Als je kind rouwt

Jongeren rouwen anders dan volwassenen. Hoe ga je daar als ouder mee om? Rouwdeskundige Daan Westerink geeft voorbeelden en tips over hoe je je kind kunt helpen in hun rouwverwerking.

Danny mist zijn pa

“Denk je dat ik het goed doe”, zegt Danny (15). Zijn moeder en zijn mentor denken dat het verstandig is als hij een keertje gaat praten met iemand. Hij weet het zelf niet zo zeker. Houdt er niet zo van dat volwassenen zich met zijn leven bemoeien. Ook niet nu zijn grote voorbeeld er ineens niet meer is. Twee handen op een buik, zo omschrijft Petra, zijn moeder, de band tussen haar man en haar zoon. “Thomas was gewoon zijn held. Ze deden heel veel met zijn tweetjes. Samen klussen, samen naar de voetbal, samen de stad in. Danny was echt gek op zijn vader.” Tot de ziekte kanker het gezin binnensloop waardoor vader Thomas in een paar weken tijd van een bourgondische schilder veranderde in een doodzieke patiënt. Behandeling na behandeling volgden maar het mocht niet meer baten. Hij stierf, zijn kind en de liefde van zijn leven achterlatend.

Danny gaat zitten met zijn handen in elkaar gevouwen, hoofd gebogen. Op de vraag waar hij blij van wordt, veert hij op. Ieder weekend ziet hij zijn beste vrienden. Tijdens de wedstrijden van de voetbalclub die hij eerst jarenlang samen met zijn vader bezocht. Nu gaat hij in zijn eentje. Maar alleen voelt hij zich niet. De wedstrijd na de begrafenis stonden ze hem allemaal op te wachten. Veel woorden gebruikten ze niet. Maar ze pakten hem wel bij zijn arm vast. Gaven hem schouderkloppen. Zeiden ‘als er iets is, Danny, als ook maar iemand een rottige opmerking maakt over je pa, dan zijn we er. Jij bent er een van ons. Net als je vader.’ Hij lacht.

Doet Danny het goed?

Een paar weken geleden was er een feest. Er was wat gedoe tussen een van zijn vrienden en een andere jongen. Later bleek dat zijn vriend die jongen helemaal verkeerd had verstaan. Hij dacht dat die jongen een rotopmerking had gemaakt over de vader van Danny. Het werd bijna knokken. Tot zijn vriend ging bellen. “Stonden er ineens allemaal vaders van mijn vrienden in dat huis. Die hebben de boel gesust en iedereen uitgelegd dat het nogal gevoelig ligt, de dood van mijn vader. Gelukkig snapten de andere mensen van dat feest dat ook. We zijn wel weggegaan, maar ik was zo trots man, dat zijn echt mijn vrienden. En die vaders, ik vond het echt heel gaaf dat ze er voor me waren.”

Zijn moeder Petra maakt zich ondertussen veel zorgen om Danny. Hij praat namelijk niet met zijn moeder over de dood van zijn vader. En de schoolresultaten gaan een beetje achteruit. Danny kan soms zijn bed niet uitkomen. Wil het liefst bij zijn vrienden zijn. Moet er niet iets gebeuren? Is het tijd voor therapie?

Voor Danny is het heel duidelijk. “Ik praat niet graag met mijn moeder over mijn verdriet. Ze maakt zich meteen zorgen. Kijk, mijn vader was mijn alles. En hij komt nooit meer terug. Daar moet ik mee zien te dealen. Hoe, dat weet ik ook niet. Door met mijn vrienden op te trekken. Door proberen naar school te gaan.“ Maar daar ligt ook het probleem. Ze trekken enorm aan Danny op school. Vinden dat hij wat meer met de jongens in de klas op moet trekken, die ze vroegen een beetje op hem te letten. Denken dat een rouwgroep goed voor hem zal zijn. “Ik haat dat. Ik trek liever op met mensen bij wie ik me prettig voel. Ik kan heel goed opschieten met een paar meiden op school. In de pauzes zitten we altijd samen. Lekker kletsen, en soms hebben we het ook over andere dingen. Ik ben niet de enige die iemand is verloren. Ook zij hebben dingen meegemaakt. Dat geeft een band. Maar gedwongen praten? Alsjeblieft niet.”

