Tamara’s vader had corona: ‘Zo sterven, gun je niemand’

Tamara moest op afstand afscheid nemen van haar vader, die corona had en stierf. Geen knuffel of elkaars hand vasthouden. ‘Hij heeft het alleen gedaan.’ Terwijl de tweede corona-golf alweer een feit lijkt, worden op 6 oktober tijdens Nationale Bezinningsdag alle corona-slachtoffers herdacht, waaronder Tamara’s vader.

Tamara

‘Eigenlijk is mijn vader gewoon gestikt. Dat vind ik een heel nare gedachte. Op die manier moeten sterven, gun je niemand. Dat is zo heftig’, zegt Tamara Jacobsen (45). Net als veel anderen verloor zij een dierbare door corona. ‘Het was zo’n bizarre tijd.’

Ze herinnert zich nog goed dat ze haar vader spreekt op 31 maart, midden in de corona-crisis. Tamara heeft een sterke band met haar vader en maakt zich zorgen over hem. Het corona-virus heeft al veel mensen gedood. Vooral kwetsbare ouderen. Haar vader behoort ook tot die categorie: hij is 77, zit vanwege uitvalverschijnselen in een rolstoel en woont in een verzorgingstehuis. Bovendien is in een dorp bij hem in de buurt corona uitgebroken.

‘Wat kan mij nou overkomen?’

Maar ze krijgt die avond een hele vrolijke vader aan de telefoon: ‘Ha, die Tamara’, roept hij. Ze vraagt hoe het met hem gaat. ‘Goed hoor. Ik zit hier prima. Ik word goed verzorgd. De koffie is net gebracht.’ ‘Heb je geen klachten, pap?’. ‘Welnee, wat kan mij nou overkomen? Ik zit binnen en ga helemaal nergens naar toe.’

De dag erna wil Tamara haar vader bellen. Maar omdat het al laat is, doet ze dat niet. In plaats daarvan hangt haar zus om half elf ’s avonds aan de lijn. Om te zeggen dat haar vader hoge koorts heeft en erg kortademig is. ‘Ik riep: “Nee, nee. Het is niet waar.” Ik moest heel hard huilen en was enorm overstuur. Ik was boos, bang en heel verdrietig’, herinnert Tamara zich.

Beeldbellen

Tamara praat zichzelf moed in. ‘Hij is al zo vaak ziek geweest. Hij kan dit aan. Dit komt vast weer goed.’ Maar een dag later hoort ze dat haar vader het bewustzijn heeft verloren en uit zijn stoel is gevallen. ‘Maar vanwege corona mocht ik niet naar hem toe’, zegt Tamara.

Op donderdag belt een verzorgster van het verzorgingstehuis. Ze heeft geregeld dat Tamara kan beeldbellen met haar vader. ‘Maar die mevrouw zei wel: ‘Denk erom, Tamara, dit is het laatste gesprek met je vader.’ Toen kreeg ik mijn vader aan de lijn. Ik zag hem liggen, zielsalleen, snakkend naar adem. ‘Ik zei: “Ik houd van je, pap. Ik vind dit vreselijk.’ Met veel moeite riep hij terug: “Ja, dat weet ik.”’

‘Je bent een lieve vader. Ik ga je vreselijk missen.’

‘Ik moest huilen. Ik wilde naar hem toe, hem vasthouden. Maar dat kon niet. Daarom probeerde ik in een halve minuut alles te zeggen wat in me opkwam. “Wat er ook gebeurt, pap, ik ben trots op je. Je bent een lieve en goede vader. Ik ga je vreselijk missen.”

Vlak nadat ze ophangt, belt het verzorgingstehuis opnieuw. Tamara mag toch langskomen. Ze stapt meteen in de auto en ‘scheurt’ binnen anderhalf uur van Noord-Holland naar Gelderland. ‘Bij de ingang van het verzorgingstehuis lag de beschermende kleding die ik aan moest trekken klaar. Eenmaal binnen was het muisstil. Het leek wel of ik in een film was beland.’

Tamara moet beschermende kleding aan

Diepe slaap

‘Met mijn masker en bril op, en handschoenen en witte jas aan, kwam ik de kamer van mijn vader in. Mijn broer was ook mee. We waren heel nerveus. Terwijl we op anderhalve meter afstand van hem stonden, zei ik: “Pap, ik ben er.” Mijn vader riep terug, uit een reflex: “Ja, fijn!” Ik zei nog: “Ik hou van je, pap. Ga maar slapen. Je bent moe. Ik blijf bij je.” We mochten hem niet aanraken, niks.  Zo heftig.’

De dagen erna gaat het steeds slechter met haar vader, maar Tamara, haar broer en twee zussen mogen niet naar hem toe. ‘Een keer hebben we met z’n allen nog met hem gevideobeld. Hij heeft ons nog gezien en onze stemmen tegelijk gehoord. We zagen hoe hij in een diepe slaap viel, met een glimlach.’

