Feestdagen zonder moeder: ‘De glinstering is eraf’

Binnen enkele maanden je moeder verliezen. Het overkwam de zussen Grietje en Marrianne. Nog altijd missen ze hun moeder Margreet, die nog maar 43 jaar was en de spil vormde van de hechte familie uit Urk.

Urk

Zorgzaam. Lief. Gul. Gezellig. Bijzonder. Iemand op wie je kon vertrouwen. Eigenlijk zijn er te weinig woorden om hun moeder te beschrijven. Liefdevol kijken Marrianne Hoefnagel-Kramer (24) en haar zus Grietje Janson-Kramer (26) uit Urk naar de foto van hun moeder Margreet. Een stralende lach, kort blond haar, kleindochter op de arm.

‘Die foto is genomen in juli 2016. Ze was toen 43 jaar, had net haar kledingwinkel geopend’, vertelt Grietje. Het is een van de laatste foto’s waarop ze nog zo vrolijk kijkt. Want enkele maanden later hoorde Margreet dat ze longkanker had.

Margreet Kramer uit Urk

Sinterklaas

‘In eerste instantie dachten we dat het wel mee zou vallen’, vertelt Grietje. Daarom ging het jaarlijkse weekeindje weg met de hele familie gewoon door. Met hun vader en moeder, oudste broer Klaas Andries en hun twee jongere zussen Anne en Jojanneke. ‘Toen voelde mama zich nog best goed. Ze zwom met haar kleinkinderen en ’s avonds vierden we Sinterklaas. Maar daarna was ze heel moe’, herinnert Marrianne zich.

Zij was van het begin af aan veel pessimistischer over haar moeders ziekte. ‘Toen mama vertelde dat ze kanker had, zei ik meteen: “Dan ga je dood.” Dat vonden de andere kinderen heel moeilijk om te horen. Maar dit was mijn manier om ermee om te gaan.’

Kanker

Na het Sinterklaas-weekeindje ging het bergafwaarts met hun moeder. Ze kon niet meer eten en had een ontstoken galblaas. De kanker bleek uitgezaaid naar haar alvleesklier. Marrianne herinnert zich een foto van haar moeder, liggend op bed, met naast haar een bord carpaccio. ‘Daar was ze gek op. Maar ze kreeg het niet meer weg.’

‘Mens, je gaat niet dood. Doe even normaal.’

Toen haar moeder in het Amsterdamse Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis belandde, zei ze tegen Grietje dat ze haar begrafenis wilde plannen. ‘Voor het geval er toch iets gebeurt’. Ze vertelde welke muziek ze wilde, welke kist, en dat haar broers, zonen en schoonzonen haar de kerk in moesten dragen. Grietje: ‘Terwijl ik zoiets had van: “Mens, je gaat niet dood. Doe even normaal”.’

Opgegeven

Dat veranderde toen haar vader op Oudejaarsdag belde. ‘Hij zei: “De artsen hebben mama opgegeven. Ze komt naar huis.” Het was een klap in mijn gezicht. Ergens verwacht je zoiets wel, maar toch ook niet. Ik wilde het niet geloven.’

Begin januari 2017 kwam hun moeder thuis, op Urk. ‘Zelf dacht ze dat ze nog wel een paar maanden zou leven.’ Maar al na vijf dagen ging het zo slecht met hun moeder, dat ze een morfinepomp kreeg. ‘Dat vond ik confronterend’, zegt Marrianne. ‘Door mijn werk in de ouderenzorg weet ik dat het dan na een dag of twee is gebeurd. Ik kon het niet aanzien dat ze er zo bij lag. Dat ze dood zou gaan. Dat vond ik heel moeilijk.’

Ondraaglijk

Grietje vond het vooral heel jammer dat haar moeder de kleinkinderen niet meer wilde zien. ‘Ze moest afscheid nemen van haar man, haar kinderen en van haar kleinkinderen. Terwijl ze op dat moment echt voor die kleintjes leefde.’ Marrianne: ‘Het was voor haar ondraaglijk dat ze hen niet op kon zien groeien. Dat vond ze verschrikkelijk.’

