Blog Ella | Een overleden zoon, een kersverse dochter

Blogger Ella vergelijkt de geboorte van haar zoon met die van haar dochter: de overeenkomsten en verschillen steken schril tegen elkaar af…

Toen onze zoon geboren werd, was het stil

Toen onze zoon uit mij geboren werd na meer dan 80 uur aanhoudende weeën, was het stil. Hij huilde niet. Hij leefde, hij vocht, maar hij verloor. Ook het medische personeel handelde in serene stilte. Tot onze verrassing voelden we ons trots en verwonderd: er is zojuist een mensje uit ons voortgekomen: zo klein en toch zo compleet, perfect en zacht. Hij voelde warm aan toen hij op mijn borst werd gelegd en we zagen fysieke eigenschappen van onszelf bij hem terug: hij is zichtbaar onze zoon!

‘Er vloeiden veel tranen.. omdat we hem al kwijt waren, terwijl hij er pas net was.’

Maar al snel werd hij koud. Na enige tijd met hem te hebben doorgebracht, belden we onze ouders en directe naasten. Ze kwamen dezelfde avond nog om hem te bewonderen. Er vloeiden veel tranen. Van verwondering maar vooral van verdriet, omdat het leven niet meer in hem zat. Dat we hem al kwijt waren, terwijl hij er pas net was.
De volgende dag mochten we naar huis, met z’n drieën. Ik in een rolstoel en onze zoon in een mandje, verstopt in een grote Jumbo-tas. Onzichtbaar voor de overige ziekenhuisbezoekers. Niemand zag hem. Niemand zag ons: kersverse ouders.

Geen tijd om te rusten

Eenmaal thuis gekomen was er die eerste dagen geen tijd om te rusten of te douchen, want er moest van alles geregeld worden en er kwamen veel mensen over de vloer. We kregen 3 ochtenden kraamhulp. Er kwam een medewerker van de uitvaartverzekering om de begrafenis te organiseren. Familie en vrienden kwamen ons thuis bezoeken om onze zoon te zien: voor het eerst en voor het laatst. Bloemen en kaarten stroomden binnen, met woorden als: sterkte en gecondoleerd. Zwart en grijs van kleur, er was geen baby-blauw te bekennen.

‘Elke dag zat ik met hem op de bank. Ik nam hem in mij op nu het nog kon.’

In het mandje waarin hij lag wisselden we steeds met de grootste toewijding en zorg het koelelement waarop hij lag om hem zo goed mogelijk koel te houden. Elke dag zat ik met hem op de bank en bekeek ik hem van top tot teen. Ik nam hem in mij op nu het nog kon. Ik genoot van hem en bewonderde hem, vol liefde maar met een bloedend hart.
Op dag 5 legden we hem samen in het mandje van zeegras. Hierna zou ik hem nooit van mijn leven meer zien of aanraken. Dit was ons allerlaatste moment samen. Van binnen werd ik verscheurd: “Ik kan dit niet!” Er is geen moeder die dat kan! En toch deed ik het, want het kon niet anders.

Als onze dochter krijsend op mijn borst gelegd wordt

Als onze dochter nog geen 3 uur na de eerste wee krijsend op mijn borst gelegd wordt, worden we overmand door opluchting en opnieuw diezelfde verwondering als bij onze zoon: er is zojuist een mensje uit ons voortgekomen. En het leeft! Zo compleet, zo perfect, zo zacht. Een overweldigend gevoel van dankbaarheid en trots. Na enige tijd met haar te hebben doorgebracht bellen we onze ouders en directe naasten. Ze komen dezelfde dag nog om haar te bewonderen. Er vloeien veel tranen, dit keer vooral van opluchting en blijdschap. Wat een mooi mensje, wat een klein – en tegelijk groot – wonder! De volgende dag mogen we naar huis, met z’n drieën. Ik in de rolstoel en onze dochter in de maxicosi op mijn schoot. Andere ziekenhuisbezoekers kijken met een glimlach naar ons.

Thuis om te rusten en herstellen

Een half uur na thuiskomst komt ook de kraamverzorgster aan. Zeven volle dagen helpt ze ons. Ik blijf nog een paar dagen op bed en boven, om te rusten en te herstellen.
Bloemen en kaarten druppelen binnen: roze, zoet, vrolijk en vol gelukwensen. We houden ons meisje met de grootste zorg warm met twee kruiken en twee dekentjes. Elke dag zit ik met haar op de bank, kijk ik in haar oogjes en observeer ik alle gekke bekken die ze trekt en haar vermakelijke uitrek-sessies. Ik neem het allemaal in me op, probeer haar te leren kennen en te “lezen”. Ik geniet van haar en bewonder haar, vol liefde en zorg. Met een lach, maar ook een traan.

Op dag 5 huil ik. Geen kraamtranen, maar het besef dat we haar broer op die dag moesten achterlaten in een mandje onder de grond. Hoe heb ik dat toen gedaan? Ik kon dat helemaal niet! Er is geen moeder die dat kan! En toch heb ik het gedaan, want het kon niet anders.

Bekijk ook