Romy verloor haar moeder: ‘Je moet je plekje in het leven weer vinden’

‘”Dit is het”’, zei ik. Mama blies haar laatste adem uit en kreeg gelijk een rust over zich heen. Het vechten was klaar. Mijn moeder, de verbinder van ons gezin, was overleden.’

‘Drie keer kreeg mijn moeder longkanker’, vertelt de 32-jarige Romy Hommersom. ‘De eerste keer – bij toeval ontdekt – haalde de chirurg gelijk een stuk longkwab weg. De tweede keer kreeg ze chemo’s en bestralingen. Ook daar kwam ze bovenop. Maar toen ze jaren later pijn op haar borst en rug kreeg, wist niemand wat er precies aan de hand was.’ 

Geen hoop meer

Artsen besluiten dat – hoe dan ook – het andere deel van haar long eruit moet. ‘Het was nog maar de vraag of ze die operatie zou overleven. Ze was al zwak en had veel pijn. Maar ze overleefde.’

Uit onderzoek blijkt dat zich in haar long een agressieve en onbekende kankervorm heeft genesteld, die op puncties niet te zien is geweest. De kanker zit inmiddels ook in haar borstholte. Haar behandelend artsen spreken over levensverlengende behandelingen, waardoor Romy’s moeder wellicht nog een aantal maanden te leven heeft.  Zover komt het niet. ‘De eerste avond in het revalidatiecentrum – waar mijn moeder na de operatie verbleef- ging het helemaal mis. Ze voelde zich zó ziek, dat we gelijk terug naar het ziekenhuis zijn gegaan.’ Daar wordt al snel duidelijk dat snelgroeiende uitzaaiingen de boosdoener zijn. 

‘Toen we dat hoorden, ging er een dik kruis door het woord ‘hoop’. We gingen van maanden naar weken, misschien wel dagen. Ik kwam in een malle molen terecht kwam en besefte: mama komt nooit meer thuis.’

Herinneringen maken 

De laatste dagen van haar leven verblijft Brigitte, zoals Romy’s moeder heet, in een hospice. ‘Daar creëerden we zoveel mogelijk ‘normale’ huiskamermomentjes met ons hele gezin. Dan dronken we samen koffie en zaten graag in de tuin: het was herfst en prachtig weer. We probeerden met z’n allen van het moment te genieten en die laatste dagen zo mooi mogelijk maken. Dat is ook wat mijn moeder mij en mijn zussen ons altijd heeft meegegeven: geniet van de kleine dingen, zoals de prachtige en warme zonnestralen op je gezicht. Toen mijn moeder nog niet ziek was, gingen we – mijn ouders, mijn twee zussen en ik – graag een dagje naar zee, weekendjes weg of naar een pretpark. Herinneringen maken en ze vastleggen.’

Romy en haar zus wandelen met hun moeder in de tuin van het hospice

 

‘Ik las haar mijn brief voor, waarin staat hoe dankbaar ik voor haar ben’ 

‘Mijn moeder vond het belangrijk dat we er voor elkaar waren in goede én slechte tijden. In die laatste dagen ging ik vaak twee keer per dag naar het hospice toe. Ook heb ik met mijn tweelingzus een nacht bij haar geslapen. Daarin wisselden we elkaar met z’n allen af. Ik las haar mijn brief voor, waarin stond hoe dankbaar ik voor haar ben als moeder.

Herdenkingsfilm

Op ’t laatst heb ik zelfs mijn laptop meegenomen naar het hospice, zodat ik bij haar verder kon werken aan de herdenkingsfilm die ik speciaal voor haar afscheidsceremonie maakte. Ze heeft ‘m nog kunnen zien.’

Na tien dagen in het hospice overlijdt Romy’s moeder. ‘Ik was erbij. Haar ademhaling stokte al een paar keer, maar bij die laatste keer wist ik gelijk: dit is het. Zo bizar. Ze kreeg gelijk een rust over zich heen. Het vechten was klaar.’ 

