
'Die avond appte hij nog: 'Ik hou van je'. De volgende ochtend was hij er niet meer'
Het verhaal van Manon (20), die haar vriend Jis verloor
gisteren · 13:57| Leestijd:8 min
Update: gisteren · 13:57
Manon is twintig, studeert verpleegkunde, heeft vriendinnen en een stralende glimlach. Maar achter die glimlach schuilt iets wat je niet ziet. Ruim drie jaar geleden verloor ze haar vriend Jis. Er gaat geen dag voorbij dat ze niet aan hem denkt. Toch straalt ze als ze over hem vertelt. “Hij was zo’n lieve, leuke en knappe jongen. Ik wilde dat ik hem had kunnen helpen. Maar ik denk dat hij die keuze al had gemaakt.”
Trigger warning: dit artikel gaat over zelfdoding.
We gaan terug naar de lente van 2022. Boeren hangen massaal hun vlaggen ondersteboven als protest, maar er is leuker nieuws. Op het heilige gras van Vianen Vooruit – nu VBC’25 – staat Manon, destijds pas zeventien, als aanvaller op het veld. Duwen, ruimte maken, kansen creëren: het past haar wel.
Allebei aanvaller bij Vianen Vooruit
In dezelfde periode dringt Jis door tot het selectieteam van Vianen Vooruit, het team waarin ook Manons broer en stiefbroers voetballen. Jis is een rustige jongen uit Mill met donkere manen en droge humor. En toevallig of niet, hij speelt óók aanvallend, net als Manon. Het is tijdens het negentigjarig jubileumfeest van de club dat ze hem voor het eerst echt opmerkt. Beide aanvallers weten raad met deze kans. Was het liefde op het eerste gezicht? Manon antwoordt zonder aarzelen: “Ja, voor mij wel.”
Vanaf dat moment zien ze elkaar elke zondag bij wedstrijden. En Jis komt na de training op dinsdag- en donderdagavond vaak nog even aanwaaien bij Manon. Ze delen hun liefde voor voetbal, maar het wordt snel meer dan dat. Er ontstaat een bijzondere band. “Hij was zo meelevend en respectvol. Hij luisterde écht. Hij vroeg hoe het op school ging, hoe ik me voelde. Als ik me druk maakte, zei hij gewoon: trek het je niet aan, Manon. Ga iets leuks doen met vriendinnen. Dat hielp echt.”
Maandagavond appt Jis: 'Ik ben moe, ik ga slapen, ik hou van je'
Andersom is het moeilijker. Jis praat niet zo makkelijk over zijn gevoel. Toch merkt Manon dat er iets speelt. “Hij zei altijd dat het goed ging. Hij vond het lastig om te praten over wat er echt in hem omging.” Ze probeert door te vragen, maar komt er niet bij.
Na een vakantie met vrienden komt hij ziek en extreem moe thuis. Hij denkt aan Pfeiffer of een vitaminetekort, maar dat blijkt niet uit de bloedonderzoeken. Pas twee weken voor zijn dood vertelt hij dat hij een afspraak heeft bij de psycholoog – over twee maanden. “Die afspraak heeft hij nooit gehaald”, zegt Manon zacht. “Ik denk dat hij diep van binnen wel wist wat er aan de hand was. En bang was om de diagnose depressie te krijgen.”
Een laatste assist
Op een mooie zondag in oktober speelt Jis een sterke wedstrijd. Zijn assist – een subtiel lobje over de verdediging heen – levert hem meteen de bijnaam De Chipper op, naar het Engelse 'chip'. "Hij was zó blij", zegt Manon. "En het hele team natuurlijk." Die avond ziet ze hem terug in hun stamkroeg, café De Hei. Op haar vraag of hij komt, staat hij binnen vijf minuten naast haar aan de bar. "Het was zo'n fijne avond."
Ze gaan uiteindelijk samen naar huis en eten nog wat. Maandagochtend 24 oktober gaat Jis weg. De hele dag appen ze nog, tussen Manons examens door – ze zit er middenin. Maandagavond appt Jis: Ik ben moe, ik ga slapen, ik hou van je.
Manon vindt dat niet raar. Ze appt terug: slaap lekker.
Schreeuwen
De volgende dag maakt ze op school een examen en fietst vrolijk naar huis. Haar tweelingzus is thuis. “Hij heeft nog steeds niet gereageerd”, zegt Manon. Ze heeft Jis die ochtend een goedemorgen-berichtje gestuurd. Haar zus haalt haar schouders op. “Misschien slaapt hij gewoon nog?”
Even is het stil. Dan begint Manon te schreeuwen. "Ik wilde opstaan, maar zakte door mijn benen." Hoe dat voelde, is niet te omschrijven, zelfs drie jaar later niet. “Ik wist meteen: hij heeft er zelf een einde aan gemaakt. Want ja, hoe kun je anders zomaar overlijden?”
