Karin’s broer werd neergestoken: ‘Ik heb jarenlang verdrongen wat ik die avond zag’

Bijna wekelijks zijn Karin (toen 19) en haar broer Koen (22) te vinden in dezelfde discotheek. Op een ogenschijnlijke normale avond, wordt Koen na een onbenullig akkefietje neergestoken. Karin: ‘Ik stond aan zijn voeten en keek naar zijn gezicht. Het leven was eruit’.

‘Koen en ik waren de jongsten thuis. Met nog twee oudere broers die naar elkaar trokken, waren Koen en ik maatjes. We sliepen lang op dezelfde kamer. Ik was altijd zijn kleine zusje”, vertelt Karin.

Karin en Koen als kinderen

Karin en Koen als kinderen 

De laatste jaren zat Koen minder lekker in zijn vel. Karin: ‘Hij had een zwaar auto-ongeluk gehad en onze vader was ziek. Onze broers waren al uit huis, dus Koen en ik deelden de zorgen thuis.’ Daardoor groeien ze nog dichter naar elkaar toe. 

 

Broer-zusrelatie

Ook buitenshuis zijn hun levens verweven. ‘Elke week waren we in dezelfde discotheek te vinden’, gaat Karin verder. ‘Ik werkte daar. Bijna elk weekend stond ik achter de bar. En als ik niet werkte, ging ik daarheen om te dansen.’ 

Als de twee elkaar daar tegenkomen, wordt duidelijk dat ze ook echt een broer-zusrelatie hebben. Karin: ‘Als ik wel eens danste met een jongen, ging hij soms expres ertussen dansen. Om mij te “beschermen”’, vertelt Karin lachend. ‘Onder het mom van: “Als je mijn zusje pijn doet, krijg je met mij te maken”. Hij was heel zorgzaam en dit was zijn humor.

‘Koen had zo’n goed hart’

Koen helpt anderen graag en is iemand die ruzies snel oplost, voor het escaleert. Karin: ‘Hij had zo’n goed hart. Daarom is het extra erg dat dit hem overkomen is.’ 

Dikke knuffel

Het is 6 maart 2010 en een vriendin van Koen is jarig. Karin moet die avond achter bar staan en krijgt het feestje, dat eindigt in “haar” discotheek, alleen van een afstand mee. 

‘Voordat Koen naar de verjaardag vertrok, lag ik te rusten in mijn bed. Hij kwam bij me zitten en gaf me een dikke knuffel. Dat deden we wel vaker, maar achteraf was juist deze knuffel heel speciaal.’ Karin gaat naar haar werk en ziet Koen uren later, als hij bij haar aan de bar een sinas bestelt. ‘Daarna heb ik hem niet meer gezien.’

Ik ben zijn zusje

Om vier uur ‘s nachts komt Karin’s baas aangerend. ‘Eerst dacht ik dat ik iets verkeerds had gedaan’, zegt Karin. Maar Karin krijgt een vreselijk bericht: haar broer is voor de discotheek neergestoken.

‘Het gekke is, ik heb toen geen seconde gedacht dat het ernstig zou zijn’, gaat Karin verder. ‘Ik dacht vooral: dit kan hij er niet bij hebben. Hij werkte bij de Luchtmacht en door het auto-ongeluk had hij rugpijn en was zijn carrière al in gevaar.’

‘Ik ben zijn zusje, schreeuwde ik. Toen mocht ik erdoor’

Karin rent naar buiten en ziet een enorme menigte van honderden mensen bij elkaar. Iedereen schreeuwt. ‘Ik kon Koen niet zien en probeerde me door iedereen heen te worstelen.’ De politie houdt haar tegen. ‘“Ik ben zijn zusje!’’, schreeuwde ik. ‘Toen mocht ik erdoor.’

En daar ligt Koen. Op de grond, in een grote plas met bloed, terwijl een omstander met zijn duim de steekwond in zijn nek probeert af te sluiten. Karin: ‘Ik stond aan zijn voeten, in shock en keek naar zijn gezicht. Het leven was eruit.’ 

Karin en Koen tijdens hun laatste reis als gezin

Karin en Koen tijdens hun laatste reis als gezin

In paniek rent Karin weg naar de overkant van de straat. ‘Daar heb ik alleen maar heel hard geschreeuwd.’ Koen wordt met spoed naar het ziekenhuis gebracht. 

Stomme pech

Pas veel later hoort Karin wat er is gebeurd. ‘Het was stomme pech. Mijn broer was eerder op de avond in een smal gangetje naar de wc, per ongeluk met zijn schouder gebotst tegen een man. Hij bleek een ex-gedetineerde die voorwaardelijk vrij was.’

