
Ongemakkelijke vragen op het werk
Leestijd: 4 minDoor Bianca Krol
Bianca heeft een nieuwe baan. Nieuwe collega's, een nieuwe naam op papier en onvermijdelijk: nieuwe vragen. Want hoe vertel je aan mensen die je nog niet kennen dat je man er niet meer is?
Ik heb een nieuwe baan. Mijn oog viel per toeval op een vacature die me op het lijf geschreven leek. Ik kon dit gewoonweg niet voorbij laten gaan en moest hier wel op schrijven. Dus dat deed ik.
En maar goed ook; per 1 april werk ik nu parttime als begeleider van kinderen, ouders, leerkrachten en schoolinternaten die gedrag en alles wat daarmee samenhangt soms moeilijk vinden.
Tot nu toe vind ik het erg leuk en is het gelukkig perfect te combineren met mijn eigen praktijk. Want die zou ik voor geen goud opgeven, hoe leuk de vacature ook zou zijn. In mijn praktijk ligt namelijk mijn andere roeping; het begeleiden van kinderen, volwassenen en professionals die worstelen met rouw en (aanstaand) verlies. Helaas, of achteraf misschien gelukkig, door het leven, dat blijkbaar andere plannen met mij had, zo ontstaan.
Ze weten niet dat ik weduwe ben.
En hoewel mijn nieuwe werk en mijn werkzaamheden in mijn praktijk veel overeenkomsten hebben en mooi op elkaar aansluiten, word ik in mijn nieuwe baan er ineens weer mee geconfronteerd dat mijn leven helemaal niet gemiddeld is.
Zo makkelijk als ik over de dood praat en Paul als vanzelfsprekend in mijn praktijk en veel dagelijkse gesprekken aanwezig is, merk ik dat het nu ineens weer een dingetje is.
Deze nieuwe collega’s weten natuurlijk niet dat ik weduwe ben. Hier ga ik plots weer door het leven met mijn meisjesnaam, omdat dit binnen dit bedrijf zo hoort. Ineens ben ik niet meer Bianca Krol. Voor even doet het meer met me dan ik dacht.
Ik merk dat ik aarzel om hét te vertellen en het juiste moment afwacht dat het per toeval ter sprake komt. Ook omdat ik weet wat deze informatie met de ander doet.
Uiteraard komen de vragen om me beter te leren kennen al vrij vlot. Logisch ook, want ik ben ook nieuwsgierig naar hen. En de vraag: “Wat doe jij als Nederlandse in België?” is eigenlijk ook wel te verwachten. Al doe ik niet meteen alles uit de doeken en licht een tipje van de sluier: “Blijkbaar doet de liefde rare dingen met een mens, mijn vriend heeft co-ouderschap en ik heb die van mijn kinderen altijd.” Er komen geen vervolgvragen en ik ga ervan uit dat ze denken dat ik gescheiden ben. Ook verdrietig, maar maatschappelijk wel geaccepteerd.
Toch ontkom ik er natuurlijk niet aan om, wanneer het ter sprake komt, iets meer van mijn privéleven te delen. Natuurlijk mag het, ik maak er anders ook geen geheim van:
“Hoe heet je ook alweer met de achternaam, dan mail ik je dat document?”
“Moonemans.”
“Huh, maar dat is niet de naam waaronder je gesolliciteerd hebt, toch?”
“Nee klopt. Krol, de naam waarmee ik door het dagelijks leven ga, is de naam van mijn overleden man.”
Zo, pfff, dat is gezegd. Maar dan begint het pas; de stilte en een hoop vragen.
Maar nu heb je dus weer een nieuwe relatie? Gelukkig.
Ik voel dat ik de behoefte heb om uit te leggen, feiten te vertellen, maar ook het minder zwaar te moeten maken. Ondertussen hopend dat we snel klaar zijn met deze ongemakkelijkheid aan beide kanten.
“Maar nu heb je dus weer een nieuwe relatie?”
“Ja.”
“Gelukkig.”
Oef ja, gelukkig. Gelukkig heb ik haar kunnen geruststellen en kunnen we over op een ander luchtiger onderwerp, waarbij ik niet zelf het gespreksonderwerp ben.
Gelukkig heb ik nu het ergste gehad en weet ik dat Paul en alles wat zijn ziekte en dood met me gedaan hebben, ook op dit werk een normaal onderwerp van gesprek gaat zijn.

Wil je dat we artikelen en programma’s over rouw, de dood en verder leven kunnen blijven maken? Samen leren we leven met verlies; ga naar meer.eo.nl/rouw en steun ons met een donatie.
