Brief aan mijn dochter Nadine

Wanda schrijft een aangrijpende brief aan haar dochter Nadine. Haar dochter is 10 jaar geleden vermoord door haar ex-vriend, uit wraak en jaloezie.

Lieve lieve Nadine,

En dan is het 10 jaar later. Het verdriet komt in golven over me heen. Ze zwellen aan. Ik verdrink, bijna.
Waar zijn die jaren gebleven, zonder jou, zonder mijn kind, mijn jongste dochter. Alles doet pijn. Mijn lijf komt in opstand. Mijn verdriet nam bezit van mijn lichaam dat probeert te herstellen wat niet te herstellen is.

Hoe moet een mens, een moeder, herstellen van de moord op haar kind? Bestaat er een universelere pijn? Ik moet denken aan Maria, haar kind werd ook vermoord. Ik voel me verbonden.

Lieverd, ik probeer deze pijn te verweven in mijn leven. Verwerken kan niet. Verwerken doet vermoeden dat er een einde is, een genezing. Die is er niet. Verweven in mijn leven. Het klinkt bijna poëtisch. Dat is het niet. Het is rouw, het is rauw. Die duurt en duurt. Verweven is verder kijken dan die moord. Het is proberen te accepteren wat onacceptabel is. Het is realiseren dat het voor altijd is. Het is ook, samen met de pijn, kijken naar de mooie momenten in het leven. Genieten van jouw nichtjes, mijn kleindochters. We zijn er nog, ons gezin. Jij bent en blijft daar onderdeel van. Anders, maar wel aanwezig.

Waarom voelt die pijn dan nu weer zo schrijnend, zo pijnlijk. Tien jaar later. De emmers stromen over. De emmer met verdriet is zo vol. Door mijn aderen stroomt verdriet. Er komt bloed uit mijn lichaam. Ik stroom over. De emmer met sterk zijn is ook vol. Ik weet hem een beetje te legen en kan weer door en door en door. Er zijn momenten dat ik het wil opgeven. Even maar, het zijn momenten. Mijn levensdrang en vreugde is groter. Gelukkig, ik wil leven.Ik zie de zon nog steeds opkomen. Ik kan nog steeds lachen. Ik kan nog genieten.

Maar nu, nu worstel ik en ben nog niet boven. Ik worstel door mijn leven. Mijn lijf fluit me terug. Mijn verdriet wat ik niet altijd wil voelen, niet altijd kan voelen, wat ik heb omgezet in daden, heeft zich een weg gebaand naar mijn organen.

We hebben een stichting tegen zinloos geweld opgericht, de Nadine Foundation. Ik heb een boek geschreven, ‘Mam, ik bel je zo terug’, de laatste woorden die ik van je hoorde voordat je met vele messteken om het leven werd gebracht.

Maar, sterk zijn kan een enorme valkuil zijn. Je lichaam bedriegt je niet. Het is alleen zaak om te luisteren daarnaar. Ik was een beetje doof of wilde het gewoon niet horen. Nieuwe afspraken maken, voornamelijk met mezelf. De valkuilen vermijden.

Ik laat mijn tranen weer toe. Tien jaar geleden voor de uitvaart van jou, schreef ik dat mijn tranen een oceaan konden vormen. Die oceaan is er gekomen. Er is besef, besef dat je niet meer terugkomt. Om dat keiharde feit te accepteren is meer nodig dan een mensen leven.

Nu, tien jaar later. Nadine ik mis je zo.

Bekijk ook