Ga naar submenu Ga naar zoekveld

Gert verliest als kind twee broers: ‘Ik voelde me schuldig over de verdrinking van Jopie’

20 augustus 2021 · Leestijd 6 min

Als Gert 12 jaar is, verdrinkt zijn broertje Jochem Stoffel (7) in het IJsselmeer. Omdat Gert denkt dat hij die middag zijn broertje in de gaten moest houden, voelt de boerenzoon zich zijn hele leven schuldig. Pas als Gert op zijn 59e hoort dat niet hij, maar twee anderen op Jochem moesten passen, vindt hij eindelijk woorden voor zijn opgekropte verdriet.

Frisgroene weilanden

Een Friese stelpboerderij naast het beroemde Woudagemaal, in het voormalige vissersdorp Lemmer. Op loopafstand van het heldere water van het IJsselmeer, omringd door frisgroene weilanden met grazende koeien. Zo groeit Gert Bakker op, in een gelovig gezin, samen met zijn oudere broer Jochem.

Als Gert drie jaar is, gebeurt er iets verschrikkelijks. ‘Het was 13 november 1962. Mijn vader stond op de hoek van het land. Mijn broer, die toen acht was, fietste met een vriendje achter een tractor. Ze sloegen linksaf naar ons huis. Maar precies op dat moment kwam er van de andere kant een auto aanrijden. Mijn broer werd geschept.’

Jochem Stoffels, de broer van Gert
Jochem Stoffels, de broer van Gert.
‘Onderweg is mijn broer in haar armen gestorven’

De overbuurvrouw was als eerste ter plaatse en reed met de zwaargewonde Jochem in de ambulance mee naar het ziekenhuis in Sneek. ‘Onderweg is mijn broer in haar armen gestorven’, vertelt Gert. ‘Toen mijn ouders in het ziekenhuis aankwamen, vluchtte de buurvrouw een kamertje in. Zij durfde het slechte nieuws niet aan hen te vertellen.’

Voor zover Gert zich kan herinneren, spreken zijn ouders in zijn bijzijn nooit meer over Jochem. ‘Mijn vader zag het ongeluk niet gebeuren, maar had de klap wel gehoord. Hij kon en wilde er niet over praten. Mijn moeder deelde veel met haar vriendinnen en had een speciale doos met allerlei aandenkens en krantenknipsels. Er hing alleen een foto van Jochem in huis. Dat was alles.’

Woudagemaal

Twee jaar later, op 25 oktober 1964, krijgen Gerts ouders opnieuw een zoon. Hij krijgt dezelfde naam als hun eerste zoon: Jochem Stoffel. Op een warme zondagmiddag – het is 11 juli 1971 – brengt hun moeder haar zoontjes naar een strandje bij het Woudagemaal.

‘Ik moest oppassen’, herinnert Gert zich. ‘Rond half vier kwam mijn moeder terug en vroeg: “Waar is Jopie?” Dat was zijn bijnaam. Maar Jopie was nergens te bekennen. De politie werd ingeschakeld, maar niemand kon Jopie vinden. Op advies van een van de bezoekers werd een helderziende gebeld. Die vertelde dat we moesten zoeken bij een omgevallen paal. Jopie is aan het begin van de avond gevonden, bij een vuurtoren.’

‘Hij lag zo vredig in de kist, het leek wel alsof hij sliep’

Jopie wordt thuisgebracht, waar in Gerts herinnering ‘grote paniek en drukte’ heerst. ‘Voor een moeder is het onverdraaglijk om twee kinderen te moeten verliezen.’ De buurvrouw en zijn moeder wassen Jopie en trekken hem zomerse kleren aan. ‘Een blauwe korte broek en een T-shirt met korte mouwen. Rood, wit, blauw gestreept. Hij lag zo vredig in de kist. Het leek wel alsof hij sliep.’

Als Gert op een avond alleen is bij de kist, belooft hij Jopie om op zijn geitje te passen. ‘Dat had ik aan hem gegeven.’ Maar nog datzelfde najaar sterft Jochems geitje. ‘Toen was ik heel boos op God. Waarom moest Hij uitgerekend mijn broertjes geit afnemen en niet mijn eigen geit?’

Gert en zijn broertje Jopie
Gert en zijn broertje Jopie.

