Daan Westerink | Vraag wat ik wil en geef geen advies

Met ongevraagde adviezen, tips en oplossingen aankloppen bij iemand die rouwt is geen goed idee, legt rouwdeskundige Daan Westerink uit. Wat helpt wel?

‘Stel je niet aan’

“Wat? Kun jij niet tegen een spreekbeurt over kanker? Het is toch al een jaar geleden dat je moeder stierf? Weet je wat jij moet doen? Je moet het eens een plekje gaan geven. Je hebt nog een heel leven voor je. Dus blijf gewoon zitten in de les en stel je niet aan. Later zul je zeggen dat ik gelijk heb gehad.”

“Zijn woorden sneden dwars door mijn ziel”

Ik was vijftien en een klasgenoot wilde een spreekbeurt houden over kanker. Ik schoot in paniek, de confrontatie was te groot, een jaar na de dood van mijn moeder. Ik vroeg mijn docent Nederlands of ik de les mocht verlaten. Maar hij vond het onzin. Zijn woorden sneden dwars door mijn ziel. Gelukkig trokken mijn vriendinnen me het lokaal uit en riepen ze: “Het is NOG maar een jaar geleden.” We spijbelden de hele les.

Omgaan met de dood

Het is nu 35 jaar later. Mijn docent Nederlands op die Twentse scholengemeenschap heeft geen gelijk gekregen. De dood van een dierbare is niet een kwestie van je niet aanstellen en een jaar afwachten en dan is de pijn voorbij. Omgaan met de dood van een dierbare is een zeer persoonlijke zoektocht naar een nieuw evenwicht. Naar een zinvol leven zonder die ander. Ongevraagde adviezen helpen dan niet. Vragen wat iemand nodig heeft wel.

Misverstanden

Er zijn veel misverstanden rondom rouw. Dat het verdriet na een jaar weer over moet zijn, dat er verschillende rouwfases zijn, dat kinderen anders rouwen dan volwassenen, dat verdriet slijt en dat de dood een plekje moet krijgen. En dat je er gewoon maar doorheen moet gaan, door je verdriet, en dat het dan beter wordt. En het grootste misverstand is dat je een ander kunt helpen door ongevraagd adviezen te geven.

‘Ik leef met je mee’

Ineke kwam laatst een vriendin tegen die ze een half jaar geleden voor het laatst zag, bij de begrafenis van haar man. Ze heeft haar daarna niet meer gezien, behalve dan in de supermarkt, maar toen was ze ineens verdwenen. Haar kaartje ‘Ik leef met je mee, ik ben er voor je’, staat nog op de kast tussen de andere kaarten van mensen die in die begintijd zo meeleefden.

Alleen haar midden in de nacht bellen, als Ineke zich soms zo eenzaam voelt, dat doet ze niet. Ze wil haar vriendinnen niet storen. Jammer genoeg bellen sommige van haar oude vriendinnen haar zelf ook niet. Dus is het veel stiller dan voor de dood van haar man.

“Zie maar, na een half jaar gaat het beter he?”

Maar ineens botst ze dus tegen deze vriendin aan. Ze ziet haar niet aankomen. Even ziet Ineke paniek in de ogen van haar vriendin. Maar omdat deze niet met haar mond vol tanden wil staan, stamelt ze tegen Ineke: ‘Hoe gaat het nou toch met jou! Je ziet er zo goed uit! Zie maar, na een half jaar gaat het beter he?” Ineke weet heel even helemaal niet wat ze moet zeggen.

Onhandige adviezen

Ineens heeft ze geen zin meer om te doen alsof alles heel goed gaat. Want dat gaat het ook niet elke dag. Ze mist haar man. “Niet zo goed”, brengt ze er nog net uit. Ze ziet dat haar vriendin naar adem hapt. Even niet weet wat te zeggen. Maar dan herpakt ze zich. En ineens komt er een brei woorden naar buiten. Ze zegt dingen als: “Joh, Ineke, over een jaar wordt het echt wel beter. Echt, dat zie ik aan mijn schoonzus. Dan heb je zijn verjaardag, sterfdag en alle feestdagen gehad en dan wordt het makkelijker. Ik weet het zeker.”

Ineke kijkt haar vriendin heel verdrietig aan. En dus gooit de vrouw er nog een advies tegen aan. “Ach schat, kijk nou naar je. Je bent nog harstikke jong. Jij vindt vast nog wel een nieuwe partner. Je hoeft echt niet alleen te blijven.” En zonder een woord te zeggen, zonder ook maar een echte vraag te stellen, loopt de vriendin haar leven weer uit. Wat moet je nou met deze onhandige adviezen, met dit ongevraagd invullen voor een ander? Waarom doen mensen dat?

