Als 6-jarig meisje verloor Reina haar moeder: pas na jaren kan ze rouwen

Reina Heijs (30) is nog maar net zes jaar oud als haar moeder op 47-jarige leeftijd overlijdt. Pas als ze eind twintig is en psychische klachten krijgt, ontdekt ze dat ze niet echt gerouwd heeft. ‘Mijn moeder komt nooit meer terug. Dat kwartje moest opnieuw vallen.’

Het is al licht als Reina op 7 juli ’s ochtends wakker in bed ligt. Ze wordt opgeschrikt door een gil van haar zus en rent van zolder naar de eerste verdieping. Daar hoort ze van haar vader dat haar moeder is overleden. ‘Het was een grote schok voor ons allemaal’, vertelt Reina zo’n 24 jaar later.

Reina groeit op als jongste dochter in een liefdevol gezin van zeven kinderen. Haar vader werkt en haar moeder is thuis om voor de kinderen te zorgen. ‘Daar heb ik hele fijne, warme herinneringen aan. Ze kookte, regelde het huishouden en was thuis als wij uit school kwamen.’

Longembolie

Als haar moeder in 1995 borstkanker krijgt, is dat heftig en zwaar. ‘Maar’, vertelt Reina, ‘tegelijkertijd was de stemming: ze gaat beter worden.’

Toch gaat het anders dan iedereen verwacht. De chemo’s vallen zwaar en Reina’s moeder ligt veel op bed. ‘Ik weet nog dat ze op mijn zesde verjaardag, op 4 juli, niet naar beneden kwam. Dat vond ik heel stom, ik begreep natuurlijk niet dat ze zo ziek was.’ De avond van 6 juli is Reina’s moeder benauwd. Diezelfde nacht overlijdt ze in haar slaap aan een longembolie.

Geen uitleg

Onverwacht moet er van alles geregeld worden, waaronder een begrafenis. ‘Ik draaide mee met de rest van het gezin en er was geen uitleg’, herinnert Reina zich. Met elkaar moeten ze het leven zonder moeder en vrouw oppakken. ‘Als gezin knokten we ons door een pittige tijd. Ik heb altijd het gevoel gehad: ik ben er goed uitgekomen. We hebben het samen gered, en daar was ik ook trots op.’

Totdat Reina op haar 27psychische klachten krijgt. ‘Ik merkte dat ik niet lekker in mijn vel zat, slecht sliep en piekerde. Aan de buitenkant leek alles prima op orde. Ik ben getrouwd, heb leuke vriendinnen en een fijne baan. Maar van binnen voelde het alsof er een gat in mijn ziel zat en ik wist niet waar dat vandaan kwam.’

Therapie

Tijdens het intakegesprek bij een therapeut vertelt Reina over het verlies van haar moeder als een feit. ‘Het was een grote gebeurtenis geweest, maar ik geloofde niet dat dat nu nog van invloed was. Daar hoeven we het dus niet over te hebben, was mijn gedachte.’

‘Het voelde alsof mijn moeder gister overleden was.’

Maar die gedachte verandert wanneer haar therapeut vraagt waarom ze het overlijden van haar moeder wegstopt. Niet veel later droomt Reina over haar moeder. ‘Na die droom kwam het verdriet eruit.’ Reina slikt even en vertelt dan verder: ‘Ruim twee jaar lang heb ik elke dag, soms meerdere keren, gehuild. Het voelde alsof mijn moeder gister overleden was. Alle gevoelens van die tijd kwamen los, ik was ineens aan het rouwen.’

In mijn hoofd had ik alles op een rijtje, maar in mijn hart moest ik nog rouwen. Om mijn moeder, maar ook om mijzelf. Wie was ik toen zij overleed? Welke jeugd heb ik gemist? Het kwartje dat mijn moeder echt niet meer terugkwam moest opnieuw vallen. Dat was heel zwaar.’

