Blog Petra | Hoop door het voorjaar

De rouw, van Petra’s verlies van haar dochter Laura, beweegt met de seizoenen mee: de herfst, de winter… en nu komt het voorjaar eraan. En dat licht heeft Petra hard nodig.

Rouw als de seizoenen

Rouwen om mijn kind. Wat is het zwaar en moeilijk. Het verlies van Laura heeft een groot gat geslagen in mijn leven en vaak heb ik het gevoel dat het nooit meer anders wordt. Dat ik eindeloos zal blijven rouwen en verdrietig zal zijn. Hoe moet ik verder met mijn leven? Hoe houd ik het vol als met Laura ook mijn toekomst zo ingrijpend veranderd is?

‘Het verlies van Laura heeft een groot gat geslagen in mijn leven.’

Ondanks het grote verdriet merk ik dat er toch dingen zijn die me helpen verder te komen. Eén van die dingen is, dat er seizoenen zijn. Seizoenen die elkaar opvolgen als een wetmatigheid. Ik vergelijk ze terwijl ze langskomen, met de rouw die ik doorloop en met mijn eigen leven. Hoewel ik nu nog niet kan ervaren dat er een betere tijd komt, houd ik me vast aan de volgorde van die seizoenen, dat het na de herfst en de winter ook weer voorjaar en zelfs zomer wordt.

De rouw is overal

De eerste tijd nadat Laura overleed was als de herfst. Woelig, stormachtig, met slagregens. Bomen verloren hun blad en het leven van de zomer verdween, zoals ik Laura uit mijn leven zag verdwijnen. Daarna kwam de rouw als de winter. Koud en somber, zoals de rouw kan zijn. Eindeloos durend, donker en kaal. De afwezigheid van het licht is zoals Laura afwezig is, op elke dag die ik door moet komen.
Het voelt nu alsof ik in de winter ben. De rouw is overal. Het missen maakt me somber, verdrietig en lijkt eindeloos te gaan duren. Het is een periode van doorstaan, van overleven. Van me niet meer kunnen voorstellen hoe het is blij en vrolijk te zijn. Het voorjaar lijkt nooit te komen.

‘De afwezigheid van het licht is zoals Laura afwezig is…’

Voorjaar als voorbode

Om verder te kunnen heb ik hoop nodig. Hoop om me aan vast te houden en verder te kijken dan de rouw die er nu is. Want altijd verdrietig zijn, dat is geen fijn toekomstperspectief. Alleen maar rouwen geeft me het gevoel dat mijn leven voorbij gaat zonder er echt aan mee te kunnen doen.

‘Om verder te kunnen heb ik hoop nodig.’

Die hoop lijkt zichtbaar te worden in het verloop van de seizoenen. Het is maart, en het is bijna lente. Als ik buiten loop, zelfs op de begraafplaats, zie ik dat sommige struiken met piepkleine blaadjes beginnen uit te lopen. Kleine groene puntjes die groeien uit een schijnbaar dood takje. De voorbode van een nieuw seizoen, de lente, waarin alles zal groeien en zelfs bloeien.

Na de winter

Het afwisselen van de seizoenen, van herfst en winter, naar het voorjaar en uiteindelijk de zomer: het is vastgelegd in de schepping. Ik kan daar mijn hoop uithalen. Hoewel het voor mij nog winter is, zie ik aan de bloeiende krokusjes en sneeuwklokjes dat er weer een nieuw voorjaar komt. Door de prille groene blaadjes  die ik aan de struiken zie, bedenk ik dat hoe dor iets ook lijkt er toch nieuw leven tevoorschijn komt. Zo kan ik hoop krijgen, hoop op een tijd van voorjaar in mijn leven na de lange winter van rouw.

Bekijk ook