Jongeren praten liever met vrienden dan met hun moeder

Zoals Danny zijn er heel veel kinderen en jongeren in Nederland. Ongeveer zesduizend kinderen onder de achttien jaar  verliezen jaarlijks een of beide ouders. Meestal op puberleeftijd. Zo’n tweeduizend kinderen verliezen jaarlijks een broertje of een zusje. En op 18-jarige leeftijd hebben de meeste jongeren een grootouder verloren. Wat zij nodig hebben? Hoe gaan zij verder? Het wordt ze bijna nooit gevraagd. Maar we denken wel massaal te weten wat zij nodig hebben. In deze praatgerichte maatschappij worden kinderen en jongeren steeds vaker naar een therapeut gestuurd omdat de omgeving denkt dat dit goed voor ze is. Jongeren als Danny worden bij rouwgroepen aangemeld omdat docenten denken dat lotgenotencontact altijd helpt. In alle verhalen in de media over kinderen die een dierbare verliezen wordt de nadruk gelegd op hun verdriet. Terwijl uit onderzoek blijkt dat het minstens zo belangrijk is om stil te staan bij dat wat ze overeind houdt in het leven.

Petra is even stil na de vraag of Danny wel met haar praatte over zijn gevoelens toen Thomas nog gewoon leefde. “Nou, eh, nee, dat wilde hij echt niet. Een echte jongen hè, hij wilde liever bij zijn vrienden zijn of gamen, dan met mij praten over meisjes of zo.” Ze kijkt me vragend aan. “Bedoel je dat Danny nog steeds een gewone jongen is? Maak ik me teveel zorgen?” Zij is niet de enige ouder die dat doet. En dat is logisch, je wilt voorkomen dat je kind vastloopt. Maar het blijven jongeren, wat ze ook meemaken. Want of ze nu iemand verloren of niet: jongeren maken zich steeds losser van hun ouders. Vinden omgaan met hun vrienden belangrijker dan praten met hun moeder. Omdat dat hoort bij volwassen worden.

Jongeren bepalen zelf of en wanneer er gepraat wordt

Danny is dus gewoon een jongen van 15. Maar wel eentje die zijn vader verloor. Hij heeft een groot verlies meegemaakt en zal zijn vader blijven missen. Ook als hij afstudeert, ook als zijn club het kampioenschap wint, ook als hij trouwt en wellicht ooit zelf vader wordt. Zijn vader Thomas blijft aanwezig in zijn afwezigheid. En dat blijft verdrietig. Daar is geen therapie tegen opgewassen. Je verwerkt de dood van je vader niet, je probeert zo goed en zo kwaad als het gaat overeind te blijven staan, door te gaan. En dat lukt de meeste jongeren. De een doet dat door te praten met een therapeut, soms hartstikke nodig, maar in de meeste gevallen blijft een kind overeind staan als hij gesteund wordt door zijn eigen vertrouwde omgeving en van hen de ruimte krijgt. Om zelf te bepalen of en wanneer er gepraat mag worden. Om met vrienden op te trekken. Om vragen te stellen, als daar behoefte aan is.

Het komt wel goed

Hoe het nu met Danny gaat? School vindt hij, net als de meerderheid van alle jongeren, helemaal niks. Maar ja, hij weet hoe belangrijk zijn vader het vond dat hij een opleiding afmaakte. Dus gaat hij door, omdat hij zijn vader in gedachten trots wil maken. En omdat er toch ook wel leuke mensen zitten en niet alle docenten vervelend zijn. Voetbal is nog steeds het belangrijkste in zijn leven. En zijn neven, die er voor hem zijn als hij ze nodig heeft, die kan hij ook niet missen. Dan staan ze ineens op de stoep. Alsof ze het aanvoelen. Niet dat ze dan praten hoor, ze gamen een paar uur, en dan is het goed. Ze zijn er. En o, ja, natuurlijk is zijn moeder heel belangrijk. Daarom heeft hij iets leuks bedacht voor zijn moeder. Stiekem. “Denkt u dat ze het leuk vindt dat ik een weekendje weg heb geregeld met haar beste vriendin?” Zo’n jongen is het. Geen prater maar een gevoelige doener. En een geweldige zoon die zijn moeder heel blij gaat maken.

Het komt wel goed met Danny, net als met de meeste andere mensen die een dierbare verliezen. Als we maar bij ze in de buurt blijven. En ze vragen blijven stellen.

Daan Westerink is journalist, docent en rouwdeskundige. Voor haar Master Pedagogiek doet ze onderzoek onder jongeren die een dierbare verloren.  Wat zeggen zij als je vraagt ‘wat heb je nodig?’

Bekijk ook