In de nacht van 11 januari 2017 was het op. ‘Mama was al bijna niet meer bij haar positieven’, vertelt Grietje. ‘Ik heb wat opwekkingsmuziek opgezet en zei tegen haar: “Ik vind het ook wel goed als je nu doodgaat’. Ik zag haar zo lijden. Ze deed haar ogen open en keek om zich heen. Daarna kwam er een soort rust over haar. En bleef ze zo liggen.’

‘Zolang de kist nog open is, kan je haar nog aanraken.’

‘Na een poosje hebben we met de zussen en haar beste vriendin mama afgelegd, gewassen en aangekleed’, vertelt Grietje. ‘We lakten haar nagels. En ik heb de sieraden die ze altijd droeg bij haar omgedaan.’

Het sluiten van de kist was een emotioneel moment. ‘Zolang de kist nog open is, kan je nog naar mama toe. Kan je haar nog aanraken’, vertelt Grietje. ‘Maar toen de kist dicht ging, waren we weer een stapje dichter bij het definitieve afscheid.’

Spil van de familie

Voor Marrianne en Grietje, die elk een eigen gezin hebben, veranderde er veel nu hun moeder er niet meer was. Ze vormde de spil van de familie. Alle dochters kwamen met hun kroost elke dag bij haar thuis op Urk. Marrianne en haar dochter aten er zelfs elke avond. ‘Ze paste veel op, omdat ik een studie volgde. Een half jaar na haar overlijden kreeg ik mijn diploma. Maar zij kon niet bij de uitreiking zijn. Dat vond ik heel moeilijk.’

Samen winkelen, spontaan een midweekje Centerparcs boeken of een vakantie naar Curaçao, advies geven als je ergens mee zit: zo was hun moeder. ‘Die persoon is er nu niet meer. En die kan je ook niet vervangen’, zegt Marrianne.

Zwanger

Beide zussen voelden het gemis extra goed toen ze na hun moeders overlijden opnieuw zwanger raakten. Marrianne: ‘Mijn eerste kindje kent ze. Maar de andere twee heeft ze nooit gezien. Dat ze er niet was bij hun geboorte en de kraamweek, vond ik heel moeilijk.’ Grietje knikt. ‘Als ik op straat een dochter met haar moeder zie lopen, doet dat pijn. Want ik kan dat niet meer.’

Op dat soort momenten luisteren de zussen graag naar muziek, zoals evangelische liedjes die ze draaiden tijdens de uitvaartdienst. ‘Ik vind daar een soort kracht in’, zegt Grietje, die ook troost kan vinden in het lezen van gedichten, of het bezoeken van haar moeders graf op Urk.

‘Je blijft je hele leven rouwen’

Marrianne vindt het lastig als mensen vragen of ze de dood van haar moeder al een plekje heeft gegeven. ‘Dan word ik altijd een beetje boos. Alsof ik er al overheen moet zijn! Ik denk nooit dat het echt een plekje krijgt.’ Grietje: ‘Rouwen vraagt veel van je. Je blijft je hele leven rouwen.’

Herkenning

In december, de maand dat hun moeder zo ziek was, ligt het verdriet nog meer aan de oppervlakte. ‘Deze periode mis ik haar het meeste’, zegt Marrianne. Ook Grietje beleeft de feestdagen anders. ‘Er is een leven voor het verlies en erna. Ik kijk anders tegen sommige dingen aan. En ik mis altijd een stukje.’ Dat voelt ze ook als ze op Eerste Kerstdag eet bij haar vader, met haar broer en zussen. ‘De glinstering is er eigenlijk vanaf.’

Tegelijkertijd vinden de zussen juist dan ook veel steun bij hun familie. ‘Aan mijn vaders kant zijn veel mensen jong overleden. We zijn daardoor heel close geworden met elkaar. We kunnen op elkaar bouwen. Het gemis en andere dingen die je voelt: dat herkennen de meesten. Daar kan je met elkaar over praten.’ Marrianne: ‘Zelfs zonder iets te zeggen, begrijpen ze je.’

Bekijk ook