Wat gebeurt er online als je sterft?

Als je sterft, wat blijft er dan online van je achter? In dit artikel wordt uitgelegd hoe het na de dood zit met Facebook en andere social media. Maar ook het online rouwen: waar en waarom doen mensen dat?

Overleden op Facebook

Tweedekamerlid Henk Krol deed het een paar keer: iemand op Facebook feliciteren die pas overleden was. ‘Maak van deze woensdag, ondanks alle ellende van het afgelopen weekend, een leuke, feestelijke, onvergetelijke en vooral gezellige verjaardag’, schreef hij aan Joost Zwagerman, de schrijver die twee maanden daarvoor was gestorven. Krol kwam direct met een sorry, en verweet in een zucht Facebook niet zelf actief te controleren of iemand overleden is.

Je kunt je voorstellen dat ze zich op het Facebook-kantoor de haren uit het hoofd trokken. Was dit opeens eigenlijk hun schuld?! Krol was bepaald niet de eerste die deze vergissing maakte en hij zal niet de laatste zijn. Het is de online versie van het oude probleem dat weduwen en weduwnaars nog jaren na het afscheid reclame en officiële brieven blijven ontvangen op naam van hun overleden geliefde.

De regeling van Facebook is vergelijkbaar met veel andere social media als LinkedIn en Instagram, en werkt vrij eenvoudig: met een paar klikken geef je aan dat iemand is overleden, je stuurt een kopie van diens paspoort en overlijdensakte mee, en het account wordt gesloten of gaat over in een soort online condoleanceregister. Emaildiensten geven niet de wachtwoorden, maar soms wel het beheer over. Hotmail stuurt alle mails op een DVD’tje op verzoek naar de nabestaanden.

Waterdicht is dit niet. Een van de problemen bij Facebook is bijvoorbeeld dat het account vanaf dan alleen voor vrienden zichtbaar is, en wat als je geliefde of naaste familie niet op Facebook zit? Dit is al voor de rechter geweest, maar Facebook heeft zelfs na een rechterlijk bevel nog geweigerd de ouders inzage te geven in het profiel van hun zoon die op 15-jarige leeftijd zichzelf doodde.

Andersom kan openheid ook nogal vervelend werken – en daarin kun je de terughoudendheid van Facebook wel weer begrijpen. Denk aan familieleden die de fotogalerij van de overledene kuisen: opeens is dat ene kiekje met die bierpul of dat homovriendje verdwenen. Of ze nemen het account over en gaan namens de overledene spreken en de vrienden in de ik-vorm bedanken voor hun aanwezigheid op de begrafenis. Of nog erger: alsnog hun gelijk halen in oude ruzies. Brrr.

“Wat blijft er eigenlijk online van je achter?”

Online erfenis

Het roept de vraag op wat er eigenlijk online van je achterblijft, en hoe lang. Daarvoor is een nieuw beroep bedacht: de digitale archeoloog. Een van hun interessantste projecten is het ‘opdelven’ van De Digitale Stad, de eerste online community in Nederland, die begon in 1994 toen nog maar (je gelooft het nauwelijks) driehonderd Nederlanders een eigen internetaansluiting hadden. Ver weg in een archief werd onder de spinnewebben een stapel harde schijven gevonden, die men aan de praat kreeg, en deze hele community wordt imiddels opnieuw online gezet. Met een beetje doorzettingsvermogen vind je oude flirts terug, prille romances, of berichtjes van al twintig jaar overleden vrienden.

Dat die verroeste harde schijven het nog deden is bijna een wonder. Hardware en software verandert razendsnel. Wie heeft nog een apparaat om een floppy te lezen? Terwijl er wereldwijd nog miljoenen diskettes liggen opgeslagen met unieke informatie. Wie kan zelfs op zijn eigen harde schijf de teksten openen die je ooit typte in WordPerfect? En wie te jong is om te weten wat diskettes en WordPerfect is – wees niet gerust, want zo zal het ook gaan met de huidige usb-sticks en Word-bestanden. Over twintig jaar moet je naar een heel stoffig winkeltje met een heel stoffig mannetje om ze tot leven te wekken.

Gelukkig is daar de Wayback Machine, vernoemd naar een tijdmachine uit een kinderanimatie: een gigantisch serverpark kopieert regelmatig een groot deel van alle sites, zodat je die op verschillende datums terug kunt kijken. Er zijn inmiddels 487 miljard pagina’s opgeslagen in diverse versies, bij elkaar 50 petabytes (een miljoen gigabyte). Als alle Nederlanders hun leven wijden aan het lezen ervan, komen ze nog tijd tekort.

