
Voor rouw staat geen tijd: ‘Het werd met de jaren erger’
'Er mocht thuis niet over mijn broer gesproken worden'
Leestijd: 6 minDoor Tara de Wit

'Er mocht thuis niet over mijn broer gesproken worden'
Leestijd: 6 minDoor Tara de Wit
Laura Hatenboer (34) maakt het ondenkbare mee: ze verliest op elfjarige leeftijd haar grote broer Jeroen, met wie ze zo hecht was. Het verdriet slokt haar volledig op en thuis is er geen ruimte om dit te uiten. "Met de jaren werd de rouw erger."
“Het was tien voor acht ‘s ochtends, 30 maart 2004. Mijn vader was met de hond aan het wandelen en mijn moeder stond onder de douche. Toen ging de telefoon.” Dat ene telefoontje zet alles op z’n kop. Laura is dan 11 jaar, maar het voelt alsof het gisteren gebeurde.
Huttenbouwen, brommerrijden door de modder en op zondag met hun vader in de jeep scheuren door het bos bij hun grote boerderij: zo ziet Laura’s jeugd er met haar drie broers uit. “Het was een mannenwereld, maar ik vond het geweldig. Hoe zwarter we werden, hoe beter.” Met twee van haar broers, Jeroen en Henk, is ze enorm hecht. In hun woonplaats Budel staan ze bekend als de Drie Musketiers.
“Met Jeroen was het vooral jennen en plagen. Hij gaf heel veel en vroeg weinig terug. Dan ging hij bijvoorbeeld naar de Bruna voor een autoboekje voor zichzelf en nam hij voor mij een paardenboekje mee.” Een allemansvriend, zo omschrijft Laura haar drie jaar oudere broer. En gek op alles wat te maken heeft met racen en auto’s. “Vooral Hummers waren zijn ding. Een vriendin wilde hij nooit, grapte hij dan, veel te duur. Hij kocht liever een Hummer.”
Als de dan elfjarige Laura de telefoon opneemt, klinkt een vriend van Jeroen. “Hij had een ongeluk gehad op de fiets naar school.” Paniek. Al lijkt het in eerste instantie mee te vallen. Snel belt Laura haar vader, die thuis de hond afzet en naar de auto rent. “Ik zie hem nog een groen plastic bekertje meenemen om de bevroren voorruit mee te krabben.”
In eerste instantie leek de schade van het ongeluk mee te vallen
Het bericht van het ongeval gaat als een lopend vuurtje door Budel, “want we waren daar best bekend vanwege m’n moeders winkel.” Laura’s moeder gaat naar het ziekenhuis in Tilburg, waar Jeroen inmiddels ligt. Omdat niemand Laura kan opvangen, komt haar leraar haar halen voor school. “‘Kom maar mee’, zei hij, ‘we gaan het gewoon proberen.'"
Maar al snel worden Laura en haar broers alweer opgehaald. “Door mijn bijna-buurvrouw, die bij de politie werkte, gingen we met prio1 over de snelweg naar Tilburg.” Ga ik Jeroen nog levend zien? Die gedachte flitst door haar heen tijdens de gehaaste rit. Daar aangekomen blijkt het helemaal niet mee te vallen. De temperatuur in Jeroens hersenen is hoog en de spoedarts windt er geen doekjes om: ‘ga maar gauw afscheid nemen’, zegt hij. “In zijn kamer zag ik mijn ouders zitten. Mijn vader zei vroeger altijd: ‘Ik heb geen traanbuisjes meer, dus ik kan niet huilen.’ Daar dacht ik toen aan: papa kan niet huilen, heeft hij vanbinnen wel verdriet?”
Het was de enige keer dat ik mijn vader zag huilen
De volgende ochtend op de gang van het ziekenhuis hoort Laura de woorden waardoor haar wereld instort: we kunnen niks meer voor hem betekenen. “Toen begon papa te huilen. ‘Je hebt toch wel traanbuisjes!', riep ik uit. Het was de enige keer dat ik hem zag huilen.” In één klap is het kind in Laura verdwenen. “Ik moest volwassen keuzes maken. Wilde ik bij zijn overlijden zijn? Nee. Spijt van deze keuze heb ik nooit gehad, al zou ik het nu wel gedaan hebben.”
