Blog Esther – Elk kledingstuk heeft een verhaal

Esther heeft een nieuwe kledingkast gekocht. Maar als ze de kast wil gaan inrichten, komt ze de oude kleding van haar overleden man Dennis tegen. Opruimen of bewaren?

Mijn nieuwe kledingkast

Mijn nieuwe kledingkast staat. Een prachtige witte kast met een breedte van 5 meter! Vijftien legplanken, drie hanggedeelten, acht lades en een lade met vakjes voor mijn sieraden. Alles wat een vrouw zich maar kan wensen. Ik kon niet wachten om de kast in te richten met mijn kleding.

Aan de andere kant van de kamer staat mijn oude kledingkast. Eén grote legplank, één hanggedeelte en vier smalle legplanken. Ik bekijk mijn kleding en geef het een plekje in mijn nieuwe kast. Pietlut als ik ben leg en hang ik alles op kleur. Ik kan er zo blij van worden!

Als ik klaar ben sta ik in het midden van mijn slaapkamer met een grote glimlach te kijken naar mijn nieuwe kast. Ik kijk naar de andere kant en onmiddellijk verdwijnt mijn glimlach. De kast is niet leeg… De spijkerbroeken van Dennis liggen bovenin, zijn overhemden en vesten hangen aan de hangertjes en zijn t-shirts en onderbroeken liggen op de legplanken. Voordat mijn tranen opkomen gris ik snel alles uit de kast en zonder naar de kleding te kijken, eraan te ruiken en te voelen gooi ik alles naar de andere kant in mijn nieuwe kast.

Het voelt helemaal niet goed en mijn frustratie en woede gebruik ik om in vijf minuten tijd de kast af te breken en de deuren met geweld op de grond te smijten. Weg met die kast! Ik troost mezelf met de gedachte dat ik de kast nooit mooi heb gevonden. Voordat ik me kan bedenken breng ik alles naar buiten, leg het op een stapel voor de deur en bel de gemeente om het op te halen.

Ik loop weer naar boven en plof neer op het bed. Kijkend naar mijn nieuwe kast met aan de ene kant ‘mijn’ kleding en aan de andere de kleding van Dennis. Mijn kleding netjes op kleur, hemdjes bij elkaar, t-shirts bij elkaar, broeken, spijkerbroeken apart, zelfs mijn bh’s en onderbroeken liggen op kleur. De kleding van Dennis ligt in hoopjes op de legplanken. Spijkerbroeken, korte broeken, t-shirts, vestjes… Alles ligt door elkaar. Het is maar al te duidelijk dat ik ze niet lang in mijn handen wilde hebben.

Ik zit al een uur versteend naar de kleding van Dennis te kijken. Langzaam komt het besef dat het totaal geen nut meer heeft om ze in mijn nieuwe kast te leggen. Hij zal het nooit meer kunnen dragen.

Blog Esther

Het is tijd om de kleding op te ruimen

Misschien is dit dan toch het moment om dozen te pakken en zijn kleding naar zolder te brengen. Ik besluit er nog een nachtje over te slapen, maar van slapen komt weinig. Steeds als ik mijn ogen open doe zie ik daar zijn kleding verfrommeld in de hoek van de kast liggen. Ik beeld mij in hoe het eruit zou zien als de kast compleet gevuld is met mijn kleding. Niet compleet dus! Als het licht begint te worden val ik in slaap.

De volgende ochtend besluit ik dat het tijd is. Ik haal de dozen van zolder en begin zijn kleding uit de kast te halen. Ik begin bij de kledingstukken die het makkelijkste lijken. Zijn sokken. Maar zelfs bij het vasthouden van zijn sokken voel ik mijn tranen opkomen. Ik denk aan al die keren dat ik vloekend zijn sokken bij elkaar probeerde te zoeken. Dennis had vaak zwarte sokken. Sommige helemaal zwart, andere met een klein randje erin en weer andere hadden de maat onderaan staan. Van een afstandje leken ze allemaal hetzelfde. Iedere keer na het draaien van een zwarte was, moest ik al die sokken weer bij elkaar zoeken. En altijd bleven er wel 1 of 2 sokken over die niet bij elkaar hoorden. Tot de dag van vandaag is dat sokkenmysterie niet opgelost en ligt er naast de wasmachine een bakje met enkele sokken.

De sokken uitzoeken en in dozen doen blijkt nog een makkie vergeleken bij zijn vesten en t-shirts. Dennis hield van kleding. Wat dat betreft was het net een vrouw. Urenlang kon hij in kledingwinkels rondhangen op zoek naar de perfecte combinatie. Ik dacht altijd dat ik kritisch was, maar Dennis spande de kroon. Als ik het allang zat was en zuchtend het t-shirt uit zijn handen griste om ermee naar de kassa te lopen, besloot hij regelmatig toch nog even naar die andere winkel te gaan om te kijken of hij daar nog iets leukers zou vinden. Resultaat was wel dat hij er altijd top uitzag.

Bij elk shirt een herinnering

Zijn lievelingst-shirts gaan door mijn handen en daarbij komen de herinneringen. Dat ene roze t-shirt dat hij altijd zo graag droeg en waarmee hij dan ook regelmatig op de foto staat. Het blauw/witte geblokte vest over een paars t-shirts. Stijn was altijd gek op dat vest. Hij bracht het vaak naar Dennis om het aan te trekken. De t-shirts die hij kreeg bij de sportdagen van zijn werk werden slaapshirts. Hij had ze in blauw, rood, groen en grijs. Het blauwe t-shirt droegen we tijdens de laatste sportdag. We reden een parcours met een jeep, op een quad met een bekertje water op ons hoofd, een buggy waarbij ik links moest sturen en Dennis rechts. De avonden na de sportdag met Wim en Nancy aan de bar.

Elk kledingstuk heeft een herinnering en alles passeert de revue. Na drie uur ben ik nog niet eens op de helft. Ik haal Dennis’ joggingbroek uit de kast en trek ‘m aan. Ook aan deze broek zitten weer tal van herinneringen. Hij droeg de broek altijd als hij in het Antonie van Leeuwenhoekziekenhuis lag.

Met de broek en zijn favoriete roze t-shirt aan val ik huilend in slaap.

Morgen staat er een dagje shoppen op de agenda. Op de plek waar nu de verfrommelde t-shirts en zwarte sokken liggen komen nieuwe truien, vesten en spijkerbroeken. Dat heb ik wel verdiend na deze enorm zwarte klus.

Bekijk ook