Kerstverhaal ‘Verdwaald schaap’

Een anders dan anders kerstverhaal: in ‘Verdwaald schaap’ van Rijk Arends probeert een jonge vrouw, na het overlijden van haar moeder, samen met haar vader en dochter Lotte zich voor te bereiden op een mooi kerstfeest.

Mijn moeder ziet er veel strenger uit dan toen ze nog leefde. Haar huid lijkt doorzichtig als die van pasgeboren konijntjes. De blauwe blouse die ze draagt, hebben we samen nog gekocht. Net als de broche die ik vanmorgen opgespeld heb. Ze zag er graag netjes uit. Haar kist staat onder het tegeltje met de tekst: ‘Waar liefde woont, gebiedt de Heer den zegen.’ Als er iemand lief voor ons is geweest, dan was zij het wel. Maar toen ze ziek werd, moest je voor haar uitkijken. De littekens van haar scherpe nagels staan in mijn wangen gegraveerd. Een blijvende herinnering.

Mijn vader komt binnen. Hij heeft bezoek bij zich. Het zijn twee ouderlingen die hij zelf vlak voor zijn emeritaat nog bevestigd heeft. Ze geven me een hand en mompelen wat ingestudeerde zinnetjes. Mijn vader staart uitdrukkingsloos naar mijn moeder. Hij heeft sinds haar overlijden nauwelijks nog een woord gesproken. Hoeveel doden heeft hij in zijn leven wel niet begraven? En nu het dichtbij gekomen is, is hij ontroostbaar. Eigenlijk is hij sinds ze ziek werd zichzelf al niet meer. Ik schuifel langs hen heen de bijkeuken uit, die tijdelijk dienst doet als rouwkamer.

Ik leg Lottes handschoenen en muts op de radiator in de keuken. De dooi zet voorlopig nog niet in. In de auto, toen ik Lotte uit school haalde, hoorde ik op de radio dat het woord Elfstedentocht alweer was gevallen. De wereld draait door terwijl de mijne stilstaat.

Ik vraag me af waar Lotte is. Net bij school condoleerde haar juf me met het overlijden van mijn moeder. Ze vertelde dat Lotte niet wilde oefenen voor het kerstfeest, terwijl ze met de andere activiteiten wel gewoon meedeed. Lotte wilde niet zeggen wat er aan de hand was. Ik beloofde met haar te praten. Ik heb wel een vermoeden waar de schoen wringt.

Op tafel ligt de rouwadvertentie die morgen in de krant komt. We hebben toch maar gekozen voor: ‘Na een tijd ziek te zijn geweest is door God tot zich genomen onze lieve en zorgzame vrouw, moeder en grootmoeder,’ in plaats van: ‘Na een tragisch ongeval’ of iets dergelijks. We zijn er nog niet uit welke bijbeltekst erboven moet komen. Dat zou op zich niet moeilijk moeten zijn. Het huis hangt vol met bijbelteksten. Zelfs de borduurwerkjes van mijn moeder zijn bijbelse taferelen. Zoals die boven het dressoir: een herder met een schaap in zijn armen. Mijn moeder is daar maanden mee bezig geweest. ‘Ik ben de goede Herder’ staat er in geborduurde letters onder. Ik vraag me af of je elke zondag bij de kudde kunt zitten en toch verdwaald kunt zijn.

Ik hoor boven me op de logeerkamer iets zwaars op de vloer vallen. Ik loop naar boven.

Lotte staat op een kruk voor de kast met fotoalbums. Daar is ze altijd al dol op geweest. Ze heeft niet eens in de gaten dat ik binnenkom en kijkt pas op als ze een dik zwart album openslaat.

‘Hoi, mam. Mag ik foto’s kijken?’ vraagt ze.

‘Dat kun je beter van tevoren vragen, Lotte!’ zeg ik. ‘Waarom moest je juist dat dikke album pakken? Je viel bijna van de kruk af.’

Even is ze stil, dan blaast ze een lok uit haar gezicht. ‘Hier staat oma veel in,’ zegt ze dan.

Ik voel mijn keel dik worden en heb gelijk spijt van mijn opmerking. Ik ga op mijn hurken naast haar zitten.

We kijken naar een foto van mijn moeder in de tuin. De appelboom voor het kippenhok staat vol in de roze bloesem die prachtig kleurt bij haar blauwe jurk. Mijn vader en moeder op vakantie in Duitsland. Mijn moeder in de tuin en op een zeilboot samen met mij op het Veluwemeer. Mama kijkt recht in de camera. Ze heeft haar eigen tanden nog. Daar was ze altijd zo trots op. Ze was mijn rots in de branding in moeilijke tijden.

