Blog Michel | ‘Ik zie je in andere kinderen’

Soms ziet Michel zijn overleden dochtertje in andere kinderen. Aan de ene kant geniet hij daarvan, aan de andere kant negeert hij het. ‘Ik wil met Evy spelen en naar haar zwaaien, naar Evy kijken, niet naar die andere kinderen.’

Ik verschoon je luier, zoals dat gebeurt bij baby’tjes. Ik was je lichaampje, je billen en je gezicht, omdat het vet en de viezigheid anders gaan stinken. Je krijgt mooie kleertjes aan, we gaan zo op de foto. Daar lig je dan, vredig en koud in mijn armen. Daarna help ik je een afruk te maken van je voeten in het gips en ik doop je hand in de inkt voor op het kaartje dat je ons nalaat.

‘Daar lig je dan, vredig en koud in mijn armen’

Als we thuis zijn, leg ik je in je bed. Ik pak de warme koelelementen onder je matras vandaan en vervang ze voor bevroren elementen. Je moet goed koud blijven, dan blijf je langer goed. Je broertje of zusje was nog te klein om in een wieg te liggen. Jij past al in een wieg! Je bent ook al 32 weken oud. Het wiegje staat op de tafel naast ons bed. Zo ben je lekker dichtbij en kunnen we goed voor je levenloze lichaampje zorgen.

Op bezoek

Soms zie ik je in andere kinderen. Een tijdje geleden was je op bezoek. We speelden met elkaar, gooiden blokjes hout naar elkaar toe. En toen je broer op mijn schouders klom, stelde ik me voor hoe het zou zijn geweest, wij samen. Hoe ik mijn aandacht verdeeld zou hebben over hem en jou.

Een andere keer zwaaide je broer naar je vanaf het schoolplein, zo schattig. Over een jaar of twee had hij je wegwijs gemaakt op school. Jullie hadden samen pauze gehad en hij had je beschermd tegen de bullebakken op het plein.

‘Soms zie ik je in andere kinderen’

Ik vind het leuk als ik je zie in kinderen die op bezoek komen, als ik je zie in het kind waar je broer naar zwaait, maar net zo vaak negeer ik je. Dan wil ik je helemaal niet zien of ontmoeten, laat staan leren kennen. Je wordt geboren, bent jarig of wordt gedoopt, maar tegelijk ben je het niet. Ik wil met jou spelen en naar je zwaaien, naar jou kijken, niet naar die andere kinderen.

Misschien

Misschien was je op je zestiende de verkeerde kant op gegaan. Drank, drugs, foute vriendjes. Wie weet had je een wig gedreven tussen je moeder en mij. Daar denk ik wel eens aan, maar we weten niet hoe je leven was gelopen. Misschien had je door je ziekte een zwaar en moeilijk leven gehad. Misschien groeide je voorspoedig op zonder grote zorgen of problemen, ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat ik je mis. Ik mis het je te zien opgroeien, je te knuffelen, ruzie met je te hebben. En ik weet niet of we het goed met elkaar hadden kunnen vinden, maar ik mis het dat te kunnen ontdekken. Ik mis het om je elke dag onvoorwaardelijk mijn liefde te kunnen geven.

Bekijk ook