Blog Ella | Mama zonder jou

Ella is 23 weken zwanger als ze in het ziekenhuis terecht komt en de bevalling begint. Ze komt voor een vreselijke taak te staan: haar zoon verwelkomen, maar meteen alweer afscheid van hem nemen…

Plotseling in het ziekenhuis

Daar lig ik dan: zo vanachter mijn bureau in een ziekenhuisbed. Ik was die ochtend gewoon aan het werk gegaan, inmiddels al 23 weken gezond en blij zwanger van ons eerste kindje. En al had ik ‘s nachts wat last gehad van buikkrampen, ik had geen buikloop, geen koorts, dus: geen reden om thuis te blijven.

Maar naarmate de ochtend vorderde namen de krampen toe. Een telefonisch overleg met de  verloskundige resulteerde in een rondrit naar huisarts, apotheek, terug naar de huisarts, door naar de verloskundige met als eindbestemming: het ziekenhuis. De bedoeling was het maken van een echo ‘voor de zekerheid’. Maar toen daarop geconstateerd werd dat ik ontsluiting had, werd er een bed voorgereden. Ik werd acuut opgenomen en zou de dagen die daarop volgden de vloer niet meer onder mijn voeten voelen, zowel letterlijk als figuurlijk.

Absolute bedrust, dat alleen al is een hele ervaring op zich. Ik werk fulltime voor een zorgorganisatie en in mijn werk organiseer ik zorg en ondersteuning voor hulpbehoevenden. Terwijl ik tot de lunch daar nog vol op mee bezig was, lig ik vóór het avondeten plotseling zelf volledig bedlegerig en hulpbehoevend op een hooglaagbed. Met een knop om de zuster te roepen. Zelfs voor het doen van mijn behoefte mag ik er niet af. Ik ben verrast over mezelf, dat het me lukt de situatie direct te aanvaarden. En ik ben volledig bereid dit nog maanden vol te houden als dat nodig is. Alles om tijd te rekken voor mijn zoon, die op dit moment nog te klein en kwetsbaar is om buiten mijn baarmoeder te kunnen leven. Het aanpassingsvermogen van een mens, de draagkracht om iets te ondergaan waar je niet op voorbereid bent. Het is iets wonderlijks en zit in ons allemaal.

 

De bevalling begint

Ik heb nog niets gelezen over bevallen. Ik ben zo’n moeder die nuchter doorleeft ondanks de positieve zwangerschapstest en misselijkheid. Die gewoon doorwerkt en dankzij een wekelijks mailtje van een zwangerschapssite weet hoeveel weken ik zwanger ben, en wat er in die week te gebeuren staat in mijn lichaam en dat van mijn zoon. Ik lees geen bladen en pluis niet alle zwangerschapswebsites na over de ins- en outs van zwanger zijn. Ik begeef mij niet onder andere zwangeren om eens lekker ervaringen uit te wisselen. Ik ben gewoon ik, alleen groeit er een kindje in mij. Maar als tijdens het maken van de echo het woord ‘ontsluiting’ de stilte doorbreekt, valt de grond onder mij weg. Ik weet heel goed dat het woord ‘ontsluiting’ niet hoort bij deze fase van de zwangerschap. Dit is niet goed. Dit is reden voor paniek.

Het worden drie lange dagen en nachten met aanhoudende weeën. Er is geen houden meer aan. Elke avond nemen de weeën toe en lijkt de bevalling te beginnen. Maar elke keer breken de vliezen niet en nemen na vele zware uren de weeën weer af: hij blijft nog even zitten. Dit geeft ons hoop. Elk uur, elke dag is er één die telt. Zou hij de 24 weken kunnen halen…?

Daar is hij

Maar dan lijkt voor de vierde keer de bevalling te beginnen. En na enkele heftige weeën gebeurt het dan toch: de vliezen breken. Mijn man en ik kijken elkaar aan, grijpen elkaars handen en de tranen vloeien. Dit is het moment. Wat normaal gesproken een moment van opwinding zou moeten zijn, is het meest hartverscheurende moment van ons leven. Dit moment is het doodvonnis van onze zoon. Er is geen weg meer terug. Nu zal hij écht geboren worden en ze zullen niets voor hem kunnen doen. Ik sta op het punt mijn zoon te baren. Hem op de wereld te zetten, om hem direct te verliezen.

Het duurt niet lang voor we hem in onze armen hebben. Wonderlijk genoeg worden we op dat moment vooral overspoeld door trots en blijdschap. Wat zijn we blij om hem te zien en ontzettend dankbaar dat hij leeft! Dat we nog tijd met hem hebben, om hem lieve woordjes toe te fluisteren, kusjes te geven, vast te houden, kortom: te koesteren. Hij toont ademhalingsreflexen, maar zijn longetjes kunnen de zuurstof nog niet opnemen. Hij sterft in onze armen. De rest van de avond blijven we hem vasthouden en bewonderen. Ook onze families komen om hem te zien en vast te houden. Die avond vieren we hem! Die avond krijgt hij zijn plek in ons leven, net als in de levens van zijn opa’s en oma’s, tante’s en oom’s en neefjes. Hij telt mee! Hij was er, al was het maar kort.

Trotse ouders

Op zijn geboorte-/overlijdenskaart hebben wij bewust geschreven “trotse ouders te zijn geworden”, want daar is geen twijfel over. We hebben een prachtige zoon gekregen. Hij is echt óns kindje, want we herkenden uiterlijke kenmerken van onszelf in hem. Dat heeft ons enorm verwonderd. Het maakt dat zijn geboorte zowel het moeilijkste als het mooiste is wat ik ooit gedaan heb. Met hem was niets mis. Het was simpelweg te vroeg voor hem.

En nu ben ik ‘mama zonder jou’. Ik werd mama, maar mijn armen zijn leeg. Een overstromend hart van liefde die nergens heen kan. Hij leefde 5 maanden: in mijn buik, maar die tellen net zo goed! Niet alleen de dagen die zijn leven tellen. Want vanaf het verschijnen van het streepje op de zwangerschapstest, en het zien van een kloppend hartje op de echo’s, leeft een kind in gedachten al verder. Droegen wij hem in gedachten al in een draagdoek, kroop hij door de kamer, ging hij vissen met zijn vader in de vijver achter ons huis, speelde hij de hoofdrol in de afscheidsmusical van groep 8… Nee, we zullen hem niet zien opgroeien. We zullen hem niet leren kennen. Maar er was al plaats voor hem gemaakt: in ons huis, in onze families, in ons hart, in ons hele leven. Voor ons ís hij er, juist in zijn afwezigheid. Al is hij niet bij ons, hij is niet uit ons leven weg te denken.

Bekijk ook