Terug naar overzicht
Artikel

Daan Westerink | Rouwen en collega’s

Het overlijden van een collega, of een collega die een dierbare verliest. Rouw op de werkvloer is voor veel collega’s een lastig punt. Hoe leef je mee? Rouwdeskundige Daan Westerink geeft raad.

Overlijden van een collega

‘Zoveel soorten van verdriet, ik noem ze niet,’ schreef Maria Vasalis al in 1954. Een van die soorten verdriet, die nog steeds amper genoemd wordt, is het verdriet op je werk. Het overlijden van een collega bijvoorbeeld, met wie je zo intens samenwerkte. Ineens is hij of zij er niet meer. Of de ziekte en het overlijden van een kind of partner van de man of vrouw die je iedere werkdag tegenkomt op de werkvloer. De impact van dit verlies is groter dan de omgeving denkt.

Een niet erkend verlies, noem je dat dan. Schaduwverdriet noemen anderen het. Verdriet dat er wel is, maar er niet mag zijn. Het wordt domweg niet door de omgeving opgemerkt. Zelfs niet altijd door leidinggevenden. Heel erg pijnlijk, want als rouw op de werkvloer niet erkend wordt, verziekt dat vaak de sfeer in een organisatie, het hakt er dan dubbel zo hard in. Gelukkig zijn er ook werkgevers die er wel heel goed mee omgaan.

Meeleven met een collega

Hein werkt al jaren bij een kleine gemeente. Hij zit in een klein en hecht team, dat intensief samenwerkt en vaak aan het einde van de werkweek nog even een drankje drinkt. Als Hein en zijn vrouw hun eerste kindje verwachten, leeft iedereen mee. Het komt dan ook hard aan als het dochtertje van Hein een week na de bevalling plotseling overlijdt. Geen roze beschuitjes op de werkvloer, geen mooie toespraak, helemaal niets.

Hein blijft op verzoek van zijn leidinggevende voorlopig thuis. Want ‘dan kan hij lekker bijkomen.’ Zo vertelt de leidinggevend het ook aan rest van de collega’s. Die weten niet zo goed wat ze moeten doen. Langs gaan? Wil hij dat wel? Naar de begrafenis gaan? Hun leidinggevende is heel erg duidelijk: laat Hein met rust. Een van de collega’s is Marieke, die iedere dag met Hein samenwerkte. Zij doorbreekt het zwijgen en belt Hein na een week gewoon op. ‘Jammer dat jullie er niet waren, zegt Hein tegen haar, maar fijn dat je nu belt. Kom’, zegt Hein ‘kom gewoon langs, ik vind het zo fijn om je te zien.’ De rest laat niets van zich horen. Hein wordt er letterlijk ziek van en gaat uiteindelijk op zoek naar een andere baan. Met zijn oud-collega’s heeft hij, op Marieke na, geen contact meer.

Naar de begrafenis of niet

Nederlanders worden steeds ouder en werken steeds langer door. Een derde van ons leven brengen we met collega’s door. Een heel groot gedeelte van ons leven dus. En toch wordt de dood van een collega, of het overlijden van een kind, ouder of de partner van een collega, niet als een groot verlies ervaren.

Beatrijs Ritsema, die wekelijks in Dagblad Trouw in haar rubriek Moderne Manieren etiquette-vragen beantwoordt, roept mensen zelfs op weg te blijven  van een begrafenis van de vader van een zeer gewaardeerde collega, want ‘in het algemeen gaan mensen naar een begrafenis, wanneer ze A: de overledene kennen, B: bekend zijn met de familie, of C: intiem bevriend zijn met een van de directe nabestaanden.’ De vragensteller geeft aan dat de verhouding met deze collega zeer goed is en wil weten of haar aanwezigheid bij de uitvaart gepast is. Maar nee, aldus de etiquette-deskundige, “Voor de steun aan uw collega hoeft u ook niet te gaan, want hij verkeert op die dag temidden van familieleden en bekenden. Met het schrijven van een persoonlijk condoléancebriefje/-kaartje naar uw collega geeft u op een passende wijze blijk van uw betrokkenheid.” Waarom dit advies, Beatrijs, heb je de betrokken werknemer zelf gesproken?

