Navigatie overslaan
Uitgelichte afbeelding

Susanne en Daniëlle verloren beide ouders: 'Iemand riep: re­a­ni­ma­tie­kar!'

'Soms willen we het wel uitschreeuwen: waarom wij?'

vandaag · 07:00| Leestijd:9 min

Update: vandaag · 07:00

Susanne (39) en Daniëlle (36) verloren in 2015 hun moeder, en in 2024 ook hun vader na een ongeluk. Na dat fatale moment staat zijn bord nog op het aanrecht, met zijn koffiekopje ernaast. “Onze vader was gewoon even weggegaan om zo weer terug te komen.”

Op een warme herfstdag stapt Jan op de fiets voor wat regelzaken. Thuis op het aanrecht staat nog zijn bord en een koffiekopje ernaast. Daniëlle: “Hij was gewoon even weggegaan om weer terug te komen.” Maar die fietsrit loopt helemaal verkeerd af. Susanne krijgt het nieuws als eerst te horen van een agente.

Ik hoorde iemand roepen: ‘Reanimatiekar!’ en voelde: dit is niet goed

Er is een ongeluk gebeurt en hun vader is met de ambulance weggebracht. Susanne belt Daniëlle en samen gaan ze naar het ziekenhuis. Ze worden naar een familiekamer gebracht. Daar wachten ze. Susanne: “De deur stond open en ik hoorde iemand roepen: ‘Reanimatiekar!’ Toen voelde ik: dit is niet goed, dit gaat om papa.”

Daniëlle: “Er kwam een arts. Het ging heel slecht met onze vader. De artsen hadden van alles geprobeerd, maar wisten niet precies wat er aan de hand was. We wachtten in de familiekamer totdat we nieuws zouden krijgen. Op een gegeven moment kwam er een arts om te vertellen dat het niet goed ging met onze vader. Het kon twee kanten op gaan…of hij zou het redden of hij zou komen te overlijden.”

Susanne: “De arts vertelde dat papa gereanimeerd werd en vroeg of we mee wilden.” Niet goed beseffend van de situatie lopen Susanne en Daniëlle mee.  “Maar zodra het gordijn openging dacht ik: dit wil ik niet. En meteen draaide ik me weer om,” herinnert Susanne zich.

De zussen hebben al hun moeder verloren. Susanne: “Onze moeder kreeg in januari 2012 te horen dat ze darmkanker had. Ze heeft nog drie jaar geleefd met chemo’s en allerlei pillen. Het ging een hele tijd goed, tot het moment dat de arts aangaf: ‘de chemo slaat niet meer aan.’ Ze wilde nog heel graag de eerste verjaardag van haar eerste kleinkind meemaken op 23 december 2014. En dat deed ze. Susanne: “Weliswaar vanuit haar bed, maar toch.” Hun moeder overleed op 3 januari 2015. “Ze wilde het ons niet aandoen dat ze zou overlijden tijdens de feestdagen. Ze heeft tot het laatst toe gestreden voor ons.”

Na hun moeders overlijden is hun vader een tijd uit het lood geslagen. Daniëlle: “Hij had het zwaar. Hij moest zichzelf opnieuw vinden. Hij was zo lang met onze moeder samen geweest. Wie was hij zonder haar? Hij moest op zoek naar zijn eigen ik.”

Iedereen kende Jan

Vlak voor zijn overlijden gaat het eigenlijk best goed met Jan. Susanne: “Hij was veel in zijn volkstuin te vinden, daar was hij lid van een vereniging, hij was betrokken bij de schooltuintjes, deed ontzettend veel en had altijd mensen om zich heen. Daar genoot hij van.”

Daniëlle voegt met een glimlach toe: “‘Jan? Ja, die kennen we wel,’ zeiden mensen. Hij kende iedereen. Op zijn begrafenis nam iedereen een losse bloem mee; zo ontstond er een zee van bloemen. Hij was gek op bloemen.”

