Daan Westerink | ‘Rouw ik wel goed?’

Rouwdeskundige Daan Westerink krijgt regelmatig de vraag ‘Doe ik het wel goed?’ van mensen die een dierbare missen. Haar antwoord? Dat heeft niks met rouwtheorieën te maken…

Goede rouw

‘Denk je dat ik het goed doe’, vraagt hij terwijl hij met zijn handen over zijn knieën wrijft. Hij is net een maand weduwnaar. ‘Ik ben na een week alweer aan het werk gegaan. Dat kan toch niet. Loop ik niet weg voor het verdriet en de rouw? Komt straks de grote klap?’

Hij huilt. Omdat hij haar zo mist. De vrouw die hij op latere leeftijd ontmoette. Die het kind in hem weer wakker kuste. Die net als hij als een jonge hond door het park en door de bossen struinde. Die vooral met humor het leven tegemoet rende.

Het is de meest voorkomende vraag van mensen die iemand verliezen van wie ze houden. Doe ik het wel goed. Want er bestaan zoveel theorieën over rouw dat je er haast onzeker van zou worden. Dat er fases zijn die je een voor een door moet werken bijvoorbeeld. Dat je eerst dwars door je verdriet heen moet en alle pijn toe moet laten voordat je weer aan het leven deel mag nemen.

Eerst rouwen, dan werken

Ik ben niet zo van die theorieën. Ik kijk vooral naar de mensen die voor me zitten. Wat ze vertellen over het leven na de dood van hun man, vrouw, vader, moeder, zus, broer, kindje. Wie of wat helpt ze door de moeilijke tijden heen? Welke mensen blijven spontaan langs komen? En mogen ze van zichzelf ook weer dingen doen die gewoon fijn zijn vanwege de afleiding, waarbij je je energie kwijt kunt, zoals een urenlange wandeling met de hond of volleyballen met je vrienden?

Hoe zien je dagen eruit, vraag ik hem. “Ik vind het heel fijn dat ik doordeweeks niet na hoef te denken hoe mijn dag eruitziet. Ik ga naar mijn werk, punt. Het is vrij technisch werk en gek genoeg kan ik me daar helemaal in verliezen. Ik denk dan zelfs een paar uur bijna niet aan haar. Het geeft letterlijk lucht. Maar ik schaam me daar een beetje voor. Mijn werk is toch niet belangrijker dan mijn vrouw? Ik moet toch eerst rouwen?”

Wees mild voor jezelf. Geef jezelf de tijd.

Ik vertel hem dat rouw niet een kwestie is van eerst huilen en dan weer opstaan. Het is zoeken naar een balans. Afleiding is dan ook belangrijk. Ik vraag hem hoe hij zijn avonden en weekenden doorbrengt. “Ik ben dan graag thuis. Zij is dan overal om me heen. In de spullen die van haar zijn, in de door ons met zoveel plezier aangeschafte bank en ons bed. In de grote foto van haar aan de muur die ik van een van haar vriendinnen kreeg. In haar kleding die nog steeds in mijn kast hangt. In al mijn herinneringen aan onze reizen. Het is verdrietig dat ze er niet meer is, maar alles in huis doet me aan haar denken, en dat is fijn. Maar ja, ik ga wel iedere zaterdagochtend ontbijten buiten de deur. Dat is toch ook niet goed?”

Eigenwijze rouw

Nabestaanden als deze man, die vol liefde over zijn vrouw spreekt, zijn soms veel te streng voor zichzelf. Door allerlei verwachtingen van jezelf en van je omgeving over hoe je ‘moet rouwen’ proberen we het ‘volgens het boekje te doen’ terwijl er helemaal geen regels zijn hoe je verder moet gaan na de dood van iemand die je lief was. Omdat we denken dat je eerst maandenlang zichtbaar verdriet moet hebben, staan we onszelf nauwelijks toe om tussen de bedrijven door houvast te zoeken in activiteiten die ons even afleiden van het verdriet. Een inwendig stemmetje zegt soms tegen ons ‘je kunt het niet maken om nu al uit eten te gaan’, en dus blijven we thuis. Onzin.