De beveiliging ontdekt dat de man Koen in de gaten houdt. ‘Hij werd in een hokje vastgehouden en ze adviseerden mijn broer om naar huis te gaan.’ 

‘Koen maakte zich niet druk en was zich van geen kwaad bewust’

Koen heeft geen zin in gedoe en besluit te vertrekken. ‘Maar op zijn manier’, zegt Karin. ‘Dus hij kletste buiten nog even met zijn vrienden. Hij maakte zich niet druk en was zich van geen kwaad bewust.’ 

In de veronderstelling dat Koen al weg is, laat de beveiliging de man vrij. Karin: ‘Toen is hij direct naar buiten gegaan en daar trof hij Koen. Hij viel hem aan en heeft Koen in een worsteling neergestoken.’

Zombie

Eenmaal in het ziekenhuis wacht Karin samen met haar andere broers op nieuws over Koen. ‘Toen de arts ons kwam halen moest ik eerst heel nodig plassen. Een minuut later kwam ik zijn spreekkamer binnen en zag mijn oudere broer in elkaar zakken. Het enige wat de arts tegen mij zei, was: “Gecondoleerd.”’

‘Ik deed van alles om me gelukkig te voelen. Voor Koen. Hij was te jong overleden, dus ik moest dubbel gelukkig zijn’

‘Ik was in shock’, vertelt Karin. ‘Die week erna ben ik als een soort zombie doorgekomen. Het besef kwam amper. Ik troostte anderen op zijn uitvaart en maakte zelfs grapjes.’ 

Dubbel gelukkig

Karin vlucht voor haar gevoel en pakt haar leven snel weer op. ‘Ik deed van alles om me gelukkig te voelen. Voor Koen. Hij was te jong overleden, dus ik moest dubbel gelukkig zijn. Ik stortte me op mijn studie en leuke dingen doen.’

De foto die Karin in haar hoofd zag, als ze terugdacht aan die avond

De foto die Karin in haar hoofd zag, als ze terugdacht aan die avond

De afschuwelijke beelden van die avond blokkeert Karin. ‘Onbewust had ik in plaats van het beeld van mijn broer op de grond, een foto van hem in mijn hoofd geplaatst. Daar glimlacht hij, in zijn roze shirt. Jarenlang zag ik alleen dat beeld als ik aan die avond dacht.’

Trauma

Negen jaar later krijgt Karin een burn-out. Ze is continu bang om mensen te verliezen en op haar werk in de jeugdzorg is ze enorm gespannen. Een collega adviseert haar naar de bedrijfsarts te gaan. ‘Toen brak ik’, vertelt Karin. ‘De arts had snel door dat ik al jarenlang mijn trauma negeerde. Dat ik mijn leven hier volledig op had aangepast.’

Karin gaat naar een psycholoog en krijgt EMDR-therapie om haar trauma te verwerken. ‘Maar elke keer als ik over die avond vertelde, zag ik alleen die foto en stopte het.’ Na een half jaar vraagt de psycholoog haar om een tekening te maken van wat ze die avond had gezien.

‘Toen hij af was heb ik er tien minuten naar gestaard. Ik kon niet meer opstaan, was volledig uitgeschakeld.’ Dit maakt iets los in Karin. ‘De weken erna was ik doodziek. Elke holte was ontstoken, ik wilde geen mens zien en kon alleen maar huilen.’

Kroon

Langzaamaan ontstaat er ruimte voor haar gevoel. ’Doordat ik de echte beelden weer zag, lukte het me steeds beter om te accepteren dat dit werkelijk was gebeurd. Het hoort bij mij.’ 

Aan het einde van haar therapie voelt Karin de behoefte iets voor haar broer te doen. ‘Dit afsluiten was echt een overwinning. Als kroon hierop, besloot ik een lied voor mijn broer en over mijn proces te schrijven.’ 

‘Wat je meemaakt hoeft niet je leven te bepalen’

Muziek is namelijk een grote troost en helpt Karin bij haar gevoel te komen. ‘Hoe mooi als ik daarmee ook een boodschap aan de wereld kan geven: het leven is waardevol en kan zo kort zijn. Wat je meemaakt hoeft niet je leven te bepalen.’

Dankbaar

Door haar therapie is Karin nu een ander mens. ‘Ik leef maar één leven. Dus ik streef ernaar te genieten van iedere dag en de mensen om mij heen. Ik wil vooral doen wat mij gelukkig maakt.’ 

Inmiddels is het elf jaar geleden dat haar broer stierf. Verdriet en boosheid voelt ze af en toe zeker nog. ‘Maar dat is oké. Het mag er zijn. Ik ben nu vooral dankbaar dat Koen mijn broer was en dat ik zo lang van hem kon genieten.’ 

Luister hier naar het lied dat Karin schreef over haar broer en haar proces

Bekijk ook