Zes jaar geleden kreeg hij een hartinfarct. Susanne: “Toen waren we hem al bijna kwijt geweest. Hij reed zelf vanuit de huisarts naar het ziekenhuis. Hij was niet helemaal eerlijk geweest over zijn klachten en hij verwachtte dat hij zo weer naar huis zou gaan. Uiteindelijk heeft hij er drie weken gelegen en heeft daar een openhartoperatie ondergaan.”

Daniëlle: “Papa was wel een beetje eigenwijs. Maar vol liefde. Vroeger stopte hij briefjes in onze broodtrommel. Hij zag en onthield alles. Als je nieuwe kleren had of nieuwe schoenen, dan zei hij daar wat over.” Lachend: “Dat kennen wij van onze mannen niet.

We waren ook heel open naar elkaar toe. Ik was altijd close met mama, en Suus wat meer met papa. Toen mama overleed veranderde dat. Daardoor gingen we met z’n drieën nog meer delen,” blikt ze terug. Ook is hun vader liefdevolle opa. Zijn oudste kleinzoon komt vaak langs om samen wat lekkers te eten met opa of over voetbal te kletsen. Susanne: “Hij was echt trots op zijn kleinzoon en kleindochters.”

Een beeld dat blijft

Maar in het ziekenhuis verslechterde Jans situatie. Als Susanne wegloopt van de reanimatie, blijft Daniëlle: “Ik bleef…en dat beeld raak ik niet meer kwijt.” Overmand door verdriet besluit ook Daniëlle niet langer bij de reanimatie te blijven. Samen met Susanne gaat ze terug naar de familiekamer, waar de tijd eindeloos voelt. En toen kwam het nieuws waar ze nooit klaar voor waren: hun vader heeft het niet gehaald.

Danielle: “De artsen vroegen of we papa wilden zien.” Susanne kiest ervoor om niet te gaan kijken, Daniëlle wel. “Ik werd daar goed in begeleid, ze vroegen: ‘weet je het zeker?’ Maar ik wilde mijn vader zien. Dat was erg heftig. Hij zag er niet meer uit als papa. Toch had ik dat toen nodig om te voelen en te snappen dat papa is overleden, want ik kon er gewoon niet bij dat hij er niet meer was.”

Wat er was gebeurd?

Hun vader wordt naar het mortuarium gebracht, daar onderzoekt de schouwarts zijn doodsoorzaak omdat hij door een ongeluk om het leven is gekomen.

Susanne: “Onze vader fietste naar huis langs een onoverzichtelijk stukje. Er kwam een automobilist van rechts die hem niet zag. En papa heeft hem blijkbaar ook niet gezien. De auto raakte waarschijnlijk zijn wiel, papa verloor zijn evenwicht en viel tegen de stoeprand en kwam onder andere heel naar terecht op zijn hoofd.”

Een kille houding

Een agent van de verkeerspolitie bezoekt de twee zussen in het ziekenhuis om hen meer informatie te geven over wat er gebeurd is met hun vader. Maar de zussen houden een vervelend gevoel over aan die ontmoeting. Susanne: “De verkeerspolitie was heel zakelijk. Hij noemde papa telkens een ‘verdachte’ omdat het om een verkeersongeval ging en nog niet duidelijk was wat er precies gebeurd was. Maar het voelde zo vreselijk dat papa telkens ‘verdachte’ werd genoemd. Hij had geen bank overvallen.”

Susanne: “Dat laat je niet los. Maar de schouwarts was wel warm in haar communicatie. Zij gaf wat meer duidelijkheid over de doodsoorzaak, maar ook vooral wat meer de liefde die je op dat moment wil voelen.”

Uiteindelijk mogen de zussen pas om één uur s’ nachts naar hun vader toe. Daniëlle: “En toen zag ik hoe mooi hij was verzorgd, hij was weer papa. De medewerkers van het mortuarium waren allemaal zo lief. Mensen zoals zij maakten het verlies draaglijker.”