Thuis komt de klap: een lege plek aan de eetkamertafel. Jeroens lichaam ligt in bed in de woonkamer. “Daarvoor moesten we zijn bed in zijn slaapkamer afbreken. En in de buis van het bed vonden we allemaal snoeppapiertjes en lege chipszakjes.” Lachend door haar tranen heen, vertelt ze: “Daar kreeg ik dus altijd de schuld van, dat ik het had gepakt. Maar de schijnheilige zat dus gewoon tegenover me.”
In de nachten die volgen, sluipt Laura regelmatig stilletjes van haar bed naar de woonkamer om bij haar broer te zitten. “Ik praatte over koetjes en kalfjes, zoals we altijd deden, en vertelde dat ik mijn plaaggeest zou missen.”
De leegte die volgt na Jeroens immens grote uitvaart is overweldigend. “Je moet terug naar school, maar ik gooide er met de pet naar. Ik zat down in de klas en spijbelde veel.” Gelukkig was daar die leraar, die ervoor zorgde dat Laura de Cito-toets mocht overdoen, waardoor ze ondanks alle ellende een vervolgopleiding kon doen.
Maar om nou te zeggen dat het steeds beter ging met Laura? “Nee, de rouw werd met de jaren erger.” Door het verdriet komt Laura’s moeder nauwelijks haar bed uit, waardoor Laura regelmatig het huishouden moet overnemen. Daarnaast is ‘Jeroen’ het verboden woord in huis. “Er mocht niet over hem gesproken worden, mijn vader kon het verdriet niet aan. En als het wel gebeurde, zag ik de borden van de tafel komen, zo hard sloeg hij zijn vuist op tafel.” Met Henk gaat ze dan ook regelmatig stiekem naar de schuur bij de paarden om het over hun broer te hebben.
Ook als Laura volwassen is, slokt Jeroens overlijden haar volledig op. “Ik kreeg een kind en het ging bergafwaarts met me.” Alle ‘dat-was-toen’-dagen geven een opgejaagd gevoel: Jeroens verjaardag, de dag van het ongeluk, zijn overlijden. Ze ziet haar broer dagelijks in het gezicht van haar oudste zoon. Zelfs in liefdesrelaties merkt Laura dat ze onbewust de broer-zusband opzoekt. Het leidt haar tot het randje van waanzin, tot ze in therapie gaat.
Ik zie nu dat ik de puberteit heb overgeslagen
“Die psycholoog heeft me erbovenop gekregen en me een belangrijke les geleerd: voor rouw staat geen tijd. Ik zie nu dat ik de puberteit heb overgeslagen en een te sterk verantwoordelijkheidsgevoel had.” Ook beseft Laura hoeveel invloed het stilzwijgen van Jeroen heeft gehad. “Daardoor ben ik veel bewuster over hoe ik met mijn eigen kinderen praat. Ik wil dat ze weten dat al hun emoties oké zijn.”
Tijd heelt niet alle wonden, ziet Laura. En dat hoeft ook niet; het verdriet mag verweven raken met het leven. Ze is dankbaar voor de mensen die er op de juiste momenten waren: de leraar, de bijna-buurvrouw die haar naar het ziekenhuis bracht. En Jeroen? Die zou trots zijn geweest op wie ze nu is, denkt ze. "Ik hoop dat hij daarboven in een mooie Hummer rondrijdt. En toch ook een vriendin heeft."
Laura samen met haar zoons, ze ziet haar broer dagelijks in het gezicht van haar oudste zoon.

Wil je dat we artikelen en programma’s over rouw, de dood en verder leven kunnen blijven maken? Samen leren we leven met verlies; ga naar meer.eo.nl/rouw en steun ons met een donatie.