Afhakers

Niet alleen mensen die achterblijven na de dood van een partner krijgen deze goedbedoelde maar pijnlijke adviezen. Eva wordt wees op haar vierentwintigste. “Haar moeder overleed toen ze veertien was, en nu is ook haar vader overleden. Opmerkelijk vindt ze het dat er net als na haar moeders overlijden ook nu weer mensen zijn die niets meer van zich laten horen of zich vreemd gedragen. Ze had de hoop dat het nu anders zou gaan. Er zijn echter ook nu veel afhakers, mensen van wie ze het absoluut niet verwacht had.

“‘Je moet door hè!’ Dat hoeft helemaal niet, maar ik doe het wel!”

Het cliché dat je mensen pas echt leert kennen als je iets overkomt is echt waar, zo ervaart ze. Ze weet nu wie haar dierbaren zijn. Maar de teleurstellingen die ontstaan, door mensen die je als een baksteen laten vallen, komen juist in deze verse rouwperiode extra hard aan. En dat kan ze er eigenlijk niet meer bij hebben. Als een vriendin tegen haar zegt “‘Je moet door hè!” komt de puber in haar naar boven. Ze wordt boos en roept: “Het hoeft helemaal niet, maar ik doe het wel!”

Goedbedoelde adviezen. Je kunt er het IJsselmeer mee dempen. Het klinkt hard, maar de enige die je met ongevraagde pep-talk helpt, ben jezelf. Als het niet jouw kind, ouder, broer of zus was, dan is het logisch dat voor jou het leven na de dood van hem of haar op den duur weer verder gaat, hoezeer je ook meeleeft. Dus voor jou is na een jaar het verdriet heus te behappen. Door te zeggen: “weet je wat jij moet doen”, zeg je eigenlijk: “Ik weet me geen raad met je verdriet, doe alsjeblieft iets zodat ik er geen last meer van heb.”

NIVEA

Maar wat moet je dan doen? Kun je helemaal niets meer zeggen? Jawel. Je kunt een heleboel doen. Tijdens lezingen laat ik altijd een grote pot NIVEA zien. Deze ouderwetse blauw-witte pot met crème tovert vaak een verbaasde glimlach op het gezicht van veel mensen. Die pot is een reminder als je omgaat met mensen die een dierbare verloren. De letters zijn een geheugensteuntje: Niet Invullen Voor Een Ander.

“Vraag het iedere keer weer, vul het niet voor een ander in”

Wat voor jou werkt, hoeft namelijk voor een ander niet te werken. Geef geen ongevraagd advies, want je weet helemaal niet of iemand daar op zit te wachten. Vraag liever: “Waar heb je behoefte aan?” En zoals Eva heel wijs zegt: “Luister dan ook naar het antwoord! Is het antwoord appeltaart, bioscoop of praten? Ga daar dan op in. Als ze zin heeft in appeltaart, dan wil ze appeltaart, en geen bioscoop of een gesprek!” En, besluit ze: “Vraag het iedere keer weer. Want misschien heb ik de volgende keer wel zin in praten. Vul het niet voor me in.”

Er zijn

Het is heel lastig voor sommige mensen, met lege handen naar iemand toegaan. Maar de beste steun komt nog altijd van mensen die langs blijven komen en er gewoon zijn.

Tips voor de omgeving:

  • Vraag kinderen, (groot)ouders, partners, broers, zussen, ooms & tantes, neefjes en nichtjes en vrienden hoe het met ze gaat. Niets Invullen Voor Een Ander! (NIVEA)
  • Nabestaanden zijn niet zielig. Maar ze hebben je wel nodig. Er zijn is belangrijker dan praten.
  • Erken de rouw van alle nabestaanden. Er is geen sprake van ‘het grootste slachtoffer’. Iedereen heeft verdriet.
  • Rouw is meer dan praten en huilen. Het is heen en weer slingeren tussen verdriet ervaren en je leven weer opbouwen. En iedereen doet dat op zijn eigen tempo en eigen manier.
  • Het is fijn als docenten, collega’s en teamgenoten op de hoogte zijn van het verlies, maar niet iedereen wil op school of op de werkplek praten over het verlies. Afleiding is ook belangrijk.
  • Je kunt iemand niet verdrietig maken. Blijf ook na een paar maanden of een paar jaar gewoon vragen hoe het met iemand gaat. En denk aan nabestaanden op speciale dagen. Maar geef geen tips, anders krijgt iemand het idee dat hij of zij het niet goed doet.

Uit: Verder zonder jou (Daan Westerink, 2010)

Bekijk ook