Over de vraag of ze nog heel graag iets hadden willen zeggen tegen hun vader hoeven de zussen niet lang na te denken. Susanne: “Ik wil nog zoveel vertellen. Ik denk dat dat nooit stopt. Maar papa wist wel alles wat ik wilde zeggen.”

Uitgestelde rouw

Doordat hun vader door een ongeluk om het leven is gekomen volgt er een onderzoek waaruit blijkt dat de betrokken automobilist onder andere veel op zijn telefoon had gekeken en onder de norm cannabis had gebruikt.

Soms willen we het wel uitschreeuwen: waarom wij?

Susanne: “Toen we met al die processen klaar waren, waren we een half jaar verder. Maanden waarin ik voor mijn gevoel niet geleefd heb. Ik deed wat er moest gebeuren. Gesprekken met de artsen, rechercheur, de advocaat, een heel huis leeghalen waar we opgegroeid waren. De zorg voor onze gezinnen en daarnaast werken. Hoe we dit allemaal

gedaan hebben en volgehouden hebben. Ik weet het echt niet.”

En toen pas kwam er ruimte voor rouw. “Daniëlle en ik voelden dat we daar hulp bij nodig hadden.” Zo komen ze uit bij een rouwtherapeut.  Daniëlle: “We doen wandelsessies in het bos. Buiten lopen, praten en delen. Dat werkt heel goed. Het is intens, vermoeiend, maar het werkt wel.”

Een brief aan de bestuurder

Susanne schreef een brief aan de bestuurder. “Ik wilde geen boze brief schrijven, maar wel laten weten hoe het voor ons was. De rouwtherapeut keek mee. Het was een brief vanuit het hart. Ik heb de brief naar de rechercheur gebracht en zij heeft hem opgestuurd. Of de bestuurder de brief gaat lezen? Ik weet het niet, maar voor mij viel er iets van me af.”

Nog closer als zussen

Daniëlle: “Na het verlies van onze moeder konden we altijd nog bij onze vader terecht. Leven zonder moeder was al een proces, maar als dan ook je andere belangrijkste persoon wegvalt… ik weet nog steeds niet hoe dat moet.”

Susanne: “Soms willen we het uitschreeuwen: waarom wij? Je krijgt geen antwoord, maar zo voelt het soms wel. Dan is het troostend te lezen dat meer mensen met dit gemis leven.”

We hebben elkaar nog

Daniëlle: “We pakken elk geluksmoment. Niet wachten tot later. We leven nu. Regelmatig gaan we samen weg, maken nieuwe herinneringen en zoeken plekken op waar we vaak met onze ouders kwamen - zoals ons favoriete eiland Terschelling. Moeder- en Vaderdag hebben we omgedoopt tot zussendag, waarop we samen iets leuks doen. Op de planning staat nog een reis naar Zwitserland, een plek vol herinneringen. In 2013 spraken we daar af dat de keien van papa en mama, die we toen vonden, ooit terug zouden gaan naar de Thunersee - net zoals we dat eerder deden voor onze opa en tante. Een belofte die we samen blijven dragen.”

Een gebroken hart

Susanne: “Rouw stopt niet; het verandert. Na het verlies van onze moeder miste ik al een stukje van mijn hart. Je leert omgaan met dat verlies, maar ik mis mijn ouders op zoveel momenten - vooral als ik naar mijn eigen kinderen kijk, en hoe graag ik dat met hen had willen delen.”

Daniëlle: “Iedereen raast maar door, maar dat doet er niet meer toe. We hebben elkaar nog.” Ze kijkt haar zus ontroerd aan. “Dat is het enige dat telt. Onze ouders gaan altijd met ons mee; we voelen ze in alles. Onze vader zei altijd: 'Maak je geen zorgen over de dag van morgen.' Dat blijven wij onthouden.”