Erkenning voor stil geboren kindjes

De verwachting was dat een paar honderd mensen het zouden doen: het registreren van stil geboren kinderen bij de burgerlijke stand. Nu blijkt dat – sinds de wetswijziging in februari dit jaar – al tienduizend ouders van deze mogelijkheid gebruik hebben gemaakt. ‘Het geeft een gevoel van erkenning. Nu hoort onze tweeling ook op papier bij ons.’ Drie ouders vertellen waarom deze inschrijving voor hen belangrijk is.

Geen erkenning

‘Waarom word je niet levend verklaard, als je hartje start met kloppen, maar wel dood verklaard als je hartje stopt met kloppen?’ Chadiya (31) begrijpt het niet. Ze is moeder van twee kinderen: een pasgeboren dochter en zoon Mayson. Toen hij overleed in mei 2018 kon hij niet worden bijgeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP). ‘Alsof hij nooit had bestaan.’ Geen erkenning voor zijn leven. Want geleefd had hij, veertig weken en vier dagen lang.

‘Een prachtig mannetje, maar zo ontzettend stil…’

Zijn hartje klopte, tot die ene fatale dag. Chadiya verliest ineens veel bloed. De verloskundige komt en zoekt naar een hartslag, maar vindt die niet. Met spoed gaan ze naar het ziekenhuis, waar ze horen dat hun zoon Mayson gestorven is. ‘Hij was helemaal af. Gezond, op het oog. Een prachtig mannetje, maar zo ontzettend stil…’

Hij hoort bij ons gezin

Nu kan Chadiya zichzelf en haar zoon erkenning geven. Als de wetswijziging wordt doorgevoerd, laat ze Mayson gelijk bijschrijven in het BRP. ‘Onze zoon hoort bij ons gezin’, legt ze uit. ‘Zijn hartje is in mij begonnen en gestopt met kloppen. Wij zullen zijn zusje altijd vertellen over haar kleine, grote broer.’

‘Zodra je zwanger bent en het hartje van een kindje begint met kloppen, ben je moeder.’

Vrienden reageren enthousiast op de inschrijving van Mayson. Maar er gaan ook vriendschappen verloren: ‘Sommige mensen kunnen er niet mee omgaan en dat is prima. Alleen zeg het dan; negeer ons niet.’

Chadiya voegt toe: ‘Zodra je zwanger bent en het hartje van een kindje begint met kloppen, ben je moeder. Het begint niet bij de geboorte. Je hebt het verdriet van het verlies, ongeacht of je kindje zestien, twintig of veertig weken in jou geleefd heeft.’

Tweeling

Marijke (36) voelt ook erkenning door de wetswijziging. ‘Ik ben een trotse moeder van ál mijn kinderen.’ Dat zijn er vier, waarvan er twee niet meer bij hen zijn: de eeneiige tweeling Rémy en Dex. Geboren in augustus 2017 met bijna zestien weken. ‘Op zaterdag had ik een zware bloeding en dachten we ze al kwijt te zijn. In het ziekenhuis wees echter niets op problemen.’ Marijke gaat op maandag weer naar huis, waar dezelfde dag nog haar vliezen breken. ‘Ik had nog niet eens mijn opnamebandje van mijn pols gehaald.’ In het ziekenhuis leven de twee jongens nog, maar dan beginnen de weeën en is er geen weg meer terug.

‘Ik was blij dat ik zelf nog leefde, maar mijn hart was gebroken.’

‘De bevallig verliep ‘goed’ en vlot. De laatste liefdevolle daad die ik concreet kon doen. Ik heb ze met liefde ter wereld gebracht, een surrealistische ervaring. Ze zijn altijd samen geweest en hebben altijd mijn hart kunnen horen.’ Na de bevalling moet Marijke met spoed geopereerd worden, de placenta komt niet los. Als ze terugkomt in haar kamer, zijn de jongens er nog. ‘Ik was blij dat ik zelf nog leefde, maar mijn hart was gebroken.’

Onzichtbaar

Marijke is heel open over het verlies van Rémy en Dex. De registratie is belangrijk voor haar en haar partner: ‘Wij vinden het fijn dat ze nu ook op papier bij ons horen. We hebben dit voor onszelf gedaan, het is voor ons belangrijk en als gezin voegt het veel toe.’ In haar omgeving waren er gemengde reacties: ‘Ik denk dat veel mensen er niet bij stilstaan. Wellicht vinden ze het overdreven. Het leven gaat door en verdriet is een zwaar en moeilijk onderwerp. Soms frustreert dat, want het hoort bij ons en je wilt het er wel eens over hebben.’

‘Er is niet alleen verdriet, er is ook ontzettend veel liefde door hun komst.’

‘Het verlies en verdriet zijn deels onzichtbaar voor onze omgeving. Er zijn hun geen herinneringen en toekomstdromen ontnomen.’ Bij een kleine groep vertrouwde mensen ervaren ze wél de ruimte. ‘Er is niet alleen verdriet door het verlies van Rémy en Dex, er is ook ontzettend veel liefde door hun komst.’

HELLP-syndroom

Twee keer ervaart Sanne (40) het hartverscheurende verlies van een kindje. Haar zoontje Jonathan in 2007 na eenentwintig weken en dochter Veerle in 2012 na vierentwintig weken. ‘Beiden zijn geboren doordat ik het HELLP-syndroom heb gekregen heel vroeg in de zwangerschap.’ De kindjes overleven het niet.

‘Wij hebben ons daar toentertijd gewoon bij neergelegd.’

Na hun overlijden laten Sanne en haar man Joan ze in hun trouwboekje bijschrijven. ‘We kregen een uittreksel bij de gemeente van een overleden kind, verder geen registratie in de BRP. Wij hebben ons daar toentertijd gewoon bij neergelegd. De wet zegt dat het zo geregeld is, wij weten dat ze er waren. Einde verhaal.’

Niet weggepoetst

‘Maar toen kwamen de geruchten dat hier mogelijk iets in ging veranderen. Toen de wet erdoor was, hebben we meteen een afspraak gemaakt bij onze gemeente. Ze waren een beetje zenuwachting en onwennig met de situatie. Maar ze deden het keurig.

‘We hebben een taartje gekocht om het te vieren.’

Een mooie erkenning voor Sanne en Joan. ‘Wij zijn heel blij dat ze nu gewoon zichtbaar zijn als onze kinderen. Deze mini-mensjes hebben gewoon bestaan en hoeven niet weggepoetst te worden alsof ze er niet waren. We hebben een taartje gekocht om het te vieren.’

Sanne is dankbaar voor de actie die is gevoerd voor deze wetswijziging, onder andere door Jeannette Rietberg. ‘Ik vind dat heel dapper van die vrouw. Zij heeft voor heel veel mensen iets heel belangrijks voor elkaar gekregen.’

Bekijk ook