Een protocol, en ook het advies van een etiquette-deskundige, is een koud ding. Als je je hieraan vast gaat houden als werkgever en collega, dan gaat iedere menselijkheid er aan de achterkant namelijk weer uit. Wees eigenwijs, juist in tijden van verlies. Er zijn geen taboes meer. Wat is er mis met aan betrokkenen zelf vragen wat de wensen zijn? Nabestaanden, en dus ook collega’s, zijn vaak heel goed in staat om aan te geven wat ze wel en niet willen. Maar dan moet je je mond wel open doen.

Bellen met collega

Gelukkig zijn er ook werkgevers die niet luisteren naar wat deskundigen adviseren. Mensen met een warm hart en een nuchter brein, die niet invullen wat nodig is, maar vragen stellen.

Astrid is zo’n werkgever. Ze is directrice op een basisschool en op een dag belt de man van Marga, leerkracht van groep 3. Hun oudste zoon is heel plotseling overleden. De man kan niet heel lang praten, door alle emoties, maar wil dat haar collega’s het weten. Astrid belegt een teambijeenkomst en de mededeling komt aan als een mokerslag. Marga is een zeer geliefde collega. Wat moeten ze nu doen? Astrid aarzelt niet en belt Marga na de vergadering op. Ze vraagt of ze een paar vragen mag stellen. Dat mag. Waar zij en haar man behoefte aan hebben en of de aanwezigheid van het team gewenst bij de uitvaart? Ja! Mogen er ook leerlingen bij de uitvaart zijn? Ja heel graag zelfs! Hoe houden ze contact, wat heeft ze nodig, mag ze wekelijks bellen? Magda geeft antwoord en voelt zich enorm gehoord.

En zo gebeurt het dat het hele team een week later bij de begrafenis is.

En zo gebeurt het dat het hele team, en na uitgebreid overleg ook een paar (oud-)leerlingen en hun ouders, een week later bij de begrafenis is. Astrid leest een verhaal van Toon Tellegen voor, een paar leerlingen steken kaarsjes aan en leggen tekeningen op de kist van de zoon van hun juf. Als Marga een paar weken later aangeeft dat ze heel erg graag weer een dag per week les wil geven, gaat Astrid direct akkoord. De eerste dag blijft ze op verzoek dicht bij Marga in de buurt.

Ontroerd ziet Astrid hoe bijzonder het contact tussen Marga en ‘haar’ kinderen is. “Kinderen leren je hoe je met rouwenden om moet gaan”, vertelt ze aangedaan. ‘Een meisje dat haar hand op de arm van Magda legt en zegt: ‘Magda, jouw kindje kan niet meer beter worden he? Zijn hart doet het niet meer. Ik vind dat zo zielig voor jou en voor hem.’ Onvergetelijk. Magda zei vanochtend nog dat juist kinderen haar troosten. Ze vindt het zo fijn dat zij gewoon doen, en zeggen wat voelen. Ze zijn helemaal niet bang om zoiets verdrietigs te bespreken.” Lang leve de Astrids en Magda’s van deze wereld.

Stilte na overlijden

Helaas gaat het dus in heel veel gevallen heel anders. Door onmacht of onwetendheid valt er vaak een hele lange stilte als een collega overlijdt of een van zijn naasten. Onterecht denken we dat mensen met rust gelaten willen worden, waardoor werknemers letterlijk ziek worden door het gebrek aan steun. Velen van hen keren daardoor niet meer terug bij hun oude werkgever. En dat terwijl uit onderzoek blijkt dat het verrichten van arbeid tijdens een rouwperiode de werknemer enorm kan helpen. Het biedt afleiding van het grote verdriet, het geeft structuur aan warrige tijden.

Wat is daarbij dan het belangrijkste ingrediënt? De steun van collega’s en van de leidinggevende. Niet alleen komen mensen dan veel eerder weer terug op de werkvoer, de sfeer onderling wordt erdoor verstevigd. Winst voor alle partijen. Een op de vier werknemers die een partner verliest, keert nu bijvoorbeeld niet terug bij de oude werkgever. Ouders die een kind verliezen, keren, net als Hein, nog vaker niet meer terug. De grote afstand tot de werkvloer is hiervoor de reden. Weg dus met alle koude protocollen, stel vragen aan elkaar. Juist in tijden van verlies.

gepost in
reacties ...

Wil je een gedenkplek maken en die online kunnen delen met familie en vrienden?

Maak monument

Ik wil een kaars aansteken voor iemand

Ontsteek een kaars