Laatste adem

Stiekem hoopt Tamara dat haar vader er nog bovenop komt. Maar ondertussen krijgt hij steeds meer morfine toegediend, waardoor hij steeds dieper wegzakt. Langzaam dringt het tot Tamara door dat haar vader het niet gaat redden. ‘Pfff, wat had hij het zwaar. En wat waren wij allemaal intens verdrietig’, zegt Tamara.

Op zondagochtend 5 april belt het verzorgingstehuis opnieuw. ‘Jullie vader is bezig met zijn laatste adem, maar het lukt hem niet om het leven los te laten’, zegt de verpleegkundige. Tamara’s oudste zus en broer gaan daarom naar hem toe.

‘Laat maar los, papa. Ga maar.’

‘Toen mijn zus bij zijn bed stond, zei ze: “Laat maar los, papa. Ga maar. Het is goed.” Daarna durfde papa de oneindige reis te maken’, zegt Tamara, die via een beeldscherm zag dat hij was overleden. ‘Zelf durfde ik dat laatste moment niet bij hem te zijn. Ik vond het geen fijn gezicht om hem zo benauwd te zien.’

Op 9 april nemen Tamara en haar familie definitief afscheid van hun vader, rekening houdend met de strenge corona-regels. ‘De begrafenis was heel mooi en knus. Die zou ik niet eens willen ruilen voor een normale dienst’, zegt Tamara.

Hoornblazer

‘We waren alleen met de kinderen. De kist stond bij mijn zus in de tuin. Daarna reden we door Wapenveld, waar mijn vader woonde. Vele bekenden stonden op eigen initiatief langs de kant van de weg, ver uit elkaar, om hem een laatste groet te brengen. Dat was zo mooi. En op de begraafplaats speelde een hoornblazer een prachtig afscheidslied.’

Maar de dag erna is van deze liefdevolle stemming weinig over, omdat Tamara’s familie de kamer van hun vader moet ontruimen. ‘Vanwege besmettingsgevaar mochten we met maar twee personen naar binnen, weer in beschermende kleding. We moesten alles snel naar buiten brengen, omdat men bang was dat de  spullen besmet waren. Zijn hele inboedel stond dus op straat. Dat was zo naar. Ook wij hebben daarom veel weggegooid. We hadden helemaal geen tijd om dingen te sorteren of een opslagplaats te huren. Dat het zo is gegaan, vind ik vreselijk.’

‘Ik heb geen ouders meer’

Kort daarna gaat Tamara weer aan het werk, in de zorg. ‘Ik dacht: “Dat doe ik wel even.” Maar dat viel vies tegen. Ik moest echt op adem komen. Het werd met allemaal te veel. Ook door al het nieuws. Ik was bang.’

Nu, een half jaar na haar vaders overlijden, is het gemis nog altijd groot. ‘Ik heb geen ouders meer. Mijn moeder is gestorven toen ik 19 jaar was. En nu is mijn vader er ook niet meer.’

Huilnummer

‘We hadden een heel sterke band. We belden elkaar veel, luisterden naar elkaar. Laatst kwam ik thuis na een dag werken en wilde ik even mijn vader bellen. Maar toen besefte ik: “Oh nee, dat kan niet meer.” Dat voelt dan heel eenzaam. Alles wat gewoon was, is er nu niet meer.’

Dit verdriet deelt ze niet graag met anderen, ook niet met haar broer en zussen. ‘Ik wil geen aansteller zijn, houd me vaak flink.’ Liever trekt ze zich op moeilijke momenten terug op haar kamer. ‘Dan zet ik muziek op en ga ik schrijven of foto’s bewerken. En als ik dan een lekker huilnummer hoor, gooi ik het er even uit.’

Callantsoog

Hoewel ze geen knuffelkont is, mist ze in deze coronatijd soms wel een zoen of arm om zich heen. “Ik knuffel alleen mijn zoon; andere mensen niet. Ik mis die aandacht wel een beetje. Of iemand die aan je vraagt: “Hoe gaat het met je?” Dat gebeurt niet zo vaak.’ Tamara en haar vader bij Callantsoog

Wat haar troost biedt, zijn de mooie herinneringen aan hem. ‘Vorig jaar zijn we naar het strand in Callantsoog gegaan, omdat hij daar nog zo graag naar toe wilde. We hebben vreselijk gelachen.’

‘Hij heeft het alleen moeten doen’

Of de urenlange boswandelingen die ze met hem en zijn hond maakte. ‘Dan verstopten wij ons achter een boom en moest zijn hond ons zoeken.’ Ook toen hij in een rolstoel zat, bleven ze dat doen. ‘Hij reed vaak veel te hard. Ik was dan altijd bang dat hij om zou vallen.’ Lachend: ‘Maar dat gebeurde nooit.’

Ondanks deze fijne herinneringen, denkt ze nog veel aan ‘die ‘bizarre tijd‘ begin april. ‘Vooral de gedachte dat papa al die dagen zo ziek was en wij er als familie niet bij konden zijn. Dat wij hem niet konden begeleiden in het overgaan. Hij heeft het alleen moeten doen.’

Bekijk ook