Daan Westerink | Dominospel van verlies

Misschien herken je het: familierelaties die na het overlijden van een geliefde verder dan ooit van elkaar verwijderd raken. Hoe ga je daarmee om? Rouwdeskundige Daan Westerink beschrijft hoe na de dood van haar moeder de vertrouwde bouwstenen in haar leven een voor een omvallen. ‘Een dominospel van verlies’.

‘Bless the daughters who raised themselves’
Ijeoma Umebinyuo

Pijn en onbegrip

Als versteend sta ik midden in de kamer. In het huis waar mijn ouders zo gelukkig waren. Waar mijn broer en ik werden geboren. Waar het leven ons toelachte. Tot mijn moeder sterft. Haar dood dreunt nog na in alle voegen van het door mijn vader gebouwde paleisje als haar familie bij ons komt. Er is zoveel opgekropte pijn en onbegrip dat alles er in die avond ineens uitkomt. Mijn vader krijgt de volle laag van zijn schoonfamilie. Ik krimp ineen. Krijg geen woord over mijn lippen. Zie de pijn in de mij zo vertrouwde gezichten, maar kan niets zeggen. Ik vlucht weg.

‘We verliezen elkaar’

Alle vertrouwde bouwstenen van mijn leven vallen daarna een voor een om, als een dominospel van verlies. Tantes, ooms, neefjes, mijn lievelingsnicht. Opa en oma. We verliezen elkaar. Omdat we alleen onze eigen pijn kunnen overzien, raken we het zicht op de ander kwijt. Onze oevers zijn te ver van elkaar verwijderd.  Later, als ik groot ben, zie ik niet alleen onze, maar ook hun pijn. Te laat voor een verzoening. Ik kan het niet. De breuk is definitief. Er zijn geen winnaars, louter verliezers.

Zwanger

Vijfendertig jaar later sta ik in de stromende regen naast een jonge moeder. We wandelen naar een voorstelling en raken met elkaar aan de praat. Ze vertelt over de liefde van haar leven. Met wie het de ene keer hemels genieten was, en dan weer een woest strijdtoneel. Als ze onverwachts zwanger blijkt, wordt direct de strijdbijl begraven. “Gek hoe met de komst van een kindje al onze verschillen ineens overkomelijk bleken te zijn.”

Liefde

Door het leeftijdsverschil is de relatie niet zonder zorgen. Maar dat doet niets af aan het onmetelijke geluk. Als hun zoon wordt geboren, voelt dat als de bezegeling van hun liefde. “Zo jong als ik ben, weet ik dat dit is waarvoor ik in de wieg ben gelegd. Ik weet wat liefde is. Mijn man en mijn zoon zijn mijn alles.”

‘Zijn ziekte maakt hen niet milder, maar bitterder dan de zwartste thee.’

Maar dan wordt haar grote liefde ziek. De man die zeeën overvoer op zoek naar geluk, die zware rampen overleefde, wordt getroffen door een alles slopende ziekte. Zijn jonge vrouw probeert hem in alles te steunen. Probeert een brug te slaan tussen haar en zijn familie, die het nog steeds lastig vindt dat de vrouw van hun zo geliefde zoon de leeftijd heeft van zijn eigen dochter.

Verwijten

Zijn ziekte maakt hen niet milder, maar bitterder dan de zwartste thee. Ze verwijten de jonge vrouw dat ze niet weet wat goed voor haar man is. Ze eisen inspraak in de keuze voor een behandeling. En vooral eisen ze hun plek op. Maar door haar van die plek af te stoten, ontstaat er nog meer onbegrip. “Ze komen niet meer langs en antwoorden niet meer op onze berichten”, zegt ze somber.

“Jouw zoon groeit straks op zonder zijn tantes en ooms en neefjes en nichtjes”, zeg ik, terwijl ik haar hand vasthoudt. “Dat is vreselijk. Weet je dat ze heel veel van hem houden, dat hun boosheid de andere kant is van hun liefde? Zagen ze dat maar.”

Pijnlijk

We wandelen verder. “Ja,” zegt ze, “en dat doet me nu al zo vreselijk veel pijn. Maar ik kan niet meer. Ik kan niet langer als brug fungeren. Ik heb het zo goed proberen te doen, heb mezelf op de achtergrond geplaatst, maar mijn man wil mij naast zich. En ik wil er voor hem zijn. Hij wil zijn laatste dagen met mij en onze zoon doorbrengen. Hoe erg het ook is, maar ik kan niet kiezen voor zijn familie nu. Niet op deze manier. Het is zoals het is. Hoe pijnlijk ook voor iedereen.”

‘We lijken in het diepste van onze ziel op elkaar, maar zijn nu al zoveel jaren vreemden voor elkaar.’

Ik denk nog vaak aan mijn tantes en ooms. Aan mijn lieve opa en oma. Aan mijn nichtje en aan mijn neefjes. Ik ken hun kinderen niet, zij de mijne niet. Ik was niet bij de begrafenis van mijn opa en mijn tante. We waren niet bij elkaars trouwerijen, niet bij kraamvisites. We kennen elkaars vroegste jeugd, lijken in het diepste van onze ziel op elkaar, maar zijn nu al zoveel jaren vreemden voor elkaar.

‘Wees mild voor jezelf’

Als ik iets over zou kunnen doen, dan was het wel die ene avond. Wat had ik graag alsnog mijn mond open willen doen. Alsnog willen zeggen: “Ik hou van jullie. Laten we met elkaar stil gaan staan bij de dood van de vrouw die ons allemaal zo lief is. We hebben elkaar zo nodig.”

‘Als alles draait om de liefde, dan draait dus niet alles om jou’

En in die stromende regen voel ik ineens een heel diep verdriet. Omdat je soms zoveel zou willen, maar je daar een ander voor nodig hebt. Dat wat ik eerder niet kon, lukt nu wel, kijkend naar de jonge moeder. Ik zeg tegen haar wat ik tegen mezelf zou moeten zeggen. “Wees mild voor jezelf. Jouw armen zijn wijd open. Het is zoals het is. Zorg goed voor jezelf en je zoon. En hou je man nog even vast.”

Maar stiekem, heel stiekem hoop ik op een wonder. Als alles draait om de liefde, dan draait dus niet alles om jou.

 

Bekijk ook