Er drupt een traan op het fotoboek. Lotte kijkt omhoog.

‘Was oma maar beter geworden, hè? Dan was u niet verdrietig.’

‘Wil je daarom niet naar het kerstfeest, Lotte?’ vraag ik. Ze buigt haar hoofd.
‘En we hebben nog wel een nieuwe jurk voor het kerstfeest

gekocht! Je leek wel een prinses, weet je nog?’ ‘Die wil ik ook niet meer aan.’
‘Dus je bent boos?’
Ze knikt.

‘Waarom, Lotte?’ fluister ik.

‘Omdat de goede Herder niet naar mij luistert! De juf zegt dat de goede Herder altijd luistert, maar dat is niet waar.’

‘Heb jij gevraagd of oma weer beter mag worden?’

‘Met mijn allereerbiedigste stemmetje,’ zegt ze bijna onhoorbaar.

Ik herinner me de verhalen die ze laatst uit school navertelde, over de genezing van de blinde man en de melaatsen, de opwekking van Lazarus en nog een aantal. In dat rijtje paste haar oma natuurlijk perfect. Lotte had een wonder verwacht en niet gekregen. En ik kan het oplossen.

Iemand zei ooit tegen me dat het een wonder was hoe mijn moeder haar ziekte droeg. Ik denk aan die keer dat ze uit het ziekenhuis kwam en de diagnose definitief was. ‘Ik voel me gedragen,’ zei ze. Maar toen ze onze namen vergat en ons ervan beschuldigde dat we haar spullen verstopten, verbleekten die woorden als de letters op een te vaak gewassen T-shirt.

Opeens ben ik boos op de juf, die Lotte niet voor deze grote teleurstelling heeft behoed. Typisch zo’n blije net-van- de-pabo-juf met geen greintje levenservaring. Ze bedoelde vast niet de genezing van mijn moeder. Maar met al haar goede bedoelingen bereikte ze precies het tegenovergestelde. Ze zoekt het maar uit met haar kerstfeest!

Ik strijk over Lottes rug. Nu zou ik iets moeten zeggen. Dat God soms de dingen anders doet dan wij willen en dat Hij heel wijs is en dat oma nu in de hemel is, maar ik krijg de woorden niet uit mijn mond.

Kerstverhaal

Zelf heb ik eindeloos veel voor mijn moeder gebeden en ik wist bijna zeker dat God mij zou verhoren. Dat Hij alsnog ging inzien dat mijn moeder dit niet verdiende. Ze was altijd goed voor anderen en lief voor ons geweest. Er kwam nooit een onvertogen woord over haar lippen. Ik rekende niet eens op een genezing, maar wel dat ze haar ziekte op een wonderlijke manier zou kunnen dragen. Dat ze zo’n lief dement oma-tje werd, die overal om lachte, in plaats van de vloekende vrouw die je sloeg en de ogen uit je hoofd krabde als ze de kans kreeg. Om over haar einde maar te zwijgen. Ik kon het niet meer rijmen met de liefdevolle Vader, zoals mijn moeder God altijd noemde.

Lotte is boos op God, maar bij mij is het veel erger. Ongeloof is de grootste zonde, zei mijn vader ooit.

Beneden in de hal hoor ik gedempte stemmen en daarna de buitendeur, die dichtslaat.

Mijn vader komt de keuken in. De broeders zijn naar huis. Ze zijn niet lang gebleven. Waarschijnlijk wisten ze ook geen raad met hun zwijgzame herder en leraar.

‘Zal ik een snee brood voor je smeren?’ vraag ik.

Hij schudt zijn hoofd. ‘Ik kan geen hap door mijn keel krijgen,’ zegt hij.

Ik heb even de neiging om hem te omhelzen, maar daar zou hij geen raad mee weten en ik eerlijk gezegd ook niet.

Hij voelt zich schuldig om het feit dat hij in de stoel in slaap viel, terwijl mijn moeder er vandoor ging. Altijd draaide hij de deur op slot en nu was hij het een keer vergeten. Totaal in paniek belde hij op en zei dat mama was weggelopen. De hele buurt werd uitgekamd en tot overmaat van ramp begon het nog te sneeuwen ook. Eindelijk vonden we haar achter de schuur van de buren, waar ze buiten bewustzijn onder het afdakje lag.