Beschilderde kist

Mijn moeder wilde graag in huiselijke kring opgebaard worden, op een plek waar haar leven zich had afgespeeld. Ze had met mijn oom en tante – die naast haar woonden – besproken dat dat bij hen mocht. Ook de kist had ze zelf geregeld. Mijn moeder was een creatieve, lieve en sociale vrouw. Ze schilderde en boetseerde. Op de bovenkant van de kist had de vrouw die haar lesgaf, een veldboeket geschilderd. Samen met mijn zoon – toen twee – heb ik er namens hem een hartje en zijn handafdrukje op gezet.’

Het handje van Romy's zoon op de beschilderde kist van haar moeder.

Fysieke rouw

‘Na haar overlijden merkte ik dat rouw in extreme golven komt: het overvalt je van het ene op het andere moment. Soms kon ik gewoon niet stoppen met huilen. Ik had hartpijn en heb letterlijk overgegeven van de pijn en het gemis. Ik was mezelf én een deel van mezelf kwijt. Mijn moeder was voor mij namelijk het fundament waar ik altijd op terug kon vallen. Niet alleen in praktische zin, maar ook het idee dat ze er gewoon altijd voor me was. Ik leunde echt nog op haar.

‘Ik maak nu keuzes die ik eerder niet durfde te maken’

We belden elke dag, als ik na mijn werkdag terugreed naar huis. En als ik iets wilde vragen over de opvoeding van mijn zoon, kon ik altijd bij haar terecht. Ze paste iedere dinsdag op hem en lééfde voor hem. Dat vond ze voor haar overlijden ook het moeilijkste: hem loslaten. Ik vind het dan ook heel waardevol dat ze een herinneringskistje voor hem heeft gemaakt. Het is fijn om op sommige momenten haar handschrift weer even te zien.’

Eigen keuzes durven maken

Naast het verdriet, brengt de dood van haar moeder Romy ook iets bijzonders. ‘Al tijdens haar ziekte was ik bezig met een coachingstraject. Ik werkte jarenlang in de modebranche, een prestatiegerichte wereld vol deadlines. Ik miste zingeving en had het idee dat er meer voor mij was weggelegd. Ik moest ontdekken wat ík wilde.’

De dood van haar moeder brengt Romy’s zoektocht in een stroomversnelling. ‘Haar dood is het meest intense wat ik ooit heb meegemaakt, maar dood doet óók leven. Ik maak nu keuzes die ik eerder niet durfde te maken. Zo heb ik mijn baan opgezegd en ben ik mijn eigen bedrijf gestart. Hierbij help ik anderen door het ondersteunen bij en vormgeven van hun eigen rouwproces, bijvoorbeeld door het maken van herinneringsfilms of een huisaltaar. Als iemand verweven is in je huis, voelt degene tenslotte ook verweven in je leven.’

Romy maakte na het overlijden van haar moeder een huisaltaar

Omarmen 

‘Daarover gesproken: ik geloof dat haar ziel nog ergens is. Dat idee gaf haar voor haar dood houvast, maar mij nu ook. Zo zag ik laatst in de keuken een heel bijzonder bloemblaadje. Het leek wel een hartje en engel ineen. Het vloog niet weg, maar bleef één of twee dagen aan het raam plakken. Dan kan toch niet? Laatst ben ik – op haar sterfdag – teruggegaan naar het hospice. Daar, in de tuin, voelde ze ook heel dichtbij. 

Hoewel het best goed met me gaat, heb ik zeker dagen dat ik niet ‘in mijn hum’ ben. De dood van een geliefde kun je geen plekje geven: je moet opnieuw je plekje in het leven vinden. Ik moest haar leren herdenken en eren. En nieuwe herinneringen maken, zonder haar. Het helpt mij om mijn verhaal te delen met anderen, of erover te schrijven. Je bent niet alleen, maar je moet er wel alleen ‘doorheen’. Het is jouw rouwproces, maar je voelt je vaak minder alleen door erover te praten met gelijkgestemden.

Ook huilen lucht op: het symboliseert de liefde die je voor iemand voelt. Daarom omarm ik die verdrietige momenten ook. Mijn moeder was tenslotte een fantastische, lieve vrouw die ik heel graag trots had willen maken.’

Tekst: Janet Freriks

Bekijk ook