat het anders dan anders: vader Hendrik voelt zich niet lekker en blijft thuis. “In zijn plaats ging zijn neef Hendrik mee. Mijn broers Rijke, Cees, Henk en mijn zwager - hij heette ook Cees - stapten eveneens aan boord. Henk, mijn jongste broertje, was pas 15”, vertelt Ente. De eerste berichten zijn veelbelovend. “Ze hadden al zeven manden tong binnengehaald. Via Scheveningen Radio hoorden we dat ze naar de visgronden bij Terschelling gingen. Op dat moment gaf het Nederlandse weerbericht nog goed weer aan.”
Vloedgolf
’s Nachts slaat het weer plotseling om: een flinke najaarsstorm raast over de Noordzee. De UK-174 wordt door het noodweer overvallen. “Mijn vader kon niet slapen”, herinnert Ente zich. “Hij zat aan de radio gekluisterd om iets van de jongens te horen.”
Pas halverwege de dag drong het tot me door.
Als Ente ’s morgens uit bed stapt, weet ze meteen dat het mis is. “‘De jongens komen niet meer terug’, was het eerste dat mijn vader tegen me zei. Ik kon het niet geloven. Naarmate de dag vorderde, begon het pas tot me door te dringen.” Ondertussen komt er een grote zoekactie op gang: vliegtuigjes gaan de lucht in, schepen varen uit en Scheveningen Radio blijft proberen om contact met de bemanning te krijgen. Het levert niets op.
Verdriet voor jezelf houden
Op Urk breekt een verdrietige tijd aan. “Heel Urk was in rouw”, vertelt Ente. “Alle cafés zaten wel veertien dagen dicht. Ons gezin - naast Cees, Henk en Rijke had ik nog drie broertjes en vier zusjes - droeg in die tijd alleen maar zwart. Ik mocht zelfs geen kleurig kettinkje meer dragen. Ook hingen we witte lakens voor de ramen, een teken van rouw. Die lakens hebben er zeker een jaar gehangen.”
In het gezin praten ze wel over de broertjes, maar het verdriet delen is lastiger. “Zo open is een Urker op dat gebied niet. We zeggen altijd: niet klagen, maar dragen”, glimlacht Ente. “Het was een hele moeilijke en verdrietige tijd. Ik heb weleens met mijn vuisten naar de hemel gestaan: waarom overkomt ons dit? Tegelijkertijd gaf het geloof ook troost: in je eentje kun je dit niet dragen. Mijn vader was geen prater. Als hij het met twee woorden af kon, sprak hij er geen drie. Onze ouders hielden zich ook groot voor ons. Maar als ik ’s morgens uit bed kwam en hun betraande gezichten zag, wist ik genoeg. Het werd nooit meer écht gezellig thuis.”
Ik was bang voor wat ze zouden vinden.
Zoektocht naar de kotter
Naarmate de tijd verstrijkt, merkt Ente dat de scherpe randjes van het verdriet afgaan. “Ik trouwde en kreeg kinderen”, vertelt ze. “Dan ben je daar druk mee. Maar het verdriet gaat altijd met je mee. Je staat ermee op en je gaat ermee naar bed. Zeker nu ik weer alleen ben, is het vaak in mijn gedachten. Ik denk dan ook aan hoe mijn vader zich gevoeld moet hebben. Zo’n twee maanden na hun vermissing moest hij weer de zee op. Elke keer als de bemanning de netten binnenhaalde, ging hij naar beneden. Hij was bang voor wat ze in de netten zouden aantreffen.”
Wanneer Entes nichtje Marjan zo’n twee jaar geleden oppert om met hulp van de Stichting Onderzoek Maritieme Vermisten de verdwenen kotter te zoeken, is de schrik bij Ente dan ook groot. “Het eerste wat ik dacht? Dat het allemaal weer opgerakeld wordt. Mijn vader zei altijd: de jongens hebben een zeemansgraf, die laten we rusten. Ik was heel bang wat ze aan zouden treffen als ze de kotter zouden lichten.”
Dankbaar
Die angst slaat om in diepe dankbaarheid als een gespecialiseerd duikteam na 71 jaar de verdwenen kotter terugvindt. “Marjans vader, mijn neef, was mee met de expeditie”, vertelt ze. “Zaterdagnacht stonden we hem met z’n allen op Urk op te wachten. Toen we hoorden dat ze de kotter hadden gevonden, hebben we gehuild. Later kwam de blijdschap. Dat we nu, na al die onzekere jaren eindelijk weten waar de UK-174 is, maakt me intens dankbaar. Dit geeft heel veel rust.”
Het verhaal van Ente en haar familie is te zien in de documentaire ‘Op zee gebleven’: 11 april, 20:25 uur, NPO 2.
Gedicht: UK - 174 'Hendrika'
maar nooit vergeten, voor altijd.
In Gods hand zijn zij geborgen,
Hij droeg hen door de stille morgen.
Nu is er antwoord, na lange tijd,
een stukje rust, een zekerheid.
"De zee gaf de doden die in haar waren,
tot Christus komt om hen te ontwaken."
Marjan van den Berg-Kapitein
Steun onsSteun ons
Wil je dat we artikelen en programma’s over rouw, de dood en verder leven kunnen blijven maken? Samen leren we leven met verlies; ga naar meer.eo.nl/rouw en steun ons met een donatie.
Auteurs






