
Blog Bertine - Een zomer die nooit voorbijging
'Ik moest hem vertellen dat hij niet meer beter zou worden'
Leestijd: 6 minDoor Bertine van de Poll

'Ik moest hem vertellen dat hij niet meer beter zou worden'
Leestijd: 6 minDoor Bertine van de Poll
De 14-jarige Daan geloofde dat kinderen niet doodgingen. Toch moest zijn moeder hem in de zomer van 2016 vertellen dat hij niet meer beter zou worden. Tien jaar later blikt ze terug op hun laatste dagen samen, en op een gemis dat nooit verdwijnt.
Tien jaar geleden, op 20 juli 2016, overleed Daan in een zwoele zomernacht aan de gevolgen van kanker. Het was een warme week, net als nu. De airco en ventilatoren draaiden dag en nacht om de hitte enigszins draaglijk te maken.
Op die zonnige maandag, twee dagen voordat hij overleed, vertelde ik hem dat het einde dichtbij was. Dat hij zo ziek was dat hij niet meer beter zou worden. Het was het moeilijkste gesprek dat ik ooit heb moeten voeren.
Hij vond het vreselijk om te horen
Hij vond het vreselijk om te horen. Mijn moederhart brak op dat moment in duizend stukjes. Toch kon ik dat niet laten zien. Ik moest sterk zijn. Voor hem. Voor mijn gezin. Ik kon niet instorten, want Daan had mij nodig. En ook zijn zusje en broertje hadden een moeder nodig die er voor hen was. Het was zomervakantie, een periode die voor kinderen juist onbezorgd en vol mooie herinneringen hoort te zijn. Soms begrepen zij wat er gebeurde, maar ze waren ook nog zo jong dat het besef steeds weer vervaagde.
Voorzichtig probeerde ik hem daarna uit te leggen dat hij naar de hemel mocht gaan. Dat het goed was. Dat hij daar als eerste zou zijn. Dat er prachtige schommels waren waarop kinderen samen speelden en lachten. Dat het daar feest zou zijn en dat hij niet bang hoefde te zijn.
Langzaam zag ik een twinkeling in zijn ogen verschijnen. "Ja, daar wil ik heen."
Hij gaf aan nog twee nachten bij ons te blijven
Hij gaf zelf aan nog twee nachten bij ons te blijven. Alsof hij nog even afscheid wilde nemen. En precies zo ging het. Ongelooflijk, maar waar.
Als ik daaraan terugdenk, is dat een van de meest bijzondere herinneringen uit die laatste dagen. Ik geloof dat God Daan op Zijn tijd thuishaalde. En ik geloof ook dat Hij hem de rust en het vertrouwen gaf om los te laten. Dat besef is voor mij nog altijd een groot wonder.
Daan zei altijd: "Kinderen gaan niet dood."
Een zin die zo eenvoudig klinkt, maar die voor altijd in mijn hart gegrift staat. Want kinderen hóren ook niet dood te gaan. Toch gebeurde het. Op 20 juli 2016 veranderde ons leven voorgoed.
Maar vandaag wil ik een stap terugzetten in de tijd. Veertien jaar terug.
Daar zit ik. In de ambulance.
Met loeiende sirenes rijden we naar het ziekenhuis
Naast mij gaat de kinderarts van het plaatselijke ziekenhuis mee. Het is spoed. Zeer kritiek. De sirenes loeien terwijl we met hoge snelheid richting het kinderziekenhuis in Utrecht rijden.
Voor me ligt mijn lieve Daan. Een zuurstofmasker bedekt zijn gezichtje. Zijn snoetje is wit, bijna kleurloos. Zijn mooie blonde haren liggen zacht over het kussen. Hij oogt zo klein, zo kwetsbaar. Ik pak zijn hand vast. Ik wil hem geruststellen, maar diep vanbinnen voel ik de angst door mijn hele lichaam razen.
Ik probeer sterk te blijven. Ik praat tegen hem, al weet ik niet eens meer wat ik zeg. Alles draait om één gedachte: als we maar op tijd zijn. Als ze hem daar maar kunnen helpen.