Schuldgevoel

Na Jopies begrafenis gaat Gert met zijn buren mee op vakantie naar Spanje. ‘Dat was een idee van mijn oma. Dan konden mijn ouders samen rouwen. Zij waren er niet voor, want stel dat er iets met mij zou gebeuren. Maar uiteindelijk ging ik toch. Zes weken leefde ik in een andere wereld. Het was één grote afleiding. Pas toen ik thuiskwam, dacht ik weer aan Jopie’.

Dat geeft Gert direct een schuldgevoel. Ook is hij verdrietig. Maar die emoties deelt hij niet met anderen, want ‘een man mag niet huilen’. ‘Als er tranen dreigden, veranderde ik snel van gespreksonderwerp. Ik had in die tijd maar een vriend: mijn slaapkussen. Daarop lagen mijn tranen.’

Overval en gijzeling

In plaats van te praten over zijn gevoelens, legt Gert ‘al zijn ziel en zaligheid’ in korfbal. Jarenlang blijft hij op deze manier omgaan met zijn emoties. Maar dan wordt Gert in 1993 slachtoffer van een overval en gijzeling bij de bank waar hij werkt. De overvaller dreigt Gert neer te schieten en dwingt Gert om de vluchtauto te besturen. Enkele uren later wordt Gert vrijgelaten.

Hij is niet gewond, maar de gebeurtenis heeft mentaal grote impact op Gert. Hij krijgt allerlei lichamelijke klachten en begint op een avond spontaan over te geven en te ijlen. Hij roept een aantal malen de naam Jopie. Zijn huisarts adviseert Gert om met een psycholoog te praten.

‘Ik heb met mijn tranen wel een emmer laten overstromen’

‘Tijdens de eerste sessie kwam het hoge woord er al uit. Dat ik me schuldig voel over de verdrinking van Jopie. Ik heb daarna wel een emmer laten overstromen met mijn tranen.’

Maar het schuldgevoel blijft. Het hing als een molensteen om Gerts nek. Totdat hij en zijn vrouw in 2019 op bezoek gaan bij vrienden van Gerts overleden ouders. ‘Twee dames van 94 en 92 jaar. Een van hen had haar levensverhaal opgeschreven, dat wij mochten lezen. Daarin stond ook een verhaal over mijn ouders. Al pratend kregen we het over de verdrinking van Jopie en mijn schuldgevoel daarover.’

Gert voelt zich niet meer schuldig na het gesprek met mevrouw Van der Wal-Plantinga.
Gert voelt zich niet meer schuldig na het gesprek met mevrouw Van der Wal-Plantinga.

Gert

‘Mevrouw Van der Wal-Plantinga zei toen: “Maar Gert, er waren twee andere bekenden gevraagd om op Jopie te passen.” Toen ik dat hoorde, viel er een grote last van mijn schouders. Eindelijk was mijn schuldgevoel weg. Het verlichtte mijn pijn. Ik was zo blij en opgelucht.’

Gert ziet in de ontmoeting ‘duidelijk Gods’ hand’: ‘Dat beide dames zijn gezegend met een hoge leeftijd en goede gezondheid, dat een van hen nog een boek mocht schrijven en dat wij dit konden lezen: dat is geen toeval.’

‘Ik had zo graag allerlei dingen met jullie willen doen’

Sinds de verlossende woorden van de oude dame voelt Gert zich een ander mens. Iemand die nu wel kan praten over zijn gevoelens. Wel naar de foto’s van zijn broers kan kijken zonder pijn, verdriet en gemis te voelen. En wel de graven van zijn broers kan bezoeken zonder in tranen uit te barsten.

Soms praat Gert ook tegen zijn broers op de begraafplaats. ‘Ik mis jullie. Ik had zo graag allerlei dingen met jullie willen doen. Maar jongens, eens zijn wij samen. Jullie zijn op de beste plaats die je je maar kunt indenken: bij God. Jullie hebben geen pijn en verdriet, zoals ik dat heb gehad.’

In deze stelpboerderij, vlakbij het IJsselmeer, woonde Gert als kind
In deze stelpboerderij, vlakbij het IJsselmeer, woonde Gert als kind.

De jongens

Op de begraafplaats liggen ook Gerts ouders, Jan en Antje, die beiden stierven op hun 61e. Gert: ‘Ik herinner me nog mijn moeders laatste woorden, op haar sterfbed: “Ik ga naar Jan en de beide jongens.”’

Ontvang bemoedigende artikelen en verhalen in je mailbox

We sturen je elke week een selectie van indrukwekkende verhalen en inspirerende artikelen.

E-mailadres

Lees ook onze privacyverklaring.