Ga naar submenu Ga naar zoekveld

Dagboek Catharina #8 | ‘Daar moeten de traumahelikopters zijn geland’

10 juni 2022 · Leestijd 4 min

Catharina gaat met haar zus terug naar de plek van het ongeluk waar ze hun broer Kees verloren. “We rijden de weg van Maastricht naar Margraten. Eerst kletsten we nog, maar het is stil geworden in de auto.”

Maart 2020 - Mijn hart bonkt in mijn keel als we het kruispunt naderen. Het kruispunt waar het helemaal mis ging. Waar hij vanaf een zijweg linksaf wilde slaan op een drukke weg, achter zijn vrienden aan. Hij moet naar rechts hebben gekeken; hij zag de bus niet die van links kwam. De klap moet enorm zijn geweest. Zijn vrienden in de auto achter hem vertelden hoe ze het zagen gebeuren, hoe passagiers door de bus vlogen en de auto meters ver werd meegesleurd.

We rijden de weg van Maastricht naar Margraten. Eerst kletsten we nog, maar het is stil geworden in de auto. Het is de eerste keer dat we de plek zullen zien. Ik staar uit het raam en stel me voor hoe op die ochtend ambulances met gillende sirenes scheurden over deze weg. Hoe ze Kees, Susanne en hun drie kinderen naar het ziekenhuis brachten. Toen leefde hij nog, maar hoe. Wat een vreselijk einde van een weekendje weg. Wat een vreselijk einde van zijn jonge leven.

Van halte naar halte

Ik kijk naar het verkeer, dat rijdt alsof er nooit iets is gebeurd. Waarom verbaast het mij? Ook de bus gaat onschuldig van halte naar halte. Zelf heb ik ook nogal eens in die bus gezeten, van de zomer nog. Maar dat waren fijne momenten, vakantiedagen, mooie ritten, leuke uitjes. Nu schrik van elke bus die ik zie.

Mijn oog valt op wat stukjes auto lijken te zijn, langs de kant van de weg

Hier moet het zijn. Mijn zus parkeert de auto langs de weg en we stappen uit. Gek, het ziet er anders uit dan het beeld dat ik mijn hoofd heb; dan de beelden op het nieuws. ‘Daar moeten de traumahelikopters zijn geland’, wijs ik naar het veld aan de overkant. Het veld ligt er vredig bij; het mooie Limburgse landschap, recht tegenover de weg waar hij uit kwam rijden.

Blauwe lak

Als het even rustig is qua verkeer, loop ik over het asfalt van de autoweg. Ik kijk naar de grond alsof ik sporen zoek. Dan valt mijn oog op wat stukjes auto lijken te zijn, langs de kant van de weg. Opzij geveegd richting berm. ‘Kijk’, zeg ik, ‘als je dat ziet dan denk je toch….’ Ik hoef mijn zin niet af te maken. Mijn zus knikt en zegt; ‘ik denk het ook’. Ik raap ze op; stukjes van lampen, stukjes met blauwe lak. ‘De bus’, zeggen we tegelijk.

Ik merk het pas als de kramp door heel mijn arm trekt. Dat ik de stukjes bus en auto heb vastgeklampt. Als iets van hem. Ik laat niet los. Ik voel me dichtbij hem. Alsof ik in mijn hart tegen hem zeg: ik ben er. Ik heb het gezien. Niets hiervan blijft onopgemerkt.

Ik kijk nog even naar rechts, zoals hij gedaan zal hebben

We lopen de weg in waar hij vandaan kwam en weer terug richting het kruispunt. Het zijn de laatste meters die hij gereden heeft. Ik zie de bomen langs de weg, als gedenktekens. Alsof ze zeggen: wij weten het nog. Wij hebben hier al zoveel zien gebeuren. Hebben bomen een geheugen, nemen ze waar? Zo voelt het wel. Alsof ze zien en zwijgen. Hij zal de bomen ook gezien hebben. Bomen ontgingen hem nooit. Ik zie verkeersborden die waarschuwen: gevaarlijke kruising. Ze konden het ongeluk niet voorkomen. Ik kijk nog even naar rechts, zoals hij gedaan zal hebben, en dan recht vooruit. Het moet het laatste zijn geweest wat hij gezien heeft.

De hemel voor je
Aan je voeten
Niemand wist of
kon vermoeden

Borden konden
zeggen, roepen
Pas op en stop
En wijzen naar

Een stad of dorp
Je kon niet weten
Of vermoeden

De weg rechtdoor

De hemel voor je
Bijna thuis

Geschreven door

Catharina de Riet - Neven

Misschien ook wat voor jou

Ontvang bemoedigende artikelen en verhalen in je mailbox

We sturen je elke week een selectie van indrukwekkende verhalen en inspirerende artikelen.

E-mailadres

Lees ook onze privacyverklaring.

--:--