
Robin (16) verloor haar nichtje Fien (8): 'Ze is er echt tussenuit gepiept'
Leestijd: 7 minDoor Iris Versluis

Leestijd: 7 minDoor Iris Versluis
De ziekte liep al jaren met haar mee, maar tussen de nichtjes Fien en Robin kwam die nooit. Fien, die leed aan neuroblastoom, een zeldzame vorm van kinderkanker, overleed in maart 2025 op 8-jarige leeftijd. Voor Robin (16) betekende dat het verlies van haar nichtje én haar maatje. “We waren echt twee handen op één buik.”
Fien is een ondeugd, blij en positief meisje. Robin: “Ze had altijd ruimte voor grapjes en zag altijd de positieve kant van dingen. Ze was altijd heel vrij. Fien had geen haar en een sonde, maar verder zag je niet aan haar dat ze ziek was.”
Fien en Robin hebben vanaf het begin een hechte band. Als Fien wordt geboren, kan Robins geluk namelijk niet op. “Ik heb een broertje en een neefje, maar ik wilde altijd al een zusje”, vertelt ze. “Toen werd mijn nichtje geboren. Ik was zo enthousiast en blij. Vanaf dat moment waren we altijd samen. Bij verjaardagen zat ze altijd aan mijn been vastgeplakt. Dat was altijd heel gezellig, ook toen we ouder werden.”
Fien is twee jaar oud wanneer ze erachter komen dat ze ziek is. Ze heeft neuroblastoom: een zeldzame vorm van kinderkanker. Robin is zelf acht jaar wanneer ze het hoort. Ze vertelt: “Ik herinner me dat ik op de bank zat toen mijn ouders het mij vertelden. Ik heb niet zoveel herinneringen aan Fien van voordat ze ziek werd, dat vind ik jammer. Ik heb haar niet kunnen zien als een gezond meisje dat gewoon normale dingen kon doen zoals eten. Fien had een vernauwde slokdarm, waardoor alles vast kwam te zitten. Ze hield heel erg van zoute dingen. We haalden wel eens kibbeling. Daar kauwde ze dan op voor de smaak, daarna spuugde ze het uit.”
De ziekte van Fien is in de familie voelbaar. Robin: “Er hing altijd een soort spanning. Als mijn tante plotseling belde midden op de dag, dan was het eerst wat in mijn hoofd opkwam: gaat alles goed met Fien? Fien was het middelpunt van de familie, omdat ze blij en aanwezig was, maar ook omdat ze ziek was. Er moest overal rekening mee gehouden worden. Als we bijvoorbeeld op vakantie gingen, dan moesten we kijken of dat kon en of we snel naar het ziekenhuis konden, mocht er iets gebeuren.”
Fien wordt behandeld in het Wilhelmina Kinderziekenhuis en overnacht regelmatig in het Prinses Máxima Centrum dat naast het ziekenhuis staat. Robin: “Het is een groot centrum met een sporthal, speeltuinen en gewone kamers. Fien was daar als ze werd behandeld. Wij gingen daar ook regelmatig heen. Negen van de tien keer zat Fien vrolijk te kleuren of fietste ze door de gangen. Het was een fijne, vertrouwde plek om te zijn. Wij speelden samen altijd basketbal in de sporthal. Pictionary vond Fien ook altijd heel leuk. Dat deden we op het grote whiteboard dat op haar kamer stond. We waren veel bij elkaar.”
Als Robin ouder wordt, begint het haar steeds duidelijker te worden dat de ziekte van Fien ernstig is. Robin: “Later werd mij verteld wat er precies aan de hand was en begon de familie mij er steeds meer bij te betrekken. Toen had ik wel door dat het niet goed ging met Fien.”
Robin: “We hebben wel twee of drie keer te horen gekregen dat het binnen een paar weken klaar kon zijn, maar dan kwamen de artsen toch weer met nieuw ontwikkelde behandelingen. Fien kreeg steeds extra tijd. We wisten al een paar jaar dat ze eigenlijk niet beter zou worden, maar door behandelingen krijg je toch weer hoop.”
Dan krijgt de familie weer het bericht dat het overlijden van Fien dichtbij is. “Het komt toch een soort van uit het niks”, vertelt Robin. “Maar ik dacht ook: die momenten zijn er nu al vaker geweest. Ik wist niet meer of ik moest geloven wat ze zeiden.”