'Dat hij dat voor mij schreef, vlak voor hij ging. Het is eigenlijk niet te bevatten'
Binnen een uur staat de hele familie bij haar thuis. “Maf eigenlijk”, zegt Manon. “Als je iets wilt plannen duurt het máánden, en nu is iedereen er meteen. Het is doodstil in de kamer, maar toch is het fijn om samen te zijn.”
Later die dag gaat ze naar Jis’ moeder. Zij geeft Manon een afscheidsbriefje met haar naam erop. In twee delen: een algemeen stuk en een los deel over hun laatste fijne avond samen. Het lijkt haastig geschreven. “Alsof zijn hoofd al ergens anders was”, zegt Manon. “Het waren lieve woorden. Maar het voelde heel dubbel. Dat hij dat voor mij schreef, vlak voor hij ging. Het is eigenlijk niet te bevatten.”
Een brief terug aan Jis
In dagen vol ongeloof en verdriet besluit Manon een lange brief terug te schrijven aan Jis. Over wat een lieve, leuke, knappe jongen hij was. Over hun eerste ontmoeting op het voetbalveld, de leuke momenten samen. Over zijn zoektocht, de Chipper en die fijne laatste avond. Alles wat ze nog tegen hem wilde zeggen schrijft ze op. De brief mag mee in de kist. Het zegt veel over Manon, die ook vandaag helder vertelt over wat haar is overkomen en hoe ze zich daarbij voelt.
'Ik ben niet gelovig, maar ik had wel eens iets raars'
Daarna begint een verwarrende tijd. Manon probeert door te gaan met het leven zoals het was, maar dat valt niet mee. Ze zoekt vrij snel hulp bij een psycholoog. “Ik zei ook tegen mijn familie: alléén ga ik dit gewoon niet volhouden.”
Steeds vaker pakt ze de pen. “Ik schreef een hoofdstuk over de tijd vóór zijn dood, tijdens zijn dood en na zijn dood. Bij de psycholoog las ik ze voor en praatten we daarover. Dat zorgde voor een beetje meer rust in mijn hoofd.”
Drie vriendinnen
Met wie ze ook praat, zijn haar drie vriendinnen. Of, om precies te zijn, haar tweelingzus en twee andere goede vriendinnen. “Ik kon mijn verhaal kwijt en het maakte niet uit wanneer ik huilde. Ze zorgden voor afleiding, maar als ik verdrietig werd op leuke momenten, mocht dat ook.”
Ze had niet verwacht dat genieten zó dubbel kan voelen. Op de momenten dat ze het leuk heeft, mist ze hem juist. “Dan denk ik: Jis had het ook leuk moeten hebben.” Genieten blijft daardoor moeilijk, vooral op plekken die ze samen bezochten: het voetbalveld, de kantine en café De Hei. "Soms dacht ik: vorige week was hij hier nog. Hoe kán hij nu dood zijn?”
Een teken
Is Jis er dan helemaal niet meer? Manon glimlacht. “Nou, ik ben niet gelovig, maar ik had wel eens iets raars.” Ze vertelt over een avond in de keet van vrienden, de eerste keer zonder Jis. Manon voelt zich gespannen. Tot er een vlinder binnenkomt. Zwart, met een beetje rood. “Eerst dacht ik nog: iew, zo’n vieze mot. Hij vliegt een tijdje rond mijn hoofd, en dan gaat-ie op mijn schouder zitten.” Ze kijkt haar vrienden aan. Het wordt stil. “Ineens begin ik keihard te huilen. Ik dacht: dit is Jis. Hij laat even merken dat hij bij me is.”
Drie jaar later
Nu, ruim drie jaar later, durft Manon te zeggen dat het goed gaat. “Ik sta echt wel sterk in mijn schoenen.” Ze heeft een vriend die ooit bij Jis in het team voetbalde. “Hij had zelf óók veel moeite met het verlies van Jis. Daar praten we ook over.”
Toch blijven sommige woorden hard binnenkomen. “Zelfdoding, depressie, als ik erover hoor, klap ik dicht. Het raakt me nog steeds.” Ze is behalve verdrietig ook boos geweest. “Eerst dacht ik, had hij maar meer verteld, dan had ik hem misschien kunnen helpen. Maar diep van binnen weet ik dat dat niet zo is. Hij had die keuze toch al gemaakt.”
Deel van mijn leven
Wat ze nog tegen hem zou willen zeggen? “Ik mis je. En ik hoop dat je de rust hebt gevonden die je zocht.” De band met Jis is niet verdwenen, vertelt Manon. “Ik hou me vast aan de fijne momenten die we samen hadden. Jis is nog steeds een deel van mijn leven. En dat voelt goed.”
Denk jij aan zelfdoding of maak je je zorgen om iemand? Praten helpt. Neem 24/7 gratis en anoniem contact op met 113 suïcidepreventie via 0800-0113 of chat op 113.nl.
Tekst: Jeske Paalvast




