Column Nico | Het kan ook zonder God

Vroeger was het betrekken van God en het geloof tijdens een uitvaart vanzelfsprekend. Vandaag de dag is God vaak de grote afwezige, omdat we niemand voor het hoofd willen stoten. Volgens geestelijk verzorger Nico zitten daar twee kanten aan.

Herdenken met of zonder God?

Vóórdat de Rooms Katholieke Kerk Allerheiligen (1 november) en Allerzielen (2 november) invoerde, kenden onze voorouders momenten om stil te staan bij de overledenen. Dat waren dan een soort ‘dodenfeesten’. Ooit had het herdenken van de gestorvenen niets met het christelijk geloof te maken, toen kwam er eeuwenlang christelijk herdenken en nu gaat het vaak ook weer zonder God of kerk.

‘De boodschap is dat de doden niet weg zijn, maar voortleven in onze herinneringen.’

Ik geef een voorbeeld. In een zorgcentrum is een herdenkingsbijeenkomst in november voor alle mensen die in het afgelopen jaar gestorven zijn. De families worden daarvoor uitgenodigd. Een geestelijk verzorger en enige personeelsleden geven leiding aan deze ontmoeting. Alles is zorgvuldig voorbereid en vooraf gecommuniceerd met de nabestaanden. Er worden goed gekozen woorden gesproken tussen de verschillende onderdelen door. Er is een wat langer toespraakje van de geestelijk verzorger. De boodschap is dat de doden niet weg zijn, maar voortleven in onze herinneringen. Sommige familieleden dragen een gedicht voor of spreken een ander herinneringswoord. Er worden verschillend gekleurde kaarsen aangestoken, die allemaal iets symboliseren uit het leven van de gestorvenen. Tussendoor is er pianomuziek. Een harpiste speelt requiem-muziek als de familieleden een roos in een grote vaas plaatsen, voor elke overledene één. Daarna steken ze nog een waxinelichtje aan. Ook de gestorvenen voor wie geen familie is gekomen, worden herdacht. Voor hen zet een personeelslid een roos in de vaas. Het geheel wordt op passende wijze uitgevoerd, plechtig, maar niet gespannen. Mooi!

Niet meer nodig

Veel is afgekeken van de kerkelijke plechtigheden: de maand van herdenken, het gebruiken van rituelen en symbolen, het voordragen van gedichten, het spreken over het leven na de dood, het laten horen van muziek. Toch is er in deze bijeenkomst een grote afwezige: God. Niets van wat er gezegd of gedaan wordt, wordt ook maar op enige wijze verbonden met God, Bijbel, geloof, kerk. Er klinkt zelfs geen melodie van een christelijk lied. De bijeenkomst is geheel seculier. God wordt ook niet stiekem verondersteld. Hij is er niet bij en is ook niet meer nodig.

‘In Nederland zijn de bijeenkomsten vaak seculier, om geen enkele ongelovige die erbij wil zijn voor het hoofd te stoten.’

Dit schijnt Nederlands te zijn. In andere landen vallen mensen – als ze rouwbijeenkomsten hebben, ook als ze niet meer geloven – toch terug op kerkelijke vormen en woorden in de bijeenkomsten. In Nederland zijn de bijeenkomsten vaak seculier, om geen enkele ongelovige die erbij wil zijn voor het hoofd te stoten. Dat is zeker het geval als er overheden bij betrokken zijn of leidinggevenden van neutrale instellingen.

God op afstand

Is dat iets om blij mee te zijn? Ja, mensen met verdriet weten blijkbaar ook in openbare bijeenkomsten wel woorden en vormen te vinden om elkaar te troosten. Ook zonder God. Dat betekent ongetwijfeld veel voor nabestaanden. Ik zeg daarover als gelovige geen negatieve woorden. Tegelijk voel ik de pijn van de secularisatie. God wordt wel heel vanzelfsprekend op afstand gehouden. Woorden en rituelen van troost die niet verbonden zijn met God zijn voor mij persoonlijk tóch lege woorden. Een rouwbijeenkomst waarin niet gezegd kan worden dat Pasen de grote overwinning op de dood is, mist het allerbelangrijkste om mensen hoop mee te geven.

Bekijk ook