Blog Esther | Wat zou ik graag zeggen: ‘Vraag dat maar aan papa’

Als alleenstaande moeder heeft Esther geen moment rust. Zeker nu niet tijdens de lockdown. Haar twee kinderen zijn thuis van school en doen de hele dag een beroep op haar. Zelfs als ze even alleen aan het mountainbiken is, wordt ze alsnog door hen gebeld. Wat mist ze haar man Dennis naast zich!

‘Mam!!! Maaahaaaammm!!! MAMA!!!’ Ik gooi de laatste handdoeken in de wasmachine en probeer mij af te sluiten voor het geschreeuw dat begint in de woonkamer en langzaam naar boven komt. Ik sluit zachtjes de deur van de wasruimte en doe het licht uit. Het geschreeuw wordt steeds luider. Dan hoor ik Stijn aan Isa vragen: ‘Waar is mama?’ ‘Kweenie,’ antwoordt ze. Voordat ik iets kan zeggen, beginnen ze allebei te roepen: ‘Maaahaaaammm!!!’ Als ik de deur opendoe, staan ze allebei voor mijn neus. ‘Mag ik chips?’ Hard zuchtend antwoord ik: ‘Nee, we eten over een half uur’. ‘Oh, ok.’

Toilet

En dit herhaalt zich ongeveer honderd keer op een dag. Er is geen ruimte meer in huis waar ze me niet kunnen vinden. Zelfs als ik op het toilet zit, staan ze soms heftig aan de deur te rammelen omdat ze willen weten wat we vanavond eten of nog veel belangrijker: of we vanavond niet naar de McDonalds kunnen.

Onder de douche

Douchen doe ik tegenwoordig met de deur op slot om te voorkomen dat ze meerdere keren binnenkomen met allerlei onzinvragen. Die voor hen natuurlijk verre van onzin zijn, maar ‘bloedspoed’. Eigenlijk is alles bij een puber ‘bloedspoed’. Zelfs met de badkamerdeur op slot weten ze mij feilloos te vinden en wordt er minimaal vier keer iets door de deur heen gevraagd. Het is dan ook al heel lang geleden dat ik tien minuten onder de douche kon staan zonder telkens de kraan uit te doen om de vraag te kunnen horen.

‘Vraag dat maar aan je vader’

Wat verlang ik ernaar om ze te horen roepen: ‘Paaapaaaa!!!’ Of dat ik, als ik onder de douche sta, alleen maar hoeft te zeggen: ‘Vraag dat maar aan je vader.’ Dennis had een engelengeduld en reageerde sowieso overal beter op dan ik.

Mountainbiken

Tegenwoordig fiets ik veel. Niet met zo’n slakkengangetje over de fietspaden. Nee, keihard door de modder en door de bossen op het mooiste parcours van Nederland. Ik mountainbike. Ik zeg altijd duidelijk tegen de kinderen wanneer ik vertrek en hoe laat ik ongeveer weer thuis ben. Hoe verder ik van huis ben hoe rustiger ik word. Heerlijk! Even geen moeder zijn, maar mijn hoofd leegfietsen en genieten van de natuur.

‘Ze kunnen niet terugvallen op Dennis’

Net als ik een afdaling met wat sprongetjes neem, voel ik mijn I-Watch trillen en hoor ik mijn telefoon in mijn achterzak rinkelen. ‘Als het belangrijk is, bellen ze nog wel een keer,’ denk ik. Nog geen minuut later gaat mijn telefoon weer. Ik zet toch even de fiets aan de kant om de telefoon op te nemen, want ook op de fiets blijf ik moeder. En ik besef dat ze niet terug kunnen vallen op Dennis. ‘Mam, heb je die jas besteld?’ Zucht… ‘Kom ik op terug als ik thuis ben!’ ‘Maar maaahaaaam!’… Tuut tuut tuut.

Bereikbaar

Ik ben moeder, niet alleen in de ochtenduren, niet alleen in de avonduren… De hele dag! En ook de hele nacht. In mijn taakomschrijving staat volgens de kinderen ook met vetgedrukte letters dat ik elk moment van de dag bereikbaar ben voor vragen. Het liefst met een positief antwoord.

Ontmoederen

Voor de lockdown kon ik die taak even overdragen aan school en kon ik tijdens schooluren even ontmoederen. Fietsen zonder gebeld te worden, douchen zonder gerammel aan de deur en een was in de machine doen zonder de deur dicht te hoeven doen.

Laten we alsjeblieft met z’n allen de schouders eronder zetten en deze periode zo kort mogelijk houden.

Bekijk ook