Blog Martijn | Hoe Martijn veranderd is na het overlijden van zijn vrouw Marleen

Een dakloze en starende meneer laat Martijn nadenken over zichzelf en hoe hij is veranderd sinds het verlies van zijn vrouw Marleen.

Zij negeren hem, hij negeert hen

De man zit op een bankje vlak bij Centraal Station. Bewegingloos staart hij over de vijver. Je hoeft geen scherpe waarnemer te zijn om te zien dat hij dakloos is. Hij draagt een groezelige dikke jas, heeft een verwilderde baard en een aantal grote tassen met zijn bezittingen staan om hem heen. En ja, als ik langs loop, ruik ik hem ook. Mensen lopen zwijgend voorbij. Zij negeren hem, hij negeert hen.

‘Ik zou weer mijn oude ‘zelf’ worden’

Nadat Marleen was overleden nam ik me heilig voor dat het me niet zou veranderen, ik zou weer mijn oude ‘zelf’ worden. Nu, ruim drie jaar later, is het duidelijk dat haar overlijden me veranderd heeft. Heel erg veranderd zelfs; al weet ik niet wat mijn vrienden, kennissen en collega’s daarvan meekrijgen.

Toch voel ik me niet zo

Mijn gevoel voor humor is er nog. De vaardigheden en eigenschappen om mijn werk goed te doen zijn er ook nog. Ik maak nog steeds graag muziek, lees nog steeds graag over de levens van interessante mensen, heb nog steeds tijd voor mezelf nodig om op te laden…en toch voel ik me niet meer mijn oude zelf. Totaal niet zelfs.

Wat een contrast

Terwijl ik daarover nadenk, zie ik de dakloze man zitten. Zonder dat hij het weet, bevestigt hij mijn verandering. Want ik zie geen dakloze zitten, maar een mens. Een mens die een nacht in de kou tegemoet gaat. Zijn tassen zijn doorzichtig, en ik zie geen slaapzak. En terwijl ik – strak in pak, wat een contrast – langsloop, weet ik: ik kan hem niet zo laten zitten. Terwijl ik richting mijn vergaderadres loop, hoop ik opeens dat hij er straks nog zit.

‘Pas goed op jezelf’

Zodra de vergadering is afgelopen, loop ik naar de dichtstbijzijnde pinautomaat. Ik trek wat geld uit de muur en loop zijn kant uit. Hij zit er nog! Mijn hart bonst in mijn keel, mijn verstand schreeuwt ‘de kans is aanwezig dat hij er drank of drugs van koopt’, maar mijn hart overstemt beide: ‘je geeft hem een kans, een keuze.’ Ik loop op hem af, leg mijn hand op zijn schouder en vraag of hij een slaapplaats voor de nacht heeft. Die heeft hij niet. ‘Dit kan helpen, pas goed op jezelf’ zeg ik als ik het geld in zijn hand druk. Nu is het aan hem.

Lesje in nederigheid

Het is illustratief voor mijn verandering door het overlijden van Marleen. Ik ben milder geworden. Nou ja, voor anderen dan. Ik probeer minder snel een oordeel te hebben over mensen die ‘er een bende van maken’. Want ik weet inmiddels heel goed dat ik ook die dakloze had kunnen worden. Als er maar lang genoeg op je in wordt gehakt is dat mogelijk. Waarschijnlijk begint het met een vlucht in alcohol of drugs, en dan raak je in een neerwaartse spiraal. Nee, ik heb mijn lesje in nederigheid wel geleerd.

Afzien

Een paar dagen na de ontmoeting met de dakloze man sta ik in de rij bij de supermarkt. Terwijl ik daar sta vraag ik me af of ik een volmaakt, heilig en saai boontje geworden ben. Dan vang ik een flard op van een gesprek: ‘Het valt ook niet mee, in je eentje met een schoolgaand kind en twee dagen werken. Goddank is hij om de week een weekend bij zijn vader, want het is afzien.’ Gelijk denk ik enigszins sarcastisch: ‘Twee dagen werken en je kind om het weekend uit logeren? Dat klinkt als vakantie!’

Gelukkig, ik ben ook nog een beetje de oude.

Bekijk ook