Verreweg het grootste geheugen op aarde is PRISM van de Amerikaanse veiligheidsdienst NSA. Het was Edward Snowden, inmiddels in ballingschap, die onthulde dat hier al het verkeer van Hotmail, Gmail, Google, Youtube, Facebook en Skype op te vinden is. Dit is gelukkig niet toegankelijk voor uw buurman. Maar wel voor duizenden medewerkers van de NSA. En niemand weet wat er gebeurt mocht een of ander dictatoriaal type president worden en al deze gegevens in handen krijgen – de geschiedenis is wisselvallig genoeg.

 

Rouwen op internet

Dan maar iets dichter bij huis. Het belangrijkste wat er na je dood online nog gebeurt, zijn de condoleances. Er zijn diverse publieke registers waar je je medeleven kunt tonen. Het is de vraag waarom mensen dat doen. Sommige personen krijgen letterlijk tienduizenden reacties.

Een verklaring is dat veel mensen over beroemdheden meer weten dan over wie ze dagelijks zien. Deze zangers, acteurs, koningshuisleden voelen intiemer dan familie. Met een condoleance toon je die verbondenheid. Als je de registers afstruint, lijkt het zelden bedoeld voor de bühne, zo van: kijk mij eens zeer meelevend zijn. Je treft vooral een innerlijk gesprek aan, alsof mensen niet doorhebben dat we over hun schouders meelezen. Je kijkt recht in hun verdrietige hart.

Het is onze ingetogen Nederlandse manier om onze rouw te beleven. Want verdriet is iets wat je ‘kwijt’ moet. Gemis verlangt ernaar gedeeld te worden. De gestorvene is er niet meer, maar je ervaart wel even iets van menselijk contact. De condoleanceregisters staan dan ook vol met lieve woorden aan de nabestaanden. Sterkte, vooral dat wordt hen gewenst, sterkte, heel veel sterkte. En rust zacht, rust in vrede.

Het zijn woorden waar je, als je zelf niet rouwt, wat schamper over zou doen, zo cliché klinken ze. Oog in oog met de dood weten we vaak weinig meer uit te brengen dan juist die frases. We stamelen en stotteren en de clichés zijn onze laatste strohalm.

 


3 tips voor online sterven

Vroeger had je een archiefkast waar je bewust sommige zaken uit wegliet en waar je nabestaanden na je dood in konden neuzen. Tegenwoordig is je archiefkast uiteengewaaid over diverse online accounts. Jij hebt zelf nauwelijks meer regie wat erin belandt en je nabestaanden kunnen er lastig bij komen. Tijd voor bewust online sterven.

1. Stel bij Google (met daarbij Youtube en Gmail) in na hoeveel dagen inactiviteit je account wordt bevroren. Je wordt per sms gewaarschuwd, zodat je niet alles kwijt bent na een lange vakantie of ziekte.

2. Geef op Facebook aan wat je wilt dat er bij overlijden met je account gebeurt. Moet het worden verwijderd of omgezet worden in een herdenkingsprofiel als een nabestaande meldt dat je bent overleden?

3. Stel een contactpersoon op Facebook in. Licht diegene ook in en vink aan of je wilt dat hij of zij als het zover is, een bestand met al je berichten, foto’s en video’s kan downloaden.

Dit zijn momenteel de beste mogelijkheden. Twitter, LinkedIn, Instagram bieden alleen nog mogelijkheden voor de nabestaanden, maar dus weinig controle voor jou zelf om je digitale nalatenschap te regelen.

 


Herdenken

Een mooie manier om iemand online te gedenken biedt Ik mis je. Er brandt een wolk van kaarsjes, waarbij je een naam kunt invullen en je eigen virtuele kaarsje toevoegen. Ook kun je een ‘monument’ voor iemand oprichten: een eigen pagina waar iedereen zijn of haar foto’s, herinneringen en quotes voor de overledene kan uploaden en delen.

 


 

Dit artikel verscheen in de glossy ‘Dood’ (onder hoofdredactie van Katja Schuurman) en werd geschreven door Reinier Sonneveld. Wil je het complete magazine lezen? Koop de glossy dan in de boekhandel, supermarkt of kiosk.

Bekijk ook