Wanneer de deuren van de ambulance opengaan, staat er al een heel team klaar. Alles gaat razendsnel. Daan wordt overgenomen en met spoed naar de intensive care gereden. Ik loop erachteraan, alsof mijn benen vanzelf bewegen. Mijn hoofd is leeg. Mijn hart bonst in mijn keel.
We hebben nog hoop dat het goed komt
Daar, op de kinder-IC, begint een strijd waarvan ik op dat moment nog niet weet hoelang die zal duren. Een strijd vol hoop, angst, tranen en momenten waarop we ons vastklampen aan ieder sprankje goed nieuws. Er was toen nog hoop dat het goed zou komen.
Ik had toen nog geen idee dat die rit in de ambulance het begin zou zijn van een reis die ons leven voorgoed zou veranderen.
Een dag later kregen we het nieuws dat geen enkele ouder ooit wil horen. Daan had kanker. Leukemie.
Er volgden drie intensieve jaren waarin ons leven volledig in het teken stond van behandelingen, ziekenhuisopnames en chemokuren. Jaren vol angst en verdriet, maar ook vol hoop. Hoop dat de behandelingen zouden aanslaan. Hoop op genezing. Hoop op een toekomst waarin Daan weer gewoon kind kon zijn.
En toen, in februari 2015, was daar eindelijk dat moment waar we zo lang naartoe hadden geleefd. De allerlaatste chemokuur. Daan was klaar met zijn behandeling. Langzaam durfden we weer vooruit te kijken. We maakten voorzichtig plannen. We dachten dat het ergste achter ons lag en dat we ons leven weer konden oppakken.
Maar onze hoop kreeg een andere wending…
In mei 2016, na verschillende onderzoeken, kregen we opnieuw een verwoestende boodschap. De kanker was terug. En deze keer in alle hevigheid.
Negen weken verbleven we in het ziekenhuis. Er werd gevochten, gehoopt en gezocht naar mogelijkheden. Maar gaandeweg werd duidelijk dat de weg naar genezing te zwaar was geworden. Er waren geen behandelingen meer die Daan konden genezen. Toen namen we de moeilijkste beslissing van ons leven. We namen onze lieve Daan mee naar huis.
We namen de moeilijkste beslissing van ons leven
Niet om beter te worden, maar om thuis te mogen zijn. Bij zijn zusje en broertje. Omringd door alles wat hem lief was. Om te genieten en om nog te leven.
Drie weken later, op 20 juli 2016, overleed Daan. Hij was nog maar 14 jaar oud.
We huilden alleen, maar ook samen. Overdag probeerden we door te gaan, maar wat zijn er veel donkere nachten geweest. We waren boos. Op alles. Soms op elkaar. En steeds was daar die ene vraag: waarom?
Onderweg raakte ik mezelf kwijt
Ik volgde therapie, EMDR, en uiteindelijk werd ook een retraite in Frankrijk een onderdeel van mijn herstel. Toch heb ik me enorm vergist. Ik dacht dat het verdriet na al die jaren zachter zou worden. Dat de scherpe randen zouden slijten. Maar rouw laat zich niet sturen. Rouw is rauw. Het verandert van vorm, maar verdwijnt nooit.
Onderweg ben ik mezelf kwijtgeraakt, maar uiteindelijk heb ik ook weer stukjes van mezelf teruggevonden. Ik heb gehuild, gelachen, gevallen en ben weer opgestaan. En ik ben er nog!
Dat zwarte randje dat altijd met je meereist, kunnen zij niet voelen
Als ik nu terugkijk, zie ik ook de eenzaamheid die bij dit verlies hoort. Het verliezen van een kind is iets wat je uiteindelijk vooral alleen moet dragen. Mensen willen je helpen, en dat doen ze ook vanuit hun hart. Ze kunnen troosten, een stukje verlichting geven en naast je lopen. Maar die allesomvattende leegte, dat zwarte randje dat altijd met je meereist, kunnen zij niet voelen.
En misschien is dat maar goed ook. Want het doet intens veel pijn. Nog elke dag.
Want ook na tien jaar blijft één zin altijd waar:
Mama huilt.

Wil je dat we artikelen en programma’s over rouw, de dood en verder leven kunnen blijven maken? Samen leren we leven met verlies; ga naar meer.eo.nl/rouw en steun ons met een donatie.