Ze werd met loeiende sirenes naar het ziekenhuis gebracht, maar ze was al te ver onderkoeld en kwam niet meer bij.

‘Het is beter als we wat eten,’ zeg ik. ‘Ik ga de tafel dekken.’

Lotte komt ook naar beneden. Het is of ze de knop heeft omgezet, maar ik weet wel beter.

‘Mag ik een tekening voor oma maken?’ vraagt ze.

Ik knik. ‘Ja hoor. Dan leggen we die op de kist.’ Ik zie mijn vaders blik voor even weer waakzaam worden.

Hij bidt het formuliergebed, waarna hij zuchtend een boterham met pindakaas eet.

Als we het eten ophebben, pakt hij de kinderbijbel. Het is zijn gewoonte om daaruit te lezen als Lotte er is.

‘Waar zal opa over lezen, Lotte?’ vraagt hij. Hij heeft zowaar zijn stem weer terug.

Lotte haalt haar schouders op en doet demonstratief haar armen over elkaar.

Mijn vader kijkt van Lotte naar mij. Ik zie de wanhoop in zijn blik. Hij was een vaste rots in de branding ten tijde van crises in de kerkenraad en kerkscheuringen trotseerde hij als een reddingsboot de storm. Hij bemiddelde in huwelijken die op springen stonden, en niet eens altijd onverdienstelijk. De grote dominee wankelde. Ik vraag me af of hij het zelf allemaal nog wel gelooft. Hoe zegt hij het altijd? Het zit een voet te hoog.

Recht achter ons kijkt de goede Herder over zijn schouder me aan. Net of Hij me betrapt heeft op een zondige gedachte. Op het moment dat mijn vader de kinderbijbel wil wegleggen, zeg ik: ‘Lees maar over de goede Herder, pap.’
 Mijn vader knikt, blij met deze simpele uitredding. 
Als mijn vader klaar is met het verhaal van het verloren schaap kijken mijn vader en ik naar het borduurwerkje aan de muur. Lotte likt de stukjes hagelslag die nog op haar bord liggen van haar wijsvinger. Het is een poosje stil. Door een kier tussen de dichtgetrokken gordijnen valt een zonnestraal naar binnen die verraadt hoeveel stof er in de kamer rondcirkelt.

‘Marga was een verdwaald schaapje,’ zegt mijn vader opeens terwijl hij naar het borduurwerk wijst. ‘Ze verdwaalde zelfs in haar eigen huis. Ze kende ons niet meer en ze kende Hem niet meer.’ Hij wijst met zijn wijsvinger omhoog, zoals ik hem dat vaak op de kansel heb zien doen. ‘Maar nu heeft de goede Herder haar gevonden.’

Ik zie zijn ogen bij die woorden even oplichten.
‘Hij heeft haar thuisgebracht.’
‘Heeft de goede Herder dat gedaan?’ vraag Lotte verbaasd. ‘Ik bedoel naar de hemel, Lotte,’ zegt mijn vader.
 Ik zie Lotte naar het borduurwerkje kijken en ik weet dat we allebei mijn moeder voor ons zien in de armen van de herder. ‘Kan oma dan niet verdwalen in de hemel?’ vraagt Lotte. ‘Nee, Lotte,’ zegt mijn vader. ‘In de hemel is niemand meer ziek.’ Dan lijkt hij zich iets te herinneren. Hij staat op. Net of hij het zittend niet bevatten kan.

‘Dat moet op de rouwkaart, Frida!’ zegt hij.
Ik kijk hem niet-begrijpend aan.
‘Dat alle dingen nieuw worden.’ Zijn stem klinkt bijna triomfantelijk, alsof hij net een belangrijke ontdekking heeft gedaan.

Terwijl ik tot me laat doordringen wat mijn vader probeert te zeggen, springt ook Lotte van haar stoel. ‘Mam, ik ga morgen tegen de juf zeggen dat ik wel ga!’

Ik kijk van mijn vader naar Lotte. Er zit pindakaas bij haar mondhoeken. Haar ogen lijken twee sterren.

‘Je bedoelt naar het kerstfeest?’ vraag ik overbodig. Ze knikt en lijkt even in gedachten verzonken.
‘Ja,’ zegt ze. ‘Met mijn nieuwe jurk aan.’

 

KerstverhaalDit verhaal is geschreven door Rijk Arends en verscheen bij uitgeverij Boekencentrum in de kerstverhalenbundel Het kerstpakket

Bekijk ook