Marthijn en oma waren twee handen op één buik

Hij noemt zichzelf een echt oma’s kindje. Marthijn is van jongs af aan bijna elke dag bij zijn oma te vinden, die een paar straten verderop woont. De schok is dan ook groot als hij hoort dat ze de ongeneeslijke spierziekte ALS heeft: “Ik zei dat ik haar niet kon missen, maar zij was ervan overtuigd dat het goed zou komen met me.”

Bij Marthijn Logtenberg (26) zal 1 februari 2008 de dag zijn die voor altijd in zijn geheugen gegrift staat. De dag waarop zijn oma na een moeilijk laatste levensjaar aan haar laatste reis begint. Bang om dood te gaan was ze niet, weet Marthijn. “Ze zag ernaar uit om naar God te gaan. Maar ook naar haar man, die al jong overleed.” Hoewel haar overlijden al tien jaar geleden is, herinnert Marthijn zich nog goed hoe hij reageerde op het verdrietige nieuws. “Mijn ouders vertelden me ’s ochtends vroeg dat ze overleden was. Ze lag thuis opgebaard toen we naar haar toe gingen. Om die eerste keer haar huis binnen te lopen, vond ik moeilijk. Ik heb heel hard gehuild.”

De eerste dagen na haar overlijden worstelt hij met een dubbel gevoel: “Ze overleed van vrijdag op zaterdag. Ik moest vrijdagavond werken en wilde na die tijd nog even bij haar langs. Dat heb ik uiteindelijk niet gedaan. De eerste dagen na haar overlijden dacht ik: “Was ik nou toch maar langs gegaan…”

Altijd positief

‏Dat uitgerekend zijn oma relatief jong zou overlijden (78), had Marthijn nooit aan zien komen. “Ze was altijd heel gezond en ging er nog veel op uit”, vertelt hij. Maar als ze minder kracht krijgt in haar armen, benen en handen, trekt ze bij de huisarts aan de bel. Nadat fysiotherapie weinig uithaalt, belandt ze uiteindelijk in het universitair medisch centrum in Utrecht. Daar zit dan al een gespecialiseerd ALS-centrum. “Voor ons was de uitslag geen verrassing. Mijn moeder en ik hadden allang op al haar klachten Gegoogled en het kon bijna niet missen…”

Marthijns oma reageert zelf gelaten op de diagnose: “Ik heb in ieder geval een mooi leven gehad”, zei ze. Dat vond ik zo’n bijzondere uitspraak! Ze heeft namelijk best een zwaar leven gehad: ze verloor haar moeder al toen ze nog een jong meisje was. Ook haar man stierf jong, terwijl ze wel voor zes kinderen moest zorgen. Maar oma klaagde nooit: ze was áltijd positief.”

Oma was als een tweede moeder

Een positieve levenshouding en altijd een luisterend oor: het zorgt ervoor dat Marthijn zich sterk verbonden voelt met zijn oma. “We hadden een hele sterke band: oma en ik waren twee handen op één buik. Ze was net een tweede moeder voor me. We konden uren praten en koffie drinken. Of we keken samen Goede Tijden, Slechte Tijden en speelden potjes Rummikub. Daar was ze gek op. Als ik op een dag een uurtje vrij had, ging ik naar oma. Ik kwam er zeker vijf keer in de week”, vertelt hij enthousiast.

Marthijns oma speelt een potje rummikub.

Marthijns oma bezig met één van haar favoriete bezigheden: rummikub.

‏Maar het blijft niet bij gezellig kletsen alleen: ze staan ook graag samen in de keuken. “We kookten regelmatig samen. Dan maakten we bijvoorbeeld kruudmoes en hingen we allebei met ons hoofd in de pan”, lacht hij. De herinnering aan die keer dat ze samen naar de avondvierdaagse zouden gaan, tovert eveneens een brede grijns op zijn gezicht. “Er was die avond intocht bij ons in het dorp. Daar zouden we samen naartoe gaan. Maar we zijn die avond allebei in slaap gevallen en hebben die intocht dus compleet gemist..”

“Ze vertelde me dat ik goed voor mezelf moest zorgen en na haar overlijden door moest gaan met mijn leven.”