Onomkeerbaar

‘Dat de dood onomkeerbaar was, snapte ik niet als 6-jarige. Als ik uit school kwam, stonden alle moeders bij het schoolhek, maar nooit mijn eigen moeder. Terwijl ik dat wel hoopte. Heel lang heb ik gedacht dat mijn moeder wel terug zou komen.’

‘Ik werd er goed in om uit te stralen dat ik sterk en zelfstandig was.’

‘Ik ben als kind niet goed begeleid’, blikt Reina terug. ‘Binnen ons gezin was de mentaliteit: we moeten er met zijn allen doorheen.’ Ook op haar school is er nauwelijks aandacht voor het grote gemis wat Reina met zich meedraagt. ‘Ik weet nog dat ik op Moederdag vroeg wat ik moest doen toen de rest van de klas iets voor hun moeder maakte. Toen zei de juf: “ga maar wat voor jezelf doen”. Waarom ging zij niet met mij in gesprek?

In mijn hoofd was ik veel met mijn moeders afwezigheid bezig maar dat zag je niet aan mij. Mensen dachten dat ik het allemaal wel begreep. Ik werd er goed in om uit te stralen dat ik sterk en zelfstandig was. En ik lachte er vrolijk bij.’

Pijnlijk en helend

Die muur van onkwetsbaarheid wordt tijdens de therapie langzaam afgebroken. ‘Dat was pijnlijk, maar ook helend. Ik ben relaxter geworden. Een van mijn overlevingspatronen was perfectionisme. Veel mensen hebben kritische stemmen in hun hoofd, maar bij mij was het extreem. Ik leerde dat het oké is fouten te maken. Of een keer iets te doen wat niet in de lijn van de verwachting ligt. Het klinkt cliché, maar het is mooi als je kunt laten zien waar je mee zit. In plaats van dat je doet alsof alles perfect gaat.’

Duizenden keren

Reina neemt haar vader of haar omgeving niets kwalijk. ‘Het is gegaan zoals het is gegaan. Voor de mensen om mij heen was het ook onbekend terrein.’ Tegelijkertijd is dat voor Reina des te meer een reden haar verhaal te delen. ‘Er zijn nog steeds volwassenen die jong een ouder hebben verloren en niet weten dat je daar jaren later nog om kunt rouwen.’

‘De pijn is er voor het leven.’

‘Een kind rouwt op zijn of haar eigen manier’, legt Reina uit. ‘Maar het is goed te beseffen dat je als kind niet één keer je ouder verliest, maar duizenden keren. Niet alleen bij het afscheid, ook als je jarig bent. Bij het afzwemmen, bij de musical in groep 8, in de pubertijd. De pijn is er voor het leven. Ook na vijf, tien, twintig jaar is het belangrijk naar het verlies te vragen. Dat heb ik gemist.’

Liefde

Tijdens de therapie gaat Reina op zoek naar wie haar moeder voor haar is geweest. ‘Dat deed ik door herinneringen uit te werken, haar brieven te schrijven en foto’s van haar te bekijken. Ook ben ik in gesprek gegaan met mensen die haar hebben gekend, wat heel waardevol was. Naast pijn en verdriet, kwam er ook heel veel liefde los. Ze is nu iemand die er jarenlang is geweest in plaats van iemand die al heel lang weg is. En ik kan oprecht zeggen dat ik van haar houd.’

‘Ik heb het verdriet doorleefd, en daarom kan ik er nu mee leven.’

Hoewel het rouwproces nooit afgerond of klaar is, weet Reina nu beter met het verlies om te gaan. ‘Ik hoef niet weg te lopen voor het gevoel van gemis of verdriet. Als ik verdrietig ben, neem ik de tijd dat te voelen. Mijn moeder is overleden, maar ze is nooit helemaal weg. De herinneringen aan haar zitten in spullen, verhalen en karaktereigenschappen binnen onze familie. Ik draag haar met me mee. Ik heb het verdriet doorleefd, en daarom kan ik er nu mee leven.’

 

Bekijk ook