Niemand heeft ooit vastgelegd wat je wel en niet mag doen als iemand die je lief heeft sterft. Wat kan helpen is eigenwijs te rouwen. Doen wat goed voelt en steun zoeken bij mensen die dat begrijpen kan dan een enorme opsteker zijn.

Ik vraag hem wie de mensen zijn met wie hij graag afspreekt. Hij straalt helemaal. “Gelukkig heb ik een erg fijne band met mijn broers en zussen en met mijn schoonouders. Zij trekken me echt soms het huis uit. En mijn zus heeft een theater-abonnement voor ons beiden geregeld. De eerste keer zei ze: ‘je mag ook vijf minuten van tevoren gewoon afzeggen. Maar het was heerlijk om even weg te zijn. En mijn schoonmoeder komt geregeld eten en haalt dan allemaal fijne herinneringen naar boven. Ze gaf me laatst een compliment. Mijn vrouw is lang ziek geweest en ik heb haar verzorgd. Mijn schoonmoeder zei ‘Er staat straks een stoeltje voor je in de hemel klaar.’ Daar werd ik zo blij van. We zien elkaars verdriet maar er is geen enkele concurrentie.’

Mild zijn voor jezelf

Aan het eind van het gesprek komt hij zelf tot een slotconclusie.  ‘Dus het is gewoon helemaal niet erg dat ik verdrietig ben maar ook met plezier naar mijn werk ga. En het is ook gewoon prima dat ik met mijn zus de deur uitga maar af en toe ook lekker op de bank kruip met een dekentje omringd door alles wat me aan haar doet denken. En ik mag ook in het weekend buiten de deur ontbijten.”

Ik knik. “Ja, het is helemaal niet erg. Sterker nog: het is helemaal goed. Wees mild voor jezelf. Geef jezelf de tijd. Je mist haar, je hebt verdriet en loopt daar niet voor weg. Maar je ziet ook vrienden, je vindt het fijn om te werken. Kortom: er is ruimte voor verdriet maar je pakt het leven ook vast. Dat klinkt goed.”

Hij haalt een klein boekje tevoorschijn.  “Weet je, ik denk dat zij ook vindt dat ik het goed doe. Ze heeft vaak gezegd dat ze hoopte dat ik gewoon door zou gaan met het leven omarmen. Met haar in mijn hart, maar met ruimte voor nieuwe dingen. Twee weken geleden kreeg ik dit boekje van een vriendin van haar. In opdracht van mijn vrouw. Ze wilde dat ik het pas na haar dood zou krijgen, om me te steunen. ‘Ik liefde jou’ staat er op de voorkant. Dat riepen we heel vaak tegen elkaar als variant op I Love You. Kijk, het bevat allemaal lieve en grappige en mooie foto’s van bijzondere gebeurtenissen die we samen meemaakten.”

Geen strenge oordelen

Tranen in zijn ogen als hij me de prachtige vrouw laat zien van wie hij zielsveel houdt en blijft houden. “Het is het bewijs dat het echt prachtig was. Onze liefde was echt. En ik geloof dat die liefde me nu vleugels geeft om door te gaan. Ik moet alleen nog leren om niet zo streng te zijn. Ik ga proberen dat los te laten.”

En dat wens ik jou ook toe, jij die dit stukje leest en soms ook niet weet of je wel weer deel mag nemen aan het leven. Jij, die er soms niets van snapt dat je zo verdrietig kunt zijn maar ook energie en lucht krijgt van een lange wandeling of van een mooie film. Laat strenge oordelen, ook die in je eigen hoofd, los. Ik gun je dat dekentje op de bank, een luisterend oor maar ook de afleiding die ervoor zorgt dat je weer even adem kunt halen.

Bekijk ook