Hard achteruit

‏Als de diagnose ALS eenmaal gesteld is, ziet Marthijn zijn oma hard achteruit gaan. “Het doet pijn om iemand van wie je houdt, zo af te zien takelen. Ik wíst dat ze zou overlijden, maar ik kon dat besef maar moeilijk een plekje geven. Ik weet nog goed dat ze me ’s avonds een keer bij haar bed riep.

Ze vertelde me dat ik goed voor mezelf moest zorgen en na haar overlijden door moest gaan met mijn leven. Verdrietig vertelde ik haar dat ik haar niet kon missen, maar ze stelde me gerust. “Het komt wel goed, je kunt het wel”, zei ze. Ook als zijn oma door de ALS niet meer kan praten, vinden ze troost bij elkaar. “We pakten vaak elkaars handen en knuffelden elkaar. Ook al kon ze niets meer zeggen, dat zei voor mij genoeg.”

Tijd opnieuw indelen

‏Na het overlijden van zijn oma, vindt Marthijn het lastig om zijn tijd opnieuw in te delen. “Vooral op de zondagmorgen voelde ik die leegte”, vertelt Marthijn. “Elke zondagmorgen kwamen we met z’n allen samen bij oma om koffie te drinken. Niet alleen ons gezin, maar ook ooms en tantes en neefjes en nichtjes. Oma was echt de verbindende factor in de familie. Ze genoot er enorm van als haar hele huis vol zat met haar kinderen en kleinkinderen. Hoe meer mensen, hoe mooier ze het vond.”

“Ik ben blij dat ze nu bij God is”

‏Nu tien jaar verstreken zijn, heeft Marthijn er vrede mee dat zijn oma er niet meer is. “Ik voel dat het goed is zo. Ze is op een mooie plek. Ik ben blij dat ze nu bij God is en geen pijn meer heeft. Ook ben ik ervan overtuigd dat ze het geweldig heeft daarboven. Dat ze samen met opa af en toe een feestje viert”, glimlacht Marthijn.

‏Net als toen zijn oma nog leefde, is Marthijn regelmatig bij haar te vinden. “Eerder had ik tijd om koffie met haar te drinken, nu wil ik ook graag tijd vrij maken om bij haar te zijn. Daarom ga ik elke zondag naar de begraafplaats. Dat geeft me rust. Ik maak haar graf netjes en ga soms even voor haar graf zitten. Dan haal ik herinneringen op en praat ik van me af.”

De plek waar Marthijns oma ligt begraven.

Het graf waar Marthijns opa en oma begraven liggen.

‏Sterker geloof

Sinds het overlijden van zijn geliefde oma, merkt Marthijn dat zijn geloof veranderd is. “Ik ga van kinds af aan naar de kerk. Maar na haar overlijden is mijn geloof sterker geworden. Ik had de behoefte aan troost en vond dat in het geloof. Het gaf me de kracht om weer verder te gaan.”

Ook ziet hij af en toe ‘knipogen van boven’. “Dan loop ik op de begraafplaats en zie ik een vlinder of vogel bij haar graf. Sommigen zien er niks in, maar ik wel. Ik denk dan: ‘Zie je wel, ze is er toch.’ Nog zoiets: toen ze vanuit haar huis naar het uitvaartcentrum werd overgebracht, regende het pijpenstelen. Later, op de begraafplaats, brak de zon door. Alsof het zo moest zijn.”

‏Mooie herinneringen in zijn hart en een graf om te bezoeken. Het is van onschatbare waarde voor Marthijn. Maar er is meer: “Ik heb een foto van haar in mijn kamer staan. Daar kijk ik elke dag naar.” Ook de stoel waar oma graag op zat, heeft een mooi plekje in zijn huis. “Het is voor mij heel waardevol om haar spullen in huis te hebben. Zo voelt ze toch nog dichtbij.”

En soms is de herinnering aan oma dichterbij dan hij denkt: “Ik kijk wel eens naar mijn moeder als ze op de bank zit. Ze zit dan preciés zoals oma altijd zat. Dat vind ik mooi.”

Lijflied

‘Wat de toekomst brengen moge’ was het lijflied van Marthijns oma.

 

Auteur: Janet Freriks

Bekijk ook