Fien maakt een bucketlist. Eén van de dingen die daarop staat is: naar het huis van Robin gaan. Robin: “Ze is met een wensambulance naar ons thuisgebracht. Ze lag helemaal gewikkeld in dekens op een brancard. Ze werd naar binnengereden met het idee dat het de laatste keer zou zijn.
Fien en ik zaten op mijn bed en ze speelde een spelletje op mijn telefoon. Mijn tante kwam naar boven en zei: ‘Over een halfuur gaan we weg.’ Toen dacht ik: dit is waarschijnlijk de laatste keer dat jij hier op mijn bed zit. De plek waar we zo vaak hebben gelogeerd en spelletjes hebben gedaan. Dat was zo’n gek moment. Ik besefte dat dit nooit meer zo ging zijn. Fien wilde zelf ook niet naar huis. Ze was heel erg aan het treuzelen en deed alsof ze in slaap gevallen was. Gewoon om nog zo lang mogelijk te blijven.”
Fien heeft haar laatste behandeling in Duitsland, waar ze acht weken ligt. Robin: “In het begin leek het alsof de behandeling nog iets had gedaan, maar dat bleek achteraf niet zo te zijn. Vanaf toen was het afwachten tot de kanker in haar lichaam zou toenemen.”
Robin rijdt met haar gezin naar het Prinses Máxima Centrum waar Fien dan weer is. Fiens dagen bestaan voornamelijk uit slapen. “Toen wij daar waren vroeg ze of ik nog even bij haar wilde komen”, vertelt Robin. “Ik heb bij haar gezeten, haar een kus gegeven en toen zijn we weggegaan.”
Ik dacht: hoe kan dat nou?
Robins oom en zijn vriendin waken die nacht over Fien. Als haar oom even naar buitengaat, ziet zijn vriendin geen ademhaling meer. Robin: “Ze heeft de dokters erbij gehaald en toen was ze inderdaad overleden. Ze is heel stilletjes weggegaan.
Om twee uur ’s nachts maakte mijn vader me wakker met de mededeling dat Fien overleden was. Ik dacht: hoe kan dat nou? Het kwam alsnog onverwacht. Ze is er echt tussenuit gepiept.”
Robin: “Na het overlijden moest er veel geregeld worden. We hadden veel hulp van vrienden en familie. Die stonden bijvoorbeeld ineens voor de deur met een pan avondeten. Fien lag bij mijn tante thuis in bed, dus het leek alsof ze gewoon heel rustig aan het slapen was. Ik zat vaak bij haar. Dan aaide ik over haar borst. Op een gegeven moment verkrampte mijn hand, omdat ze zo koud was.”
Ik voelde letterlijk leegte, ik miste mijn maatje
Op de uitvaart van Fien worden de aanwezige kinderen bij het afscheid betrokken, vertelt Robin: “De directrice en juf van haar school kwamen wat vertellen. Alle kinderen mochten naar voren komen en kregen een vlaggetje waar ze iets op konden schrijven of tekenen. Terwijl de kinderen dat aan het doen waren vertelden de juffen een verhaaltje over dat Fien op een zeilbootje ligt en over de golven deinst met een tablet, knuffeltje en snacks. Achter de boot hing een vlaggenslinger, met de vlaggetjes die de kinderen hadden gemaakt. Dat beeld is altijd in mijn hoofd gebleven.”
Robin: “Ik mis haar aanwezigheid ontzettend. Ik had bijvoorbeeld helemaal geen zin in de eerste verjaardag nadat zij overleden was. Ik dacht: waar ben je? Waar is dat meisje dat de hele tijd achter me aanloopt of vraagt of ik haar wil tillen? Ik wist niet zo goed wat ik moest doen. Ik voelde letterlijk leegte. Ik miste mijn maatje.”
Robins kamer is gevuld met foto’s van Fien. “Ik denk veel aan haar”, vertelt Robin “Boven mijn bed hangt een tekening die ze gemaakt heeft toen ik erbij was. Telkens als ik de tekening zie, dan speelt dat fragment zich weer af in mijn hoofd. Ik vind het fijn om over Fien te praten. Mensen vinden het onderwerp dood moeilijk, maar ik kan er met familie goed over praten. Ik hoop dat mensen haar herinneren als een blij, enthousiast en extravert meisje.”

Wil je dat we artikelen en programma’s over rouw, de dood en verder leven kunnen blijven maken? Samen leren we leven met verlies; ga naar meer.eo.nl/rouw